Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HEBT U GELEZEN?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HEBT U GELEZEN?

10 minuten leestijd

Minister Pronk

In „Hervormd Nederland" wordt de nieuwe minister van ontwikkelingssamenwerking in het kabinet Den Uyl, drs, J. Pronk, geïnterviewd ter hete iente van de lyceïsten. kennismaking. Herv. Nederland drukte tevens twee toto's af: eèn voordat en één nadat drs. Pronk half lang haar had. Uit het interview "ter kennismaking" lichtten wij een aantal passages. 

„U hebt een christelijke opvoeding gehad. Bent u sindsdien erg veranderd?"

Ons gezin behoorde tot de midden-orthodoxie in de hervormde kerk. Mijn geloofsovertuiging is wel veranderd sinds mijn opvoeding. Zij is niet geseculariseerd in de zin van „eruit gegroeid". Maar wel ben ik onder invloed van de moderne theologie, van Dorothee Sölle bijvoorbeeld, onder invloed van de discussies in de Wereldraad van Kerken over het christen zijn in de huidige samenleving. groter gewicht gaan geven aan de relatie tussen geloof en macroethiek, meer nadruk gaan leggen op bouwen en bewaren hier. In het vervullen van die opdracht nemen de exegene factoren, zoals Gods beïnvloeding en de besturing van de heilige Geest bij mij een minder grote Maar dat neemt niet weg, dat wij in plaats in dan vroeger". 

Hoe was uw middelbare schooltijd? 

„Prettig, ik ben intensief student en middelbaar scholier geweest. Ik heb technisch goed onderwijs gehad. Achteraf vind ik wel, dat de hele politieke visie op de samenleving in het onderwijs een te geringe plaats innam". 

Meisjes van Brest

In het „Centraal AVeekblad" vertelt B.R. (dr. B. Rietveld uit Den Haag'.') over wat hij in het bekende Fran.sc tijdschrift „Paris IWatch" tegen kwam. Wij citeren: 

„Paris Match van 12 mei vertelt de volgende geschiedenis. In een bepaald blad had een brief gestaan van een meisje van vijftien, een niet zo bijzonder verrassende brief, het gewone verhaal alleen wat erg duidelijk en ontgoocheld, waarin gesproken werd van revoluties, smerissen, van van linksen, van drugs, van conservatieve ouders en zo, van de pil en van angst voor de dood. Een bijna klassieke samenvatting, zegt Match. 

Een aantal meisjes uit een lyceumklas in Brest schreef in reactie daarop in een kolom „lezers spreken". Paris Match zegt. dat de brief begon met een ,,Wij achterlijken" en vervolgde met een belijdenis van een overtuiging, die als een frisse bui viel op de hete lente van de lyceisten.

Wij achteriijken willen zeggen, dat we het prettig vinden op 't lyceum, dat de vakken ons interesseren, dat we graag voor ons examen willen slagen, dat we ons lichaam niet naar links en naar rechts verslingeren, dat we de gewone jongens (cadetten in Brest) met hun das en kort haar prefereren boven de langharigen, druggebruikende, in lompen lopende lui, waar jij van houdt, dat wij „de andere jeugd" zijn, de ware, misschien. Wij zijn de burgerkinderen, ouderwets, achterlijk, maagd en er trots op, dat we dat zijn". Paris Match voegt er aan toe. dat het een brief was, die, om zacht te zeggen, niet ging in de richting, die de geschiedenis lijkt te nemen. 

Mijzelf komt deze brief ook voor als zoiets als een frisse regen. Natuurlijk gaat het hier over een bepaalde groep meisjes. Niet ieder zit op het lyceum, niet alleen cadetten zijn gewone jongens en niet iedere langharige gaat hals over kop in de richting, die de geschiedenis lijkt te nemen.

Maar dat neemt niet weg dat wij in Nederland ook wel weten van een trend in de geschiedenis. Speciaal op het terrein van de volwassenwording valt er heel wat revolutionairs te horen. Men kan. zo lijkt het, niet jong genoeg zijn om alles van de levensgeheimen te weten. Een beetje, of ook veel?) ervaring dient er bij te komen. Wachten, jezelf zuiver bewaren, streven naar iets echt goeds als een wezenlijk christelijk huwelijk, is bijna verdacht. Het mag nog wel. maar het is niet zonder gevaar, zou men haast gaan denken. Nu moet de Nederlandse jeugd niet gaan denken, dat schrijver dezes denkt dat alles wat er in theorie gezegd wordt ook berust 00 werkelijkheid. Daarvoor ken ik te veel frisse, onbedorven jonge mensen, voor wie ik alle hoop heb. Maar het is prettig, wanneer men zich niet meer voor zijn fatsoen behoeft te schamen en er ook voor uit durft te komen. Hypocriet zijn deze meisjes in ieder geval niet. Dan hadden zij hun mond gehouden".

Mevr. Ds.

Het „Centraal Weekblad" van de Gereformeerde Kerken weet het volgende verhaal te vertellen: 

„De gemeente van haar man laat meer dan de helft van de Luthers"? domineesvrouwen in Zweden ijskoud. Die ruime helft (53 1'2 procent) heeft een eigen baan (vaak in de verpleging of bij het onderwijs) en dus een eigen inkomen. In de grote steden werkt zelfs meer dan zestig procent van hen buitenshuis.

Opzienbarejid vindt het sociologisch godsdienstig instituut in Stockholm dat een onderzoek naat de domineesvrouwen instelde. 

In heel Zweden liegt het percentage werkende getrouwde dames namelijk vér onder dat van de predikantsvrouwen, op 35,6 procent. Reden voor dit grote verschil zal. denken de onderzoekers, de doorgaans betere leiding van de meeste domineesvrouwen zijn.

Genesis 2 en 3

In het Kerkblad voor het Noorden" van de Chr. Geref, Kerken gaat J. K, (drs. Joh. Kruiskamn uit Zwaagwesteinde) in op de reacties die zijn verschenen n.a.v. het boek van de Chr. Geref. hoogleraar aan de Theol. Hogeschool te Apeldoorn', prof, dr. B. J. Oosterhoff: „Hoc lezen wij Genesis 2 en 3". 

Zoals men weet, moest prof. Oosterhoff op een synode van de Chr. Geref. Kerken een toelichting geven op zijn standpunt inzake Genesis 2 en 3. Men vroeg toen aan prof. Oosterhoff zijn standpunt eens duidelijk voor de gemeenten toe te lichten in een boek. Dat heeft hij gedaan en na de verscbijoiiiig is dat boek in velerlei periodieken besproken, instemmend en afkeurend. „De Reformatie" van de Geref. Kerken Vrijgemaakt wijdde er een lange serie aan. ..Waarheid en Eenheid" van de vjrontruste-Gereformeerden, „Tot vrijheid geroepen", „De Waarheidsvriend" van de Geref. Bond en ga zo maar door; kortom: het gehele kerkelijke leven interesseert zich voor de Apeldoornse dogmaticus. 

Ds. Kruiskamp vindt in hel „Kerkblad voor het' Noorden" dat er veel ,,onzindelijke discussie" is en dat prof. Oosterhoff de eigen concepties in de mond gelegd worden en dat men daarna die concepties gaat aanvallen. Waar is het prof. Oosterhoff dan om te doen. Ds. Kruiskamp zegt er o.a. dit van: 

Hij wijst enkele dogmatische constructies af, die n.b. na de Reformatie zijn opgekomen. Hij verzet zich er tegen dat Adams zonde als onze eigen, daadwerkelijke zonde wordt gezien. Letterlijk schrijft hij: „Zijn daad is onze daad. Maar hoe kan de daad van een ander onze daad zijn?" Daarna spreekt Oostei'hoff over de twee manieren waarop we de toerekening van Adams zonde en straf (in de dogmatiek) tegenkomen: het realisme: we hebben persoonlijk met Adam meegezondigd en het foederalisme: Adam als verbondshoofd. Er is geen werkelijk zondigen van het nageslacht met Adam geweest: s Adam, niet wij, hebben het proefgebod overtreden. Maar God rekent de zonde van Adam toe aan het hele menselijke geslacht. Zo dus het foederalisrae. 

Oosterhof vervolgt: "In beide opvattingen zit iets onbevredigends". Hij wijst er op dat een terra als „representerend verbondshoofd" in de Schrift nergens voor Adam gebruikt wordt. Oosterhoff volgt Calvijn als deze zegt: Paulus zegt duidelijk dat de zonde in alle mensen verbreid is, die daarom gestraft worden... Dit zondigen is verdorven en geschonden zijn. 

Die natuurlijke verdorvenheid die wij uit de schoot van onze moeder met ons meebrengen... is toch zonde voor de Here en verdient Zijn straf. Wij hebben allen gezondigd omdat wij allen met natuurlijdvO verdorvenheid doortrokken zijn en daarom ongerechtigd en slecht zijn". Oosterhoff zegt: „niet slechts in de zondige daad van Adam maar mede in de zondige aard en zondige daden van ons allen die wij krachtens gehcorte uit Adam bezitten, ligt de grond dat de dood, die door Adam kwam. komt over on.s allen". 

Ds. 'Kruiskamp vraagt zich af: „Wie kiezen wil voor foederajjsmp of realisme heeft daartoe uiteraard het recht. Maar iemand die deze keus niet wil maken, er van te beschuldigen dat hij afwijkt (waarvan?) en dat hij de erfschuld ontkent, spreekt naar mijn overtuiging niet terecht. Want men zal ook in gedachten moeten houden dat noch de Schrift noch de Lutherse of Gereformeerde belijdenisgeschriften het uileen laten vallen van de erfzonde in erfschuld en erfsmet kennen. Dat is een dogmatische constructie in een poging dieper door te dringen in het wezen van de erfzonde". Aldus miele citaten van ds. Kruiskamp. 

Mini-kleding

Het blad "Rhodesiazending"van de gelijknamige stichting publiceerde in het jongste nummer een kranteartikel uit „Rhodesian Commentary" van januari 1973 waarin gewag werd gemaakt van het verbod van de inheemse chiefs dat de dochteren des lands zich in te korte rokken hullen, 

„In twee gebieden in Rhodesië, in het Chiota land, ten zuiden van de hoofdstad ^Salisbury, hebben twee Chiefs, „Opperhoofden", het dragen van mini-kleding streng verboden. Zij zeggen dat deze kleding afkomstig van de Europeanen, in hun gebied heeft bijgedragen tot „een toenemende losbandigheid onder de jonge mensen". Bovendien — zeggen zij — hebben de vaders al lang geklaagd dat zij zich' ergeren als hun dochters in mini-rokken in de kraal of op het land werken, of met deze kleding in de familiekring zitten en de huishouding doen. Chief Chiota die meer dan 100 kraien onder zijn toezicht heeft, zegt: „Steeds meer meisjes worden moeder buiten een huwelijk. De mannen die aangewezen worden als verantwoordelijk te zijn, weigeren de meisjes te huwen en een bruidsschat te betalen; zij beweren dat zij niet de enige zijn die betrekking tot haar hadden. Wat een man in voorbije tijd in een vrouw bewonderde, was de vriendelijkheid en schoonheid van haar gelaat, haar goede manieren, en de goede zede in haar kleding. De kleding die nu in zijn gebied door Chief Chiota is toegestaan voor de meisjes en vrouwen moet „knie-lengte" hebben. Twee meisjes hebben voor overtreding in het toch dragen van minikleding, elk een boete van ƒ 50,- gekregen. (Dit bedrag is voor dit gebied een zeer zware straf). 

In het gebied van Chief Mudzimirema, met 30 kralen onder zijn toezicht, is eenzelfde bevel gegeven, dat de rokken „knie-lengte" moeten hebben. Het dragen van alle zedebedervende mini-kleding is ook daar streng verboden. Bij overtreding daarvan in Chief Mudzimirema's gebied, krijgen de dochters en hun vaders beiden een boete van elk ƒ 50,-. In de familieraad van de Chiefs met de hoofdmannen en vaders is deze zaak bespraken en goedgekeurd. De meisjes stemmen toe dat in dit bevel van hun Chiefs voor hun eigen bestwil en bescherming is gegeven".

Vrouwen

In „Ons Orgaan" van de Vrij Evangelische Gemeenten" wordt vermeld dat binnen korte tijd wellicht vrouwelijke ambtsdragers voor zullen gaan. „Ons Orgaan": 

„Als het voorstel van het comité wordt aangenomen, zullen er in de toekomst ook vrouwelijke predikanten op ons bondserf gevonden worden. Het comité stelt voor, wanneer vrouwen het kerkelijk examen aan onze Theologische Hogeschool hebben afgelegd en zij een daartoe strekkend verzoek hebben ingediend, beroepbaarstelling te overwegen. 

Naar de mening van 't comité vloeit een dergelijke beslissing voort uit het feit dat vrouwen, studerend aan de TH, reglementair het recht hebben het kerkelijk examen af te leggen. Voorts willen de gemeenten Apeldoorn en Enschede zo mogelijk wat duidelijkheid aanbrengen in het Huishoudelijk Reglement van de Bond op het punt van de lerendouderling en de predikant-op-singuliere-gaven".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

HEBT U GELEZEN?

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken