Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Soft drugs" nodig uit criminele sfeer halen

Krasse uitlatingen van 'bewindsvrouw' Vorrink Veenendaalse raad achter burgemeester

5 minuten leestijd

„Het is hoog tijd dat eens grondig onder de loep genomen wordt of „soft drugs" — zoals de hennepprodukten hasjies en marihuana — niet uit de criminele sfeer gehaald moeten worden." Dit is één van de krasse uitspraken van de kersverse minister van volksgezondheid en milieuhygiëne, mevrouw mr. Irene Vorrink.

Hoewel zij gistermorgen niet bereid was het achterste van haar tong te laten zien (over de regeringsverklaring wordt maandag gedebatteerd), staat het wel als een paal boven water dat er op het door ex-minister Stuyt achtergelaten departement in Leidschendam iets gaat veranderen. 

Fors geschut richtte de 55-jarige „bewindsvrouw" op de uitlating van de vroegere staatssecretaris van sociale zaken en volksgezondheid, dr. R. J. H. Kruisinga, dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen „hard en soft drugs". „E«n drugbeleid, dat hierop stoelt, is", zo beklemtoonde mevr. Vorrink, „ongenuanceerd en onwetenschappelijk". 

Het ex-Eerste-kamerlid voor de PvdA — die zichzelf een „politieke amateur" noemde — vond het „een uitstekend idee" van kabinetsformateur Burger om het abortusvraagstuk naar het parlement terug te spelen. Mr. Burger had voorgesteld om het op stapel staande regeringswetsontwerp van Van Agt en Stuyt, dat de abortus regelt, in te trekken, zodra de christen-democraten een nieuw initiatief-voorstel over deze kwestie op tafel gedeponeerd hadden. Dit confessionele wetsontwerp zou dan door de Tweede-Kamer afgewogen moeten worden tegen dat van de PvdA-kamerleden Lamberts en Roethof. Het kabinet-Den Uyl zou dan de taak op zich nemen om het door het parlement overgenomen voorstel uit te voeren.

GEEN STRUIKELBLOK

Anders dan voor mej. Anneke Goudsmit (D'SB) — die van het onderministerschap van justitie afzag — vormde het niet binden van de confessionelen aan een tijdslimiet, waarbinnen zij met hun voorstel klaar moeten zijn, voor mevr. Vorrink geen struikelblok. Toch achtte zij het Inderdaad niet uitgesloten dat de KVP, ARP en CHU „tot sint-juttemis" op zich zouden laten wachten. „Maar mijn deelneming aan dit progressieve kabinet wilde ik er niet op af laten sprangen", aldus de gloednieuwe minister. 

Mevr. Vorrink verklaarde uitdrukkelijk het abortus-heft zelf in handen te nemen. „Ik ben het zat dat een aantal mannen hun verlichte ideeën over abortus spuien. Ze krijgen zelf namelijk geen kinderen, weet u".

"Walgelijk" en „volstrekt verwerpelijk" noemde de opvolgster van minister Stuyt het idee om abortus deel uit te laten maken van een actieve bevolkingspolitiek. „Ik weiger mijn bandtekening te zetten onder een rapport of advies waarin zoiets aanbevolen wordt". Het „actieve" van het bevolkingsbeleid moest haars inziens liggen in „het driftig voorlichting over dit onderwerp geven".

BUNDELEN

Minister Vorrink — die zich in grote lijnen met de milieuproblematiek zal gaan bezig houden — adviseerde de talrijke actiegroepen, die hun activiteiten op dit terrein ontplooien, zich per regio te bundelen om op die manier meer resultaten te boeken. „Vele groepen praten zich onderling tegen", aldus de minister, die te kennen gaf geen tijd te hebben om dag in dag uit allerlei actiegroepen te ontvangen. 

Staatssecretaris J. P. M. Hendriks (KVP) — naar eigen zeggen in politiek opzicht „een vrij onbeschreven blad papier" — hoopte van harte dat een volksverzekering tegen de ziektekosten in het leven kon worden geroepen. „Aan het einde van de rit — en we gaan er van uit dat het kabinet-Den Uyl de vier jaar uit zit — zal deze verzekering er moeten zijn", meende de onderminister.

De nieuwe volksverzekering moest zijns inziens gezuiverd zijn van ziekenfondsachtige elementen. „Het onderscheid tussen de particuliere en de fondspatiënt is discriminerend", zo zei hij. 

Aan staatssecretaris Hendriks is de volksgezondheid toevertrouwd. De definitieve taakverdeling tussen minister Vorrink en hem zal pas over een dag of tien bekend gemaakt worden. Het geweldige raakvlak tussen de volksgezondheid en de milieuhygiëne was er naar het oordeel van de „bewindsvrouw" de oorzaak van dat de scheiding der bevoegdheden zolang op zich liet wachten.

OOSTERSCHELDE

Evenals structurele wijzigingen op het gebied van de gezondheidszorg worden ook de af sluiting van de Oosterschelde en het inpolderen van de Markerwaard beslissingen van het gehele kabinet. Bij dit besluit leg ik mij neer", aldus mevr. Vorrink. 

Over de nieuwe IJsselmeerpolder en de Schelde-arm zal gesproken worden in het kabinetsberaad, waarin tevens de regeringsverklaring onderwerp van gesprek zal zijn. Naar alle waarschijnlijkheid donderdag en vrijdag. In politiek Den Haag houdt men er rekening mee dat Den Uyl de beide kwesties zal aansnijden in de regeringsverklaring. 

Als haar persoonlijke mening — momenteel „politiek niet relevant" — gaf minister Vorrink dat men met dingen, die niet onmiddellijk te vervangen zijn. uiterst voorzichtig moet omspringen. Ze had er oog voor dat ten aanzien van natuur en cultuur eenmaal in gang gezet zijnde Ingrepen bijzonder moeilijk zijn terug te draaien. „Als er gerede twijfel is en bovendien een goed alternatief op tafel gedeponeerd wordt, zou ik voorop willen stellen: Haast je in zo'n geval alsjeblieft niet!", beklemtoonde mr. Vorrink, die niet naliet er op te wijzen dat dit voor zowel stadskernen als de Oosterschelde gold.

VERLANGLIJSTJE

Hoog op het verlanglijstje van staatssecretaris Hendriks staat ook de wet gezondheidsvoorzieningen. Hierbij zal de structuur van de centra van medische hulpverlening (zoals ziekenhuizen) onderworpen worden aan een stringente overheidscontrole. 

Maar voordat we ons hiermee intensief bezig kunnen gaan houden, moet eerst de begroting voor 1974 rond zijn", vertelde mevr. Vorrink. Daar zal keihard en in een waanzinnig tempo aan gewerkt moeten worden, wil alles op tijd in kannen en kruiken zijn. Normaal worden de werkzaamheden rondom de begroting reeds in februari ter hand genomen. Halverwege augustus zullen de cijfers op tafel moeten komen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken