Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Den Uyl: geen cijfers op tafel over woningbouw

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Den Uyl: geen cijfers op tafel over woningbouw

Onduidelijkheden over college geld

7 minuten leestijd

Voor de regering is de Schets van beleid van de christen-democraten „even belangrijk als het „Keerpunt van PvdA, PPR en D'66". De minister-president, drs. J. M. den Uyl, heeft hierover geen enkele twijfel laten bestaan. „Ik heb nooit beweerd", zo zei premier Den Uyl gisteravond — de tweede dag van de gedachtenwisseling over de regeringsverklaring, „dat de confessionele Schets slechts een zijlicht op Keerpunt zou werpen. Dat heb ik wel gezegd van de re­sultaten van het preconstituerende beraad op het program van dit kabinet, ge­vormd door Keerpunt en de Schets ".

Premier Den Uyl liet het niet bij woorden. Toen het bouwprogramma van het nieuwe kabinet ter sprake kwam, wilde hij vooralsnog geen streefgetal noemen, omdat de ministerraad daarover 'nog geen besluit had genomen, maar ook omdat het program van de confessionele partijen - in tegenstelling tot Keerpunt - niet van een bepaald aantal te bouwen woningen sprak. Het progressieve programma vindt, dat in 1977 170.000 huizen per jaar uit de grond gestampt moeten worden.

Ondanks de aandrang van de liberale oppositieleider Wiegel, die zijn kans rook, betoonde Den Uyl zich niet bereid om dit getal over te nemen. Men (de confessionelen) zou hem op grond daarvan ten laste hebben kunnen leggen, dat Keerpunt voor hem een belangrijker rol speelde dan het christen-democratische programma. Daarvan wilde de premier onder geen beding worden beschuldigd. „Het bouwprogramma en het streefcijfer zal pas bij de indiening van de begroting '74 in september bekend gemaakt worden, zoals dat telken jare het geval is geweest", verklaarde Den Uyl.

De geste werd in het christen-democratische kamp gewaardeerd. „De distantie tussen de AR en het kabinet is door de speech van de premier niet vergroot", merkte mr. Aantjes later In de avond op. Mr. Andriessen, KVPfractieleider, bromde nog wat na. Hij zei 't in strijd met de program-formule van het kabinet te hebben gevonden als de minister-president klakkeloos de cijfers van het Keerpunt had overgenomen. Overigens toonde ook hij er zich erg voldaan over dat dit niet gebeurd was. „De mentaliteit tussen de KVP en de PvdA vertoont niet meer zulke grote kloven", aldus Andriessen.

COLLEGEGELDEN

Minder tevredenheid bestond er In de Kamer over de regeling van de collegegelden. „De feitelijke situatie van de 1000 gulden zal voor het lopende studiejaar worden bevroren", zei Den Uyl. „Er zal bovendien een verrekening plaatshebben, zodat geen benadeling bestaat van de studenten, die de 1000 gulden wel hebben betaald. Deze vereffening geschiedt op grond van een stelsel van studiefinanciering voor 1974-1975. Eerder is het systeem niet in kannen en kruiken. Om het gat te dekken komt er een eenmalige overbruggingsregeling voor het komende studiejaar. Hierbij wordt het collegegeld 500 gulden met de mogelijkheid van een schuldbekentenis, die ha afloop van de studie wordt betaald. Afhankelijk van het inkomen van de afgestudeerde", zo deelde Den Uyl de Kamer mee.

Voor zowel Wiegel als Andriessen was de zaak nog niet helemaal duidelijk. „Betekent dit een terugschroeving van 1000 naar 500 gulden?", vroeg de liberaal zich af. Andriessen, die het ook niet allemaal vertrouwde liet weten dat verlaging van de collegegelden alleen per wetsaanpassing mocht geschieden.

STAATSSECRETARISSEN

Uitvoerig ging Den Uyl in op de bezwaren die verschillende fractievoorzitters hadden gemaakt tegen het grote aantal staatssecretarissen. „De uitbreiding werd mede bepaald door politieke overwegingen", gaf de premier toe. Hij wees er echter op, dat in het rapport van de commissie Van Veen - verschenen in het voorjaar van 1971 - nadrukkelijk de uitbreiding van het aantal staatssecretarissen bepleit werd. Het rapport dacht aan een totaal van zo'n 17 a 18 onderministers. „Met de benoeming van de staatssecretarissen is tijdens de langdurige formatiepogingen niets onoirbaars gebeurd", aldus Den Uyl.

VAN DAM

Een uitgebreide toelichting gaf de minister-president op de benoeming van Marcel van Dam als onderminister op volkshuisvesting. „Ik heb vastgehouden aan Van Dam", zo zei drs. Den Uyl, „vanwege diens kundigheid en omdat hij deel uitmaakte van het vóór de verkiezingen naar voren geschoven linkse deelkabinet, dat binnen drie maanden in Nederland iets veranderen zou". Hij voegde er aan toe, dat Van Dam tijdens de formatieperikelen verschillende malen van plan was het bijltje er bij neer te gooien, maar „dat heb ik hem ten sterkste ontraden". „Zeker nadat zijn bekwaamheid door sommigen in twijfel getrokken werd", zo beklemtoonde Den Uyl.

Op vragen van de KVP-er Kleisterlee, verklaarde de premier, dat de bezwaren van CRM-minister Van Doorn tegen Van Dam zich niet tegen diens persoon richtten. „De bewindsman meende, dat er op CRM onvoldoende plaats was voor de taak, die Van Dam zou gaan vervullen", aldus Den Uyl.

De motie van het DS 70-kamerIid dr. W. Drees, die het grote aantal staatssecretarissen als strijdig met het landsbelang veroordeelde, wees de ministerpresident als „niet opportuun en zelfs onjuist" van de hand.

PRIJSSTOP

Den Uyl wees er de Kamer op, dat in de regeringsverklaring bekendgemaakte verscherping van de prijsmaatregelen en met name de ingevoerde meldingsplicht van de komende prijsverhogingen- in zekere zin een prijsstop betekenen. „Juist omdat de aanmelding een maand van tevoren moet gebeuren".

„De vorm van de afspraken met het bedrijfsleven over het arbeidsvoor-waardenbeleid staat voor 1974 opnieuw ter discussie", zo merkte drs. Den Uyl op. Ook de mate van de te voor het volgend jaar te verwachten loonstijging zal bij het aanbieden van de miljoenennota en de begrotingen niet vaststaan. „Het forceren van een beslissing hierover is onmogelijk en ongewenst", aldus de minister-président. 

FISCALE POLITIEK

Premier Den Uyl deelde mee niet te kunnen ingaan op verzoeken vanuit de Kamer om nadere bijzonderheden te verschaffen over fiscale politiek van het kabinet voor 1974. Daarover zal op de komende Prinsjesdag opheldering verschaft worden. In de regeringsverklaring werd voor twee onderdelen een uitzondering gemaakt: de mededelingen, dat volgend jaar de BT'W niet omhoog gaat en een vermogenswinstbelasting voorgesteld zal worden. 

„Die mededelingen", aldus drs. Den Uyl,' „geven de richting aan voor de oplossing van het budgetaire. beleid. Ze vormen een onderdeel van ons anti-inflatiebeleid".

De liberale fractievoorzitter Wiegel probeerde nog nadere aanwijzingen te krijgen, omdat hij meende, dat de Kamer daarop recht had. Mr. Andriessen (KVP) wilde weten of de komende belastingmaatregelen in de directe dan wel in de indirecte sfeer zullen vallen. Premier Den Uyl volstond met te zeggen, dat zowel in het progressief program als in het christen-democratische percentages genoemd worden voor de stijging van de belastingdruk (respectievelijk 0,6 en 0,7 procent - red.). „Die uitgangspunten zal het kabinet handhaven", zei de premier. „De twee aangekondigde maatregelen vormen een onderdeel van een veel omvattend complex van maatregelen".

ANDERE PUNTEN

Andere punten, die de minister-president gisteravond in de Kamer aansneed waren:

• de Oosterschelde. Op korte termijn kan een rapport verwacht worden over de afsluiting van deze Schelde-arm. in afwachting daarvan gaan de afsluitingswerkzaamheden gewoon door.

• Het minimumloon. Dit zal met ingang van 1 juli aangepast worden aan de stijging van de lonen in het bedrijfsleven. .

• Het stakingsrecht voor ambtenaren. Het kabinet is hier een voorstander van.

• De inkomenspolitiek. Dit beleid zal niet beperkt worden tot de loontrekkenden. Bovendien wordt niet alleen aandacht geschonken aan de laagstbetaalden, maar tevens aan andere groepe uit de samenleving.

Oppositieleider Wiegel leverde ongezouten kritiek „op de lange waslijsten vol wensen". Waar is de rekening verstopt?, wilde de VVD-er weten. Hij liet weten „uit puur tactische overwegingen" geen moties óp de regeringstafel gedeponeerd te hebben, „wij hebben de tijd voor de tweede ronde".

Drs. Van Thijn, fractievoorzitter van de PvdA, had zijn verlanglijstje al klaar. Hij wilde van Den Uyl c.s.; een onmiddellijke verhoging van het minimumloon met twee procent, het geheel en al van de baari schuiven van de huurharraonisatie en het opvoeren van de woningbouw in de oude wijken. 

„Op dit soort concrete punten heeft zich de drang naar maatschappijvernieuwing", lichtte Van Thijn toe. De slachtoffers zijn: Gerrie Pasman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Den Uyl: geen cijfers op tafel over woningbouw

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken