Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Betekent de provincie iets voor de burger ?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Betekent de provincie iets voor de burger ?

8 minuten leestijd

„Wat doet de provincie toch eigenlijk?" „Wat gaat er schuil achter de gevels van de forse provinciehuizen in de diverse hoofdsteden?", zo vraagt de eerzame burger zich wel eens af. Het rijk, de regering, de Staten-Generaal zijn bekende begrippen voor hem; hij leest er elke avond over in de krant. Met de gemeente en met de gemeentediensten heeft hij geleerd rekening te houden. Want op de gemeentehuizen worden beslissingen genomen die van groot belang voor hem kunnen zijn. Maar wat de provincie nu eigenlijk doet; nee, dat is hem volstrekt niet duidelijk.

Toch heeft - en dat zal onze burger daarentegen wel duidelijk zijn - de provincie, niettegenstaande het feit dat zij e en beetje op de achtergrond staat, een functie. De taak die de provincie vervult is er een van groot gewicht voor de individuele burger, omdat zij tussen de gemeente en het rijk in staat. Door de afweging en de bescherming van de wederzijdse belangen, tracht zij de „leefbaarheid" - zoals men dat dikwijls noemt - te bevorderen. Het is zonder meer duidelijk dat deze taak in een zeer dichtbevolkt land, dat bovendien in hoge mate geïndustrialiseerd is, lang niet eenvoudig is.

De provincies zijn voortgekomen uit de soevereine republiekjes, die voor de Franse tijd (1795-1813) tezamen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vormden. Na het herstel van onze nationale onafhankelijkheid wilde men niet terug naar de oude toestand van d«> „statenbond". Er werd daarentegen onder de bezielende leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp op basis van decentralisatie een eenheidsstaat gevormd, waarvan de provincies onderdelen gingen uitmaken. Om te voorkomen dat deze provincies zouden streven naar herstel van hun onafhankelijkheid, werden hun bevoegdheden sterk beknot en werd de uitoefening ervan onderworpen aan een streng toezicht van de centrale rijksoverheid in Den Haag.

Zo was het bij de oude provinciale wet van 1850 voor provinciale staten verboden meer dan twee maal per jaar te vergaderen, zonder machtiging van de Kroon. Bovendien waren alle provinciale verordeningen aan de goedkeuring van de Kroon onderworpen.

Provinciewet

De provinciewet van 1962 beperkt het aantal vergaderingen van provinciale staten niet meer. Sindsdien vergaderen provinciale staten als regel zo'n acht maal per jaar. Een vergadering duurt meestal niet langer dan een dag, maar er zijn zaken van meer dan gewoon belang (begroting, streekplan) die soms meer dan een vergaderdag in beslag nemen.

Onder de huidige huidige behoeven de provinciale verordeningen in het algemeen niet meer de goedkeuring van de Kroon. Alleen verordeningen die betrekking hebben op de waterstaat en voor enige besluiten van financiële aard Is dit nog altijd voorgeschreven.

Het provinciale bestuur is samengesteld uit drie organen: provinciale staten (PS), ge gedeputeerde staten (GS) en de Commissaris van de Koningin.

Provinciale Staten

De stemgerechtigde inwoners van de provincie kiezen eens in de vier jaar het college van provinciale staten. De Commissaris van de Koningin presideert altijd de vergaderingen van PS; de leden van provinciale staten worden bovendien bijgestaan door de griffier, die zij zelf benoemen. Het aantal statenleden hangt altijd ten nauwste samen met de grootte van de provincie (Zuid-Holland telt er bijvoorbeeld 83 tegen Drenthe dat er slechts 43 heeft).

De taak van provinciale staten bestaat uit:
• het bepalen van het beleid van de provincie;
• de controle op het dagelijks bestuur, gedeputeerde staten;
• het kiezen van de leden der Eerste Kamer.

Van de veel voorkomende onderwerpen bestaan vaste commissies van advies en bijstand uit provinciale staten, waarmee GS vooraf overleg plegen over de voorstellen die zij aan de staten willen doen. Deze commissies worden soms ook wel ingeschakeld bij de uitvoering door gedeputeerde staten van door provinciale staten genomen besluiten.

Gedeputeerde Staten

Gedeputeerde staten vormen samen met de Commissaris van de Koningin het dagelijks bestuur in de provincie. (Een vergelijking met het college van B. en W. in de gemeente gaat voor het grootste deel op). Het zes leden tellend college van GS - voorgezeten door de Commissaris - wordt uit en door provinciale staten gekozen.

De taak van dit college - het dagelijks bestuur - omvat in hoofdzaak:
1) het beheer van de provinciale financiën ;
2) de voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van provinciale staten.

Andere, op de keper beschouwd niet minder belangrijke werkzaamheden zijn: het toezicht op de waterstaat en de waterschappen, de controle op de gemeentebesturen (alleen wat de algemene lijnen van dit beleid betreft zijn GS verantwoording schuldig aan provinciale staten), het uitbrengen van adviezen aan de regering (bijvoorbeeld Inzake de meest gewenste gewestelijke Indeling van ons land) en de medewerking aan de uitvoering van wetten en algemene maatregelen van bestuur.

De leden van gedeputeerde staten zijn voor de afdoening van de zaken vrijwel dagelijks op de griffie aanwezig of hebben elders in de provincie besprekingen te voeren.

Commissaris der Koningin

De voorzitter van het college van GS; welke doorgaans eenmaal per week vergaderen, is de Commissaris van de Koningin. Een functie die te vergelijken is met die van burgemeester in de gemeente. Beiden worden door de Kroon benoemd (de burgemeester voor een periode van zes jaar; de commissaris voor een tijdperk dat eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd). .,The man in the street" - voor zover hij er weet van heeft - ziet de Commissaris - meer nog dan de burgervader als een specifieke vertegenwoordiger van de Kroon.

Naast het voorzitterschap van GS en PS (in het laatstgenoemde college heeft hij een raadgevende stem, in GS gewoon stemrecht) behoort tot de taak Van de Commissaris van de Koningin o.m. het uitbrengen van adviezen bij de benoeming van burgemeesters, commissarissen van politie en notarissen. Bovendien heeft hij een bijzondere bevoegdheid met betrekking tot de handhaving van de openbare orde in de provincie. Daarvoor kan hij - indien nodig zelfs krijgsvolk oproepen.

De Commissaris heeft ook een coördinerende taak bij de voorbereiding van de bescherming van de bevolking in oorlogstijd en bij catastrofes. Sinds de watersnoodramp van 1953 bestaat er een organisatie voor hulpverlening bij rampen in vredestijd, die desgewenst elk ogenblik in werking gesteld kan worden. Verder moet de Commissaris eens in de vier jaar'een officieel bezoek brengen aan alle gemeenten in de provincie.

Ambtenaren

Het provinciaal bestuur wordt terzijde gestaan door een ambtelijk apparaat, dat de beslissingen voorbereidt en met de technische uitvoering van de door gedeputeerde en of provinciale staten genomen besluiten belast is. In grove lijnen onderscheidt men de drie volgende diensten:
• de provinaiale griffie;
• de provinciale waterstaat;
• de provinciale planologische dienst (PPD).

De leiding van de griffie berust bij de griffier, terwijl bij de waterstaat en bij de planologische dienst een hoofddirecteur voor de gang van zaken zorg draagt. In de dagelijkse leiding wordt hij bij elk van deze diensten bijgestaan door een directeur.

Het leeuwedeel van de uitgaven van de provincie gaat naar de sectoren „waterstaat en wegen" en „algemeen bestuur".

Onder dit laatste onderdeel vallen onder ander de kosten gepaard gaande met het uitbrengen van adviezen aan de regering, het toezicht op de gemeentebegroting, die door GS goedgekeurd moet worden, en de bestemmingsplannen der gemeente.

STREEKPLAN 

Behalve het vorengenoemd provinciaal toezicht op de gemeentelijke planologische activiteiten, heeft de provincie ook een eigen planologische taak, die zijn neerslag vindt an het vaststellen van streekplannen, die de (ruimtelijke) ontwikkeling van een bepaalde regio in een aantal hoofdlijnen aangeeft. De gemeentebesturen moeten bij het ontwerpen van hun bestemmingsplannen rekening houden met de door de provincie uitgestippelde lijn met betrekking tot het, gebied waar de gemeente in gelegen is.

Bovendien draagt het provinciaal bestuur door het toezicht op de waterschappen, zuiveringsschappen, dijkkringen, polders, hoogheemraadschappen, enz., een grote verantwoordelijkheid voor het waterstaatkundige wel en wee van de provincie.

En dan niet te vergeten de wegen, waar de provincie vanouds zorg voor draagt. Het rijk legt immers alleen de primaire wegen aan en laat de aanleg en het onderhoud van de „secundaire" wegen aan het provinciaal bestuur over, dat deze taak behartigt aan de hand van een „provinciaal wegenplan". Zo'n wegenplan wordt vanzelfsprekend van tijd tot tijd en naar behoefte gewijzigd.

De in 1966 tot stand gekomen Wet Uitkering Wegen verplicht het rijk tot het vaststellen van een nieuw rijkswegenplan en provinciale staten van elke provincie tot het vaststellen van een nieuw secundair en tertiair wegenplan en een nieuwe verdelingsverordening, die mede de quartaire wegen omvatte. 

PROVINCIEFONDS

De taak van de provincie breidt zich de laatste jaren gestadig uit en zij omvat in de ruimste zin des woords de bevordering van maatschappelijke, economische en culturele belangen, voor zover deze de gehele provincie betreffen. Daarbij krijgt de subsidiëring van verschillende culturele manifestaties en Instellingen een al maar belangrijker plaats.

Het is derhalve niet zo verwonderlijk dat hoe langer hoe meer provincies met tekorten gaan kampen. Tekorten die men in de provincie toeschrijft aan het achterblijven van de inkomsten, die vrijwel geheel en al uit het provinciefonds komen. Uit dit fonds worden aan de provincies uitkeringen gedaan, en wel 1/3 van de middelen van het fonds naar evenredigheid van het aantal inwoners van elk der provincies. 1/3 naar verhouding van de oppervlakte en de rest in gelijke delen. Het provinciefonds wordt elk jaar weer gevoed door een bepaald percentage van de opbrengst van de belangrijkste rijksbelastingen.

Het streven van de rijksoverheid ten aanzien van de provincies blijft erop gericht dat „geen provinciale dissonant de harmonie van het rijksorkest zal verstoren". En dat kost geld. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 21 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Betekent de provincie iets voor de burger ?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 21 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken