Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Overdag werken en toch een beroepsopleiding volgen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Overdag werken en toch een beroepsopleiding volgen

HOE WERKT HET LEERLINGWEZEN ?

4 minuten leestijd

Voor de jongelui, die nadat zij 9 jaar of langer volledig onderwijs hebben gevolgd (bijv. ni de lagere school: lager beroepsonderwijs, mavo of ander voortgezet onderwijis deels of volledig hebben gevolgd) en er de voorkeur aan geven om in öe praktijk te gaan werken en zich aldus te specialiseren in een beroepsriehting, beslaat de mogelijkheid een beroepsopleiding te volgen in- het kader van het leerlingwezen.

Onder het leerlingwezen wordt verstaan een opleiding in de praktijk van een bepaald beroep en, in samenhang hiermee, algemeen en op het beroep gericht onderwijs. Op 31 juli 1968 is hiervoor een afzonderlijke wet in werking getreden: de wet op het leerlingwezen.

De praktijkopleiding wordt verzorgd door een opleidingsbedrijf onder leiding van een leermeester of patroon (patronen), gedurende vier of vijf dagen per week.

Het algemeen en op beroep gericht onderwijs wordt op school gegeven, gedurende één dag (parttime-onderwijs) of een halve dag en twee avonden (serai-parttime-onderwijs) of drie avonden (avondonderwijs) per week. De scholen gaan met medewerking van het bedrijfsleven steeds meer over tot het parttime-onderwijs, vooral voor de jongere deelnemers. Afhankelijk van de opleidingsrichting wordt dit algemeen en op het beroep gericht onderwijs gegeven vooral aan lagere technische scholen, aan scholen voor huishoud- en nijverheidsonderwijs en scholen voor, economisch en administratief onderwijs.

Steeds meer echter wordt het streven gerealiseerd om voor de jongeren-in-opleiding volgens het leerlingwezen aparte scholen op te richten (streekscholen). Momenteel zijn er 17 van deze zelfstandige scholen, waarvan drie voor de meer specifieke meisjesberoepen.

Zowel het bedrijf als de school moet aan-bepaalde wettelijke voorwaarden voldoen om de teerlingen op te leiden. In de keuze van bedrijf en school is iedere leerling vrij, met inachtneming natuurlijk van de gewenste beroepsriehting.

Toelating

Als eis van toelating kan ten hoogste worden gesteld het bezit van een diploma van een school voor lager beroepsonderwijs of hét gevolgd hebben van gelijkwaardig algemeen voortgezet onderwijs. Dit betekent dat, met inachtneming van de toelatingseisen vermeld in het programma dat voor de desbetreffende opleiding is vastgesteld, in verschillende gevallen ook met een geringere vooropleiding kan worden volstaan.

Het gevolg hebben van een vorm van beroepsonderwijs is dus niet altijd een vereiste, maar kan noodzakelijk zijn, omdat het leerlingwezen ten slotte een beroepsspecialisatie biedt. Bij scholen voor beroepsonderwijs denken wij hierbij dan aan: lagere technische scholen, scholen voor lager huishoud- en nijverheidsonderwijs, speciale vakscholen zoals scholen voor bakkers/banketbakkers, slagers e.d.

Zoals al opgemerkt is, is het ook mogelijk om een vorm van algemeen voortgezet onderwijs, zoals lager of middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (LAVO of MAVO) als voorafgaand onderwijs te hebben gevolgd.

Om aan een opleiding volgens het leerlingwezen te kunnen deelnemen, wordt ;en leerovereenkomst gesloten. Deze leerovereenkomst wordt — voorzover het een minderjarige-leerling betreft — aangegaan tussen de patroon en de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling, meestal een ouder. Zowel de patroon als de leerling heeft hierdoor de plicht zich aan „de regels van het spel" te houden.

De patroon verplicht zich de leerling een opleiding in de praktijk van een bepaald beroep te geven overeenkomstig een door de overheid goedgekeurd praktijkprogramma en de leerling daarnaast de gelegenheid te bieden naar school te gaan. De leerling is verplicht zich in het bedrijf en op school zijn taken' zo goed mogelijk te vervullen.

Duur opleiding

De opleiding in het leerlingwezen wordt onderscheiden in een primaire en een voortgezette opleiding. Al naar gelang de vooropleiding is de duur van de primaire opleiding gewoonlijk twee of drie jaar. De duur van de voortgezette opleiding be­draagt tenminste een jaar. Zowel de pri­maire als de voorgezette opleiding worden afgesloten met een examen, dat een praktijk- en een theoriegedeelte omvat. Dege­ne, die — nadat hij het gehele examen heeft afgelegd — alleen slaagt voor het praktijkgedeelte, kan een praktijkgetuig­schrift ontvangen. De geslaagde voor belde gedeelten ontvangt het diploma leerling­wezen. 

Landelijke en regionale organen

Omdat de opleiding volgens het leerlingwezen een praktijk- en een onderwijsgedeelte kent, is hier — in tegenstelling tot het fulltime-onderwijs — niet alleen de school bij betrokken.

'Er zijn zg. landelijke en regionale organen, die in samenwerking met de scholen de plicht hebben om.de ontwikkeling van het leerlingwezen te bevorderen. De landelijke organen (zie bijgevoegd overzicht) zijn per beroepengroep (metaal, bouw schilderen, textiel e.a.) werkzaam. Zij dragen zorg voor de samenstelling van de eerdergenoemde praktijkprogramma's en zien er op toe, dat de praktijkopleiding in de bedrijven goed wordt uitgevoerd. Dit laatste gebeurt door de landelijke consulenten.

Welke beroepsrichtingen?

De opleidingen in het leerlingwezen zijn alle toegankelijk zowel voor meisjes als jongens. Momenteel bestaan er ruim 300 opleidingsrichtingen. Enkele hoofdrichtingen en beroepen zijn: metaalbewerken, autotechniek, sanitairtechniek, centrale verwarming, bouw, hout, schilderen, procestechniek, grafische industrie, textielindustrie, schoenindustrie, havenbedrijf, horecabedrijf, agrarisch bedrijf, (banketbakker, slager, kapper, kleuterverzorging, bejaardenverzorging, gezinshulp, opticien. Sind.s kort kan ook gekozen worden uit opleidingen in de economisch-administratieve sector en die van de detailhandel. 


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Overdag werken en toch een beroepsopleiding volgen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken