Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uiting van zorg en nood over godsdienstonderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uiting van zorg en nood over godsdienstonderwijs

Belgische protestanten in „Open Brief"

6 minuten leestijd

Enkele Belgische Protestantse predikanten en anderen hebben zich met een „open brief" van zorg en nood aangaande het protestants godsdienstonderwijs tot het eBrgisch protestantisme gericht. Zij zijn tot deze brief gekomen vanwege een steeds groeiende bezorgdheid die niet alleen bij henzelf leeft, maar ook tot uiting komt in het kerkelijk leven waarin zij verkeren. Ondertekenaars van deze brief zijn ds. G. Bosveld te Torhout, ds. Fr. de Meester te Mol, ds. A. A. Kleyne te Gent, dhr. J. K. Overbeeke te Berchem (Antwerpen) en ds. S. J. van der Laan te Antwerpen.

In een speciale editie van „De Kruisbanier", het algemeen Vlaams evangelisch weekblad" wordt meer aandacht aan deze brief gewijd. 

De zaak zit als volgt in elkaar. Vier mogelijkheden 

De Belgische Onderwijswetgeving voorziet vier keuzemogelijkheden voor de geestelijke vorming van de schoolgaande jeugd: de R.K. godsdienst, de Joodse godsdienst, de Protestantse godsdienst en dé niet-confessionele zedenleer. De inrichting van de cursus Protestantse godsdienst is door de wetgeving opgedragen aan de Synode van de Protestantse Kerk van België, vertegenwoordigd in de voorzitter van de Synode. Deze heeft de bevoegdheid tot benoeming en beoordeling van het onderwijzend personeel, zij het dan in overleg met de eveneens door haar benoemde raad van inspecteurs. 

Het is duidelijk dat deze wettelijke regeling geen rekening houdt met de feitelijke interne situatie van het protestantisme. De Protestantse Kerk in België groepeert immers een minderheid van het aantal Belgische Protestanten. Interne spanningen van ernstige aard hebben zich vrijwel nooit voorgedaan, ook al zou het redelijk zijn geweest als de PKB ook de andere kerken (niet alleen van binnen maar ook van buiten de Federatie van Protestantse kerken) in de beleidskeuken toe had gelaten, en dit volgens rechtvaardige criteria.

Ten diepste

Als de spanningen binnen het protestants godsdienstondei-wijs de laatste tijd echter gestadig zijn toegenomen, ligt de diepste oorzaak daarvan niet alleen, of zelfs voornamelijk, op het organisatorische, maar op het principiële vlak. Ze zijn dus van veel ernstiger aard. Velen zijn zeer bezorgd over de toenemende invloed van de bijbelkritiek, van een nieuwe moraal, en van een marxistisch getinte theologie op het protestantse godsdienstonderwijs. Die bezorgdheid dateert niet van vandaag of gisteren.' Zij is vele malen in een of andere vorm op godsdienstleraarsvergaderingen ter sprake gekomen of in persoonlijke gesprekken door ouders ter kennis gebracht. Zij mag dus bij de godsdienstinspectie en de Synodale directie van de PKB voldoende bekend worden geacht. 

Op dergelijke vergaderingen kan deze zaak echter nog gereduceerd worden tot een persoonlijk standpunt of als voortkomend uit een bepaalde kerkelijke hoek, zelfs als die steun vindt bij een belangrijk deel van het Belgisch protestantisme. De zaken blijven echter niet beperkt tot een godsdienstleraarsvergadering, waarop nieuwe moraal een theologie der revolutie lichtvoetig worden voorgedragen. Ware dat het geval, en bereikte dit alles de kinderen niet, dan bleef de schade beperkt. 

Maar mag een reformatorisch gelovige, die de Bijbel liefheeft, omdat hij daarin de weg des behouds en de betrouwbare leidraad voor zijn leven heeft gevonden, nog zwijgen als diezelfde Bijbel aan zijn kinderen wordt voorgesteld als een onbetrouwbaar boek? Mogen wij nog langer zwijgen als ouders met klachten bij ons komen omdat ze uren bezig zijn hun kinderen te vertellen dat hun godsdienstleraar het mis heeft als hij hen verteldt dat de doortocht door de Schelfzee, de wonderbare broodvermenigvuldiging, en tientallen andere wonderdaden van de Here onze God niet letterlijk moeten worden opgenomen? Aldus vragen zich de briefschrijvers af. 

Wat moeten we zeggen als een vader bij ons komt klagen omdat een leraar tegen zijn dochter vertelt, dat het boek Openbaring eigenlijk min of meer overbodig en onbetrouwbaar is? Mogen wij stilzwijgend toelaten dat kinderen in de cursus godsdienst blootstaan aan propaganda voor een bepaalde linkse maatschappijopvatting? En wie van ons heeft al niet van ouders gehoord, dat zij zich met angst afvragen WIE in het komend schooljaar de leraar van hun — vaak kleine — kinderen zal zijn? 

Als het ons en niet onze kinderen raakte, aldus de „open brief" dan was er geen probleem. Wij kunnen ons verweren. Maar mogen wij het ONZE KINDEREN aandoen om in deze spanning te moeten leven? Als „protestantjes" zijn ze al in een minoritaire situatie, moeten ze nu ook nog op de godsdienstles in. een frustrerende situatie gebracht worden? Het is toch buiten discussie dat alleen de ouders het recht hebben de geestelijke opvoeding voor hun kinderen te bepalen. De door de wetgeving voorziene keuzemogelijkheid bedoelt hierin te voorzien. Maar nu blijkt integendeel uit vele gevallen dat aan de kinderen een onderricht wordt gegeven dat indruist tegen de wil en de diepste overtuiging van de ouders.

Ontwikkelingen

Nadat reeds lange tijd klachten op allerlei wijze de verantwoordelijke instanties bereikt hebben, meenden wij niet langer te mogen zwijgen. 

1. Midden november werd in Antwerpen een vergadering gehouden, waarin deze bezorgdheid tot uitdrukking werd gebracht. 

2. Kort nadien verscheen in het maandblad van de Gereformeerde Kerk van Denderleeuw een openbaar stuk over deze zaak. 

3. In de eerste helft van februari vond er een gesprek plaats met de inspectie van het protestants godsdienstonderwijs. Daarin werd niet alleen deze nood onder ogen gebracht, maai ook werden de vier mogelijke oplossingen voorgesteld. 

4. Door dit schrijven wil men de gehele kwestie onder het oog brengen van ouders, predikanten en kerkeraden, alsook van de godsdienstleraars. Allen die betrokken zijn bij het protestants godsdienstonderwijs hebben het recht thans op de hoogte te worden gebracht van deze situatie, om zo mee te denken en te werken. Men kan tenminste spreken, waarschuwen, bezorgdheid uiten, geheel afgezien van het resultaat, in het verlangen dat onze kinderen en die van onze geloofsgenoten nog meer droevige ervaringen zullen bespaard blijven, maar dat ze integendeel degelijk onderwezen zullen worden in de leer der reformatie die deze schoolcursus bedoelt te verbreiden. De grote reformator Luther heeft gezegd: „Maar het woord zullen ze laten staan". Dat verlangen wij ook. Niet meer. Niet minder! Zo zeggen de briefschrijvers.

Bijbeldag

Het is niet toevallig dat deze brief juist op dit moment wereldkundig is gemaakt. Binnen korte tijd zullen twee Belgische Protestantse synoden bijeenkomen. Korte tijd geleden is de Bijbeldag gehouden in Antwerpen waar aanzienlijk meer mensen aanwezig waren dan voorheen het geval is. Het motto van dè Bijbeldag was: „Gehoorzaamheid aan Gods gezag". 

Wij willen hier aan toevoegen dat het RD eerder al aandacht heeft gewijd aan de uiterst moeilijke situatie van het Vlaamse protestantisme. B.v de School met de Bijbel te Genk groeit tegen de verdrukking in, mede dank zij steun vanuit Nederland. Ook publiceerden wij al artikelen over de Bijbelschool te Brussel. 

Meer echter nog dan het Rooms-Katholicisme dat de voortgang van het protestantisme in België in de weg staat, wordt de eigen geloofsovertuiging uitgehold door Schriftkritiek en moderne maatschappijkritiek. Tegen deze vijand in eigen boezem hebben de Vlaamse briefschrijvers zich verweerd in de hoop dat op de komende synoden pressie kan worden uitgeoefend. 

Reacties worden ingewacht bij ds. A. A. Kleyne, Burgstraat 13, te Gent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Uiting van zorg en nood over godsdienstonderwijs

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken