Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eerste plan tot gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eerste plan tot gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee

123 jaar geleden

12 minuten leestijd

In 1848, het jaar waarin men was begonnen met de uitvoering van het droogmaken van de Haarlemmermeer, verscheen van Kloppenburg en Faddegon een plan tot droogmaking van het zuidelijk gedeelte van de Zuiderzee onder de lijn Enkhuizen-Stavoren. Na dit plan volgde een reeks van plannen tot uiteindelijk het plan van ir. Lely ten uitvoer zou worden gebracht.

De bodem van de voormalige Zuiderzee getuigt van een steeds voortdurende strijd tegen het opdringende water. Bij tal van zware stormen vielen telkens grote stukken land ten offer aan de zee. Het Flevomeer — het Val van Urk — was in de Romeinse tijd het grootste meer.

Door een reeks van stormen en stormvloeden spoelden de veengronden rondom dit meer steeds meer weg. Ook de geleidelijke daling der kust werkte er toe mee, dat de Zuiderzee in circa 1300 een oppervlakte verkreeg die zij tot 1932 behield. Alleen de hogere plaatsen bleven als eilanden over, nl. Wieringen, Urk, Marken en Schokland. Tot 1932 bleef de Zuiderzee een constante bedreiging voor de bewoners van deze eilanden en de kuststreken,

Bij de stormvloed van 1916, toen het water hoger kwam dan ooit tevoren — het kwam tot bij de Zaan — is men gaan inzien dat langer uitstel van de drooglegging zeer nadelig zou worden. Wat zou het beeld zijn geweest bij de stormramp van 1953, als de afsluiting van de Zuiderzee niet had plaats gevonden?

Simon Stevin

Er zijn heel wat plannen gemaakt om de Zuiderzee in te perken, In 1667 was er een geniaal plan van Simon Stevin (1548-1620) een Vlaams Wis- en Werktuigkundige en Generaal-Kwartiermeester van Prins Maurits. Dit plan beoogde echter het terugdringen van het zoute water. Het winnen van land was voor hem nog maar bijzaak.

Na het plan Kloppenburg en Faddegon volgde een reeks van plannen. De Rijkswaterstaatsingenieur Van Diggelen liet in 1849 zijn plan verschijnen onder de titel „De Zuiderzee, de Friese wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en droogmakerij".

Nadien waren het Beyerlnk (1866), Opperdoes Alewijn (1866-1873), Stieltjes (1870), Kooy (1870), Huet (1875-1895), Leemans (1875), Wenmaekers (1883) en Buma (1883), die hun plannen ontvouwden.

Plan-Leemans

Het plan Leemans bracht het oorspronkelijk nog het verst, want minister Heemskerk diende dit plan In 1877 als wetsontwerp In, doch na een ministerswisseling werd het weer ingetrokken. Dit plan betrof evenals het plan Kloppenburg en Faddegon het zuidelijk gedeelte van de Zuiderzee, doch de afsluitdijk lag veel lager nl. op de lijn tussen Enkhuizen en Hoorn naar Kampen.

Ondanks al deze plannen was er bij de bevolking een volkomen gebrek aan belangstelling voor de uitvoering daarvan; soms stond men er fel tegenover.

Adviseur

Maar desondanks werd in 1866 door particulieren de Zuiderzeevereniging opgericht, welke ir. Lely benoemde tot haar adviseur. In 8 nota's werd dit plan uitgewerkt in de periode van 1887-1891. De vereniging maakte in woord en geschrift krachtig propaganda voor de inpoldering.

In 1892 stelde ir. Lely, intussen minister van Waterstaat geworden, een staatscommissie in, om het plan te onderzoeken. Deze commissie keurde het plan in 1894 goed, na het aanbrengen van enige wijzigingen, voornamelijk ten aanzien van de vorm van de Noordoost- en de Zuidoostpolder.

Uit de chaos van plannen, welke liepen van partiële indijkingen — Hoornse Hop, Wieringermeer en achter Schokland — tot de algehele drooglegging van de Zuiderzee en Waddenzee, met daartussen tal van vormen met en zonder afsluitdijk, was dan eindelijk een degelijke uitvoeringsbasis geconstrueerd. Het wetsontwerp-Lely werd in 1916, nog weer gewijzigd, ingediend en op 31 maart en 13 juni 1918 respectievelijk door de 2e en Ie kamer aangenomen en als wet afgekondigd op de 14e juni 1918 (Staatsblad 354).

Met dit plan zouden dan 220.000 ha worden drooggelegd en 125.000 ha zoetwaterbassin overblijven van de Zuiderzee.

Maar nog was men er niet. Fel was soms het verzet tegen dit plan.

Doch de Zuiderzeeraad, die tot taak had adviezen te verstrekken omtrent de droogmakingswerkzaamheden,' wist deze aanvallen te keren. Wel had nogmaals een vertraging plaats in de uitvoering toen jhr. ir. D. J. de Geer, als minister van Financiën, meende dat de conclusies van de Zuiderzeeraad niet aanvaardbaar waren. Nadien werd het totale plan bij wetsontwerp in 1925 nogmaals gewijzigd. Ook dit plan heeft later verscheidene wijzigingen ondergaan en ook heden wordt er nog aan het in laatste stadium verkerende gedeelte van uitvoering gedokterd.

Intussen was men op 29 juli 1920 begonnen met de afsluiting van het Amsteldiep, tussen de Noordhollandse kust en het eiland Wieringen. Dit werk kwam in 1925 gereed. De lengte van deze dijk was 2.5 km.

Aan de 29 km lange afsluitdijk Wieringen-Zurich werd in 1927 begonnen. De afsluitdijk kwam gereed onder leiding van directeur-generaal van de Zuiderzeewerken, dr. ir. W. J. P. de Blocq van Kuffeler. De dijk loopt van Den Oever dwars door een aantal geulen — het diepste bijna 13 m — naar Zurich.

Minister

Ook in 1927 begon men reeds aan de bedijking van de eigenlijke Wieringer meerpolder. Tijdens de uitvoering der werken komt op 22 januari 1929 een einde aan het leven van ir. Lely. Ir. Lely, geboren in 1854, is een man geweest van grote gaven en een onverzettelijke energie.

Zeer vele teleurstellingen en een volhardende strijd tegen hen ^ die het steeds weer beter wisten heeft hij moeten doorstaan. Na zijn studie te Delft was hij werkzaam als landmeter, opzichter der spoorwegen en werkte hij mede aan de bouw van een sluis. In 1886 werd hij zoals eerder is beschreven, ingenieur der Zuiderzeevereniging. Vervolgens in 1891 minister van Waterstaat. In 1887 wordt hij voor de tweede maal minister. Van 1902 tot 1905 was hij Gouverneur van Suriname.

Nadat in 1901 zijn wetsontwerp door het ministerie Kuyper was ingetrokken, werd hij voor de derde maal minister In 1913. In 1918 wordt de kroon op zijn werk gezet. En aan het begin van de uitvoering van dit machtige plan komt Lely in 1929 te overlijden. Naar hem werd het elektrisch gemaal voor de Wieringermeer nabij Medemblik genoemd. De onthulling van zijn standbeeld had op 23 september 1955 plaats door H.M. Koningin Juliana.

28 mei 1932

De gloriedag van de afsluiting van de Zuiderzee is wel de 28e mei 1932, als te 13.02 de Vlieter wordt afgesloten. Toen de laatste bakken keileem in het gat waren gestort, richtte ir. Telders zich tot de aanwezige minister van Waterstaat met de woorden:

„Excellentie, wij hebben uwe opdracht vervuld, de Zuiderzee is afgesloten".

 Ja, de Zuiderzee was dood! 

In deze dijk zijn twee series spuisluizen aangebracht nl. bij Den Oever een schutsluis met 15 uitwaterlngssluizen, bij Kornwerderzand met 10 uitwateringssluizen en verder nog 2 scheepvaartsluizen. Op de plaats waar de laatste opening van de dijk werd aangevuld, is een door Dudok ontworpen uitkijktoren opgericht. Het in deze toren aangebrachte en door Hildo Krop ontworpen monument stelt voor: drie arbeidende steenzetters met de spreuk:

„Een volk, dat leeft, bouwt aan zijn toekomst".

De hoogte van de waterkering van de dijk ligt op 7 1/4 m NAP en de weg op 4 m NAP. De breedte van de dijk is ongeveer 90 m.

94 miljoen

De totale kosten bedroegen destijds ƒ 94 miljoen. Inmiddels kwam op 29 juli 1929 de Wieringermeerdijk gereed en viel deze polder op 21 augustus 1930 droog. Op het ir. Smedingplein te Wieringerwerf bevindt zich een monument ontworpen door Theo van Reijn, voorstellende een maaier met als opschrift: „Hier werd een toekomst geboren. Bouwt voort".

Voor de drooglegging van de Wieringermeer was nabij Andijk (N.H.) een kleine proefpolder aangelegd, om na te gaan welke gewassen het eerst en het best geteeld konden worden. De oppervlakte van de Wieringermeerpolder is 20.000 ha. Op 18 april 1945 werd deze polder opnieuw onder water gezet door de Duitse Weermacht. Direct na de bevrijding werd begonnen met het herstel van de dijk. Op 11 december 1945 viel de polder voor de tweede maal droog.

De bedijking van de Noordoostpolder had plaats in de periode van 1936 tot 1942. Deze ringdijk heeft een lengte van 54 km. De oppervlakte van de Noordoostpolder is 48.000 ha.

Flevoland

Oostelijk Flevoland werd in 1950 in uitvoering genomen en kwam in 1957 droog. Aansluitend hieraan ligt gescheiden door de Knardijk, Zuidelijk Flevoland. Zonder de Knardijk (22 km) hebben beide polders een ringdijk van 138 km. De sluiting van de dijk van Zuidelijk Flevoland had in 1967 plaats en de drooglegging van de polder in 1968. Het gezamenlijk oppervlak van deze polders onder de naam Flevoland, is 97.000 ha.

Een gedeelte van de bedijking van de Markerwaard is gereed. Binnenkort zal worden begonnen met de aanleg van het resterende gedeelte van de dijk Enkhuizen-Lelystad. Het dan nog resterende gedeelte van de bedijking staat nog niet geheel vast. Bij de uitvoering van de oorspronkelijk geprojecteerde bedijking (1970) zou de Markerwaard een oppervlakte verkrijgen van 56.000 ha. Het vroegere eiland Marken, dat door een tijdelijke dijk met de kust van Noord-Holland is verbonden, zou in deze polder worden opgenomen. De Gouwzee en het Hoornse Hop zijn nog onderwerpen van bespreking. 

De polder zo wijd.
Die de glorie verspreidt
Van Neerlands levende kracht. 

Van de voormalige Zuiderzee blijft dan een zoeterwatermeer met een oppervlak van circa 110.000 ha over, dat de naam IJsselmeer draagt. De grootste diepte daarvan is 5.40 m, nl. bij Urk. In totaal is dan ongeveer 221.000 ha op de zee heroverd.

De Wieringermeer en de Noordoostpolder zijn opgebouwd als een in hoofdzaak zuiver agrarisch gebied in overeenstemming met de oorspronkelijke opzet van de Zuiderzeewerken. Wel zijn er enige industriekernen en een aantal recreatiemogelijkheden in deze polders zoals het 600 ha Robbenoordse bos in de Wieringermeer en het 2000 ha grote bos bij Kraggenburg in de Noordoostpolder waar ook de openluchtlaboratoria ,voor waterbouw en luchtvaart zijn gevestigd.

In sterke afwijking van de twee eerder genoemde polders is echter in Flevoland meer ruimte beschikbaar ten behoeve van de industrie en de openluchtrecreatie. Vooral aan de recreatie langs het Gooi-, Eem-, Veluwe-, Dronter- en Vossemeer, gelegen tussen de oude Zuiderzeekust en Flevoland, is zeer veel aandacht besteed.

Binnenvisserij

Ten noorden van Swifterbant bevindt zich een viskwekerij van de organisatie ter verbetering van de Binnenvisserij op een 220 ha groot terrein. Hier wordt pootvis gekweekt die elders in Nederland wordt uitgezet o.a. snoek, karper en snoekbaars. Ten oosten van Ketelhaven treffen wij het 800 ha grote Roggebotbos, het Revebos en het Abbertbos groot 700 ha aan.

Het zijn de „oudste" bosaanplantingen van Flevoland van 1958/1959. Zij zijn volledig ingericht voor de recreatie met wandelroutes, fietspaden, vis- en picknickplaatsen. In KeteUiaven verrijst een recreatiecentrum van de NV Buitenstee met 112 buitenhuisjes op een terrein van 7.5 ha. Ten westen van Biddinghuizen en nabij Lelystad zijn eveneens vis- en picknickplaatsen resp. „De Ederkarper" en „De Zalm" aangelegd. De eerstgenoemde is o.a. ook uitgerust met een vissteiger voor minder validen. De „Kamperiioek" nabij de brug die Flevoland en de Noordoostpolder verbindt is een natuurterrein welke dienst doet als vogelpleisterplaats.

Zuiderzeemuseum

In 1930, twee jaar voor de afsluiting van de Zuiderzee, werd te Enkhuizen een tentoonstelling georganiseerd, die gewijd was aan een bepaald aspect van de Zuiderzeecultuur. In 1950 werd aldaar het binnenmuseum van het Zuiderzeemuseum geopend.

Om de Zuiderzeecultuur zoals deze tot de afsluiting gefunctioneerd had zo volledig mogelijk in stand te houden, werd In 1968 begonnen met de opbouw van het buitenmuseum. Het gehele project zal pas na 1980 gereed zijn. Er wordt naar gestreefd reeds voor die tijd een deel voor het publiek open te kunnen stellen.

Ketelhaven in Flevoland heeft een museum voor scheepsarcheologie. In dit museum wordt niet alleen aandacht besteed aan de scheepsbouwhistorie en de scheepvaartgeschiedenis, maar tevens aan de geschiedenis van het huishoudelijke materiaal, in de vorm van complete huishoudelijke inventarissen uit de 14e tot de 20e eeuw.

In de bijbehorende conserveringsateliers, die eveneens bezichtigd kunnen worden, is o.m. te zien, hoe wrakstukken van de in de zeebodem gevonden schepen met polythyleenglycol worden behandeld.

Scheepswrakken

Bij het droogmaken van de IJsselmeerpolders komen behalve bewonlngssporen uit het verre verleden ook vele scheepswrakken aan het licht: tot nu toe 20 in de Wieringermeerpolder, 165 in de Noordoostpolder en 115 in Flevoland. In het resterende gedeelte IJsselmeer zijn er nog meer dan 10. Stellig zullen er nog meer worden gevonden. In de scheepswrakken wordt er behalve huishoudelijk materiaal, munten en materiaal voor het herstel en onderhoud der schepen ook resten van de lading terug gevonden wat herinnert aan de handelsvaart van weleer en de relatie tussen de verschillende naties. Even uniek is het oude scheepsbouwconstructies aan reële scheepsresten te kunnen waarnemen. Het oudste scheepswrak uit de polders dateert uit de 11e eeuw.

In het midden van de expositie is een wrak van een koopvaardijschip geplaatst dat circa 1650 verging. Ook op Schokland (NOP) is een museum van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders.

Het ligt recht tegenover Ketelhaven. In het oude kerkje van de vroegere Middelbuurt uit 1834 en in de omliggende gebouwen is het museum ondergebracht. Daar worden vondsten getoond die betrekking hebben op de biologie, prehistorische dierresten, geologie en archeologie, de bewoningsgeschiedenis van het Zuiderzeegebied en het Geologische Reservaat van P. v.d. Lijn.

Vraag

De vraag van nu is: Is er nog voldoende belangstelling voor hetgeen sedert 14 juni 1918 werd gepresteerd aan durf, kracht en kunnen van Nederland? Een enorm stuk werk is tot stand gekomen. Het leven van de Zuiderzee is mooi geweest, maar door de drooglegging werd aan 3000 vissers een bestaan ontnomen.

Van verre landen komen nu knappe mannen om te zien en te bewonderen hetgeen tot stand werd gebracht door de uitvoering van de Zuiderzeewerken. Een blik in het verleden leert ons, dat durf gepaard aan ondernemingsgeest ons land groot en belangrijk hebben gemaakt.

Wij moeten echter nog voort bouwen, het werk is nog niet voltooid. Hetgeen gereed kwam was een fascinerend werk. De realisering daarvan heeft Nederland veel geld gekost.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 26 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Eerste plan tot gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee

Bekijk de hele uitgave van maandag 26 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken