Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onder een noemer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onder een noemer

Commentaar

4 minuten leestijd

De langste kabinetsformatie na de oorlog heeft Nederland het grootste kabinet in omvang opgeleverd. Maar ook is in politieke kringen nog nooit zo weinig vreugde geweest over de basis waarop het kabinet-Den Uyl is gestart. Sommigen zien het vier jaar - een gehele zittingsperiode - zitten, anderen menen dat bij de komende provinciale statenverkiezingen, die als een testcase worden beschouwd hoe het Nederlandse volk over Den Uyl denkt, de uitslag dermate teleurstellend voor de progressieven zal zijn, dat het nieuwe kabinet zijn rit zal moeten beëindigen.

Nu is meestal bij zulke verwachtingen de wens de vader van de gedachte; omdat ook wij weinig heil zien in dit kabinet, ligt de wens voor de hand dat er snel een ©inde aan zijn bestaan komt. Maar toch begeven wij ons niet in zulke speculaties. Immers, de Schrift zegt dat wij van gisteren zijn en niets weten en dan houden wij ons van zulke speculaties verre. 

Temeer niet omdat wij nu een kabinet zien optreden dat met een vastberaden koers de vaart heeft uitgezet om te landen in een maatschappij, die de duidelijke trekken van een niet-christelijke samenleving zal vertonen. Want dat heeft Den Uyl woensdag bij de replieken nog eens bevestigd door te herhalen wat hij reeds eerder zei, dat het beleid van dit kabinet vanuit een andere maatschappijvisie erop gericht is om tot een andere maatschappijstructuur te, komen, een maatschappijstructuur waarin de in elke wet voorkomende uitdrukking: "Wij Juliana bij de gratie Gods". snel tot het verleden zal behoren.

In deze visie is de overheid niets meer dan de hoeder van het algemeen be­lang, wat dat ook mag be tekenen, maar niet de door God geordi­neerde macht de goeden tot lof en de kwaden tot wraak. Vandaar ook dat zij in haar beleid zoveel aan­dacht heeft voor de inkomensver­houdingen in ons land. Nog geen enkele regering heeft zo overdiiidelijk meermalen in de afgelopen da­gen verzekerd, dat het een voor alle groepen in onze samenleving omvat­tend inkomensbeleid zal voeren, d.w.z. inkomens van  de laagstbe­taalden opvoeren en de hogere in­komens matigen, een inkomensni­vellering dus. Om dit te bereiken zal zij verschillende wegen bewan­delen. Nu al bijna de helft van ons inkomen aan de staat toevloeit uit hoofde van fiscale en sociale lasten stuit het verhogen van die druk op steeds grotere weerstanden, die zich uiten in het in werking treden van het afwentelings- mechanisme, want iedereen probeert zoveel mogelijk lasten van zich af te schuiven. 

Ook „het zwarte werken" tiert in ons land weer welig. De drukverhoging zal  daarom daar plaats hebben, waar zij het meest dienstbaar kan zijn aan  de nivellering, dus bij de successierechten, vermogens aanwasbelasting en in  de sfeer van de an­dere inkomsten, welke niet uit ar­beid voortvloeien. Anderzijds wil men alle  inkomensgroepen onder een collectieve arbeidsovereenkomst brengen. Dat het hierbij in het bij­zonder gaat over de  hogere inko­mens is duidelijk. Een apart vraag­stuk vormt hierbij nog de nevenin­komsten, die vooral in deze groep belangrijk kunnen zijn, in de vorm van commissariaten e.d. Vanuit dit streven heeft die kabinet bijzondere aandacht voor de kleine zelfstandi­gen. Immers dit is een groep in de samenleving, die het niet alleen moeilijk heeft om zich te handha­ven en desgewenst wel steun ver­dient, maar die ook voor de over­heid  de meest ongrijpbare is. Dit laatste is beslist niet iets wat deze „ordenaars" kunnen dulden. 

Nu is dit alles gemakkelijker gezegd dan gedaan; Immers hoe moeten de inkomensverhoudingen liggen? Wat mag een arts, meer verdienen dan een metselaar of een melkboer min­der dan een bakker? Wie zal  de grens bepalen? Tot nog toe werkte hier min of meer het marktmecha­nisme van vraag en aanbod en ge­groeide verhoudingen. Zo liggen er op dit terrein nog honderden vragen. 

Een van de wegen die tot een inko­mensbeleid kunnen leiden is de openbaarmaking van inkomens, zo­dat we precies van elkaar zullen we­ten wat we verdienen. De vakbewe­ging dringt reeds op deze stap aan welke ongetwijfeld ten gevolge zal hebben dat het polarisatiestreven in ons land weer een nieuwe impuls zal ontvangen. Afgust en jaloezie vinden nieuw voedsel en de ontevre­denheid zal nog meer toenemen. 

Nu bestaan  er ontegenzeglijk ongerechtvaardigde verschillen. Niet te loochenen valt, dat er zich aan de ene kant opeenhopingen van kapi­taal kunnen voordoen, terwijl aan de andere zijde men nauwelijks het hoofd boven water kan houden. Maar waanneer in het inkomensbe­leid niet het rentmeester zijn van wat God ons in dit leven toeschikt de grondslag is van het be­leid, is elk beleid gedoemd te falen. Want wie  „rentmeester" mag zijn. zal ijveren met hetgeen hij gekregen heeft, maar weet ook zelf te geven wat hij ontving. Dat betekent een inkomensbeleid, waaraan liefde ten grondslag ligt en niet afgunst. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Onder een noemer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken