Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schotse zending zit verlegen om Hollandse meisjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schotse zending zit verlegen om Hollandse meisjes

BERICHT UIT SCHOTLAND (VI)

10 minuten leestijd

INVERNESS, mei — Tijdens de synode der Free Presbyterian Church of Scotland werd uitvoerig stilgestaan bij en gesproken over de Sabbathdag en de gevaren, die de Dag des Heeren bedreigen door de toetreding tot de E.E.G., waardoor — naar men alom vreest — de komst van de zogenoemde „continentale sabbath", met al de gevolgen daarvan, zal worden verhaast. Ds. Eraser MacDonald had een rapport over deze materie, de heer Legerton van de Lord's Day Abservance Society hield een pleidooi voor handhaving van Gods scheppingsordinantie, die de rustdag volgens hem is en wij woonden in Edinburgh een speciale bijeen komst bij van de Schotse afdeling van deze „Society"; allemaal redenen om t.z.t. in een afzonderlijk artikel op dit onderwerp terug te komen. Wij vervolgen derhalve nu de voortgang der andere synodezittingen, voorzover zij publiekelijk toegankelijk waren.

Om u een indruk te geven, waarover men zich als synode had druk te maken, noemen wij kort een aantal rapporten en activiteiten. Een daarvan ds bijv. het jaarlijkse "Royal Address", een schrijven aan koningin Elizabeth, vol van vermaningen en betuigingen van aanhankelijkheid, maar waarin ook gewezen wordt op de dure plicht van de door God met gezag beklede hoge overheid. Het voorgestelde „Address" leverde nog een klein debatje op, omdat sommigen — onder wie „clerk" rev. R .R. Sinclair — niet wilden, dat de indruk gewekt zou worden alsof men kritiek had op het (van Godswege geschonken) gezag. Een oplossing werd gevonden door persoon en boog ambt uit elkaar te houden, omdat kritiek op ElizalDeths doen en laten geen voedsel moet geven aan anarchistische denkbeelden.

Vele kleine rapporten waren er ook. Zo bijv. van ds. John Colquhoun uit Glendale die „deputaat" is voor het werk der Jodenzending. De predikant van deze zending, de Joodse ds. H. R. Mosh Radcliff — een kleine, donkere, zeer vriendelijke man — bracht rapport uit over zijn werk, dat zich niet in Israël afspeelt maar onder de Joodse bevolking van Groot Brittannië. Erg rooskleurig was zijn verhaal niet; de verwerping van het Evangelie door zijn oude geloofsgenoten gaat voort. Hij vroeg om veel gebed voor zijn volk en hoopte, dat God ook hier deuren zou willen openen.

RAPPORTEN

Wat opgewekter konden de rapporten van het zendingsveld zijn. Straks meer hierover. Natuurlijk hield men zich ook onledig met zaken als de overzeese gemeenten, in Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en ook Italië, waar de jonge ds. John Tallach M. A. gedurende enige tijd per jaar in Fomaci di Barga een nieuw zendingsveld bearbeidt. Ds. Malcolm M'acinnes M. A. uit Ullapool bezocht eveneens dit werkterrein. De plaatselijke predikant van Inverness, ds. A. F. MacKay M. A. bracht verslag uit over het rusthuis (Ballifeary House) dat de Free Presbyt. kerk in Inverness exploiteert en waar ruim twintig personen verblijven.

Nieuwe melodieën, waarop sommige psalmen gezongen kunnen worden kwamen evengoed aan de orde als het Bijbelonderricht aan de jeugd (inclusief goede lectuur als van AUeinne ,.Alarm aan de Onbekeerden" en Spurgeon „Alles uit Genade"), de kerkelijke bibliotheek evengoed als de kerkelijke bladen en publikaties, de evangelisatie (door rev. Ian R. Tallach, die o.m. in Perth een kleine nieuwe gemeente heeft mogen opbouwen) evenzeer als de kerkelijke financiën met predikantensalarissen waarvan onze Hollandse ambtsbroeders een uiterst sober bestaan zouden moeten leiden.

MBUMAZENDING

Bij dit alles werd de donderdag van de synodeweek traditioneel uitgetrokken voor alles wat met de zending en de buitenlandse kerken te maken had. Daartoe waren o.m. ook ds. Aaron Ndebele uit het Rhodesische Ingwenya aanwezig en de Nederlandse Oud-Gereformeerde ds. C. Smits in zijn kwaliteit van bestuurslid der Ned. Stichting Mbuma-zending, die het werk der Free Presbyterian Church met rijke giften steunt.

Ds. William MacLean M. A. uit Grafton (Australië, maar tot voor enkele maanden predikant van de gemeente van Gisborne in Nieuw-Zeeland) deed zijn verslag, waarin nogal wat problemen aan de orde kwamen. Grafton was reeds geruime tijd vacant en diverse studenten hadden een beroep laten afweten. Inmiddels was de voormalige Nederlander (en tot voor kort R.D. lezer...) Johannes A. T. van Dorp gereedgekomen met zijn studies in Schotland. Men verwachtte nu alom, dat hij in Grafton beroepen zou worden en in dat geval dit Ijeroep ook zou aannemen. Grafton beriep echter nu ds. D. M. MacLeod van Auckland, die bedankte. Dat mocht ds. MacLean naar zijn overtuiging niet doen. Zijn vroegere gemeente Gisborne wordt nu (tijdelijk?) gediend door kand. Joh. van Dorp, die uit Gisborne afkomstig was. Mogelijk heeft hij intussen een beroep uit zijn gemeente ontvangen.

RHODESIË

Meer tijd vergde het zendingswerk in Rhodesië, dat gestaag groeit. De gemeenten van Zenka, Ingwenya en Mbuma vormen een aparte zelfstandige classis (presbytery) van de Schotse kerk. Het zendingswerk werd liefst in een zestal rapportjes uiteengezet; over de John Tallach School in Ingwenya, de Ingwenya en Zenka-zending (door ds. Aaron B. Ndebele), de financiën, het zendingsziekenhuis in Mbuma (door de arts dr. James Tallach, die nu ook een opleiding tot predikant krijigt), bouwplannen en vervoer en de Mbuma-zending (door ds. Petros Mzamo).

De besprekingen begonnen met een oproep van ds. Donald MacLean (Glasgow) tot Hollandse meisjes en jonge vrouwen om zich beschikbaar te stellen voor het zendingswerk. Er is een groot gebrek aan helpsters, aldus de predikant van St. Jude's Kerk, di,e verklaarde dat er wel enkele Nederlandse aanmeldingen waren geweest, maar dat de kwaliteit van deze dames niet geheel voldoende was voor de hoge eisen die men stelde. Hij meende ook, dat een vooropleiding van de Hollandse helpsters in Schotland noodzakelijk was, ook al om de taal beter te leren kennen.

EIGEN ZENDINGSBLAD ?

Er werd ook druk gesproken aver een apart zendingsblad, zoals ook de Nederlandse Mbuma-stichting dat heeft. De heer Roderick W. M. Mackenzie uit Fearn, administrateur van de kerkelijke bladen „Free Presbyterian Magazine" en .,The Young People's Magazine", als ouderling tevens synodelid, wilde van ds. Ndebele nu eens precies weten, of hij behoefte had aan zo'n orgaan en wat hij ervan vond. Nu, hij vond het niet zo erg nodig. Ten eerste wordt in het „Free Presbyterian Magazine" regelmatig over het werk in Rhodesië bericht. „Het is uw zending en uw werk. U hebt recht op informatie. Maar hoe? Er is een gevaar, dat ons bedreigt, namelijk dat we de zaken te positief willen voorstellen als we regelmatig moeten gaan berichten, wat er in onze gemeenten gebeurt", aldus ds. Ndebele, die zich en de synode afvroeg: „wat zou u er van vinden als er eenmaal per drie maanden van uw gemeenten een rapport zou moeten verschijnen?" 

Kortom, erg enthousiast voor een eigen zendingskwartaaltijdschrijft was hij niet. Zo besloot men het voorlopig maar te laten bij een van tijd tot tijd uit te geven Nieuwsbrief.

ARMINIAANS

Hierna was het woord aan ds. C. Smits uit Giessendam, ingeleid door de Glasgowse ds. MacLean, die kort vertelde over het ontstaan van de Nederlandse stichting Mbuma-zending in 1964. Ds. Smits, die vergezeld was van zijn echtgenote, bracht eerst de hartelijke groeten over van het .Nederland'se bestuur en memoreerde de eerste zendingsdag, destijds, met 1700 aanwezigen terwijl er nu reeds over de vijfduizend waren in Utrecht.

Ds. Smits wees erop, dat de groep, die zijn bestuur en hun zendingsarbeid steunt erg ouderwets is (old-fashioned) en aanvankelijk volstrekt tegen het bedrijven van zending gericht. Zending was allemaal maar Arminiaans, zei men daar. Maar toen ds. MacLean in Holland geweest was en de zendingsarbeid van zijn kerk had uiteengezet, zei men: dié zending kunnen wc vrijmoedig steunen, aldus ds. Smits, die voorts aan de synode trachtte uit te leggen, hoe de Geref. Gemeenten in Nederland, de Oud Geref. Gemeenten en sommige vrije gemeenten zijn ontstaan en wat hun „ligging" is.

JAKOBUS KOELMAN

Hij wees ook op het bezoek, dat een aantal Nederlandse deputaten vorig jaar aan het zendingsveld hadden mogen brengen. De band met Schotland was echter al oud, want ds. Smits vertelde voorts over Michael Cameron, die In Nederland kwam studeren in de 17e eeuw en daar goede contacten had met de bekende ds. Jacabus Koelman. Koelman had grote kennis van de Schotse kerk der Hervorming en heeft vele Schotse preken vertaald, zoals werken van de Erskines, Thomas Boston en Andrew Gray. (Ds. Smits is hierin mogelijk abuis, aangezien de Erskines nog zeer jong waren toen Koelman overleed, red. kerknieuws). De predikant tussen de Free Presbyterian Church en de Nederlandse kerken, die de Mbuma-zending steunen en hij voelde de eenheid, zo merkte hij op. Enkele synodeleden, onder wie de „clerk", haalden ook hun herinneringen aan ons land op.

Ds. Robert R. Sinclair uit Wiek, de „clerk" of scriba, richtte zeer hartelijke welkomstwoorden tof uw verslaggever en prees de Nederlandse belangstelling, terwijl hij de afwezigheid van de „eigen" Schotse pers signaleerde. Hij verhaalde ook van zijn goede relaties met de enige jaren geleden overleden heer Dokter, hoofdonderwijzer in Delft, die mede de stimulator van het Ned. Mbumawerk is geweest. Ook memoreerde hij de afwezigheid van de heer C. van VVaveren uit Rijswijk (Z.-H.), die als vertaler en correspondent actief is voor de Nederlandse stichting en sinds vele achtereenvolgende jaren de Schotse synoden bezocht. Helaas was hij. blijkens een voorgedragen schrijven, dit jaar verhinderd.

VELD VACANT

Over het praktische werk sprak ds. Ndebele voornoemd. Zijn (Sabbath)dagindeling is vrij zwaar. Om acht uur houdt hij zondagsschool, am half twaalf en twee uur kerkdiensten in Ingwenya, bijgewoond door zo'n 200 mensen, daarna nog een kerkdienst in Bulawayo, 30 mijl ver, waar in een klaslokaal zich een kleine gemeente vormt. Hij klaagt niet, maar zegt wel, dat de taak erg zwaar is, temeer daar na het vertrek van zendingspredikant ds. Donald M. Campbell de gemeente van Zenka nog altijd vacant is, doet een dringend beroep op .......om vanuit Schotland ..........predikanten te hulp te komen ........ er is voor hen veel .......... werken, al zijn er ........ men. Overigens stre ..........veel mogelijk de kerken ........  emse predikanten te ..........na het vertrek van de zendeling .....  is de vroegere onderwijzer Ndebele zelf de opvolger van ds. Alfred E. W. MacDonald, die na zes Rhodesische jaren thans de Schotse gemeente van Gairloch dient.

STATISCH GEVAAR

Ds. Sinclair wees op het gevaar, dat zijns inziens dreigde; „we hebben in Rhodesië nu een kerk. We spreken hier over een gevestigde kerk. Dat kan een' statische zaak worden. Ondertussen zijn we een zendingskerk. En een kerk, die zendlngsarbeid verricht moet niet blijven staan op het aangekomen punt, maar dóórgaan op het zendingsveld. Bulawayo is er een voorbeeld van, dat het werk niet mag stoppen bij de drie thans normaal gevestigde gemeenten. Als ds. Ndebele zendingsarbeiders uit Schotland vraagt, dan zeg ik: ja, maar dat zijn zendelingen, géén predikanten voor een daar reeds gevestigde gemeente. Daarvoor hebt u eigen predikanten nodig!" Rev. Ndebele bevestigde, dat men als kerk in Rhodesië inderdaad verder keek, maar hij bepleitte andermaal sterk de komst van Schotse predikanten. Deze uitbreiding van het werk is een goede zaak, zo vond ook ds. Alexander MacPherson uit Stratiierrick.

VRIJHEIDSBEPERKING

Op een vraag van de kerk over beperkte bewegingsvrijheid voor zendingsarbeiders in Rhodesië bevestigde ds. Ndebele, dat de zending of de kerk géén scholen en ziekenhuizen meer zal kunnen openen in nieuwe {zendtngs)gebieden. De regeringspolitiek is erop gericht, dat scholen e.d. niet meer uitgaan van zendings- en andere instanties, maar plaatselijk worden bestuurd en opgericht.

Hoe zit dat nu, vroeg ouderling Roderiek MacKenzie. Als ons door de regering scholen en ziekenhuizen zij2i afgenomen, denkt ds. Ndeibele dan, dat hij toch het Evangelie kan prediken? Deze erkende, dat school en ziekenhuis juist de instrumenten van de zending en kerk zijn, maar het Evangelie verkondigen staat geheel vrij, zo meende hij.

En zo was men tot en met donderdagavond bezig met alle mogelijke aspecten van het kerkewerk overzee. De steun vanuit Holland werd door diverse afgevaardigden zeer geprezen en de rapporten werden aanvaard. Daarna ging men uiteen tot vrijdag, de laatste dag van deze mei-zitting. Vanaf 4 september a.s. zal er een extra zitting worden belegd. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Schotse zending zit verlegen om Hollandse meisjes

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken