Bekijk het origineel

VOORARREST WORDT STERK BEKNOT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOORARREST WORDT STERK BEKNOT

In Tweede Kamer instemmend begroet

6 minuten leestijd

Aan de veelvuldige toepassing van het voorarrest wordt paal en perk gesteld. De Tweede Kamer heeft gistermiddag de aanpassing van het Wetboek van Strafvordering, die dit mogelijk moet maken, met instemming begroet. Allerwegen vond men zelfs dat de rechten van de verdachten niet goed genoeg uit de verf kwamen. Om hierin verandering te brengen, werd maar liefst een dertigtal wijzigingen voorgesteld.

Als de Eerste Kamer geen spaak in het wiel steekt, wordt de duur van de voorlopige hechtenis tot 102 dagen beperkt. Uiterlijk drie maanden na het begin van het voorarrest moet de zaak in openbare zitting voor de rechter worden gebracht. Anders moet de verdachte onverwijld op vrije voeten worden gesteld.

De gronden waarop het bevel tot voorlopige hechtenis moet steunen, zijn volgens het wetsvoorstel: „een ernstig gevaar voor vlucht" of „een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, die uit een aantal omstandigheden moet blijken". Die omstandigheden worden door de minister aanwezig geacht als:
• voor het feit, waar de aangehoudene van verdacht wordt, levenslange gevangenisstraf van 12 jaar of meer kan worden opgelegd én de rechtsorde ernstig geschokt is;
• gegronde vrees voor herhaling bestaat;
• anders de waarheid niet aan het licht gebracht zou kunnen worden (bijvoorbeeld wanneer het niet uitgesloten wordt geacht dat de vrijgelaten verdachte de sporen van de misdrijf gaat uitwissen).

In het door minister Van Agt te verdedigen voorstel wordt bovendien de weg vrijgemaakt, dat advocaten reeds bij het in verzekering stellen — dat wil zeggen zes uur na de aanhouding — verdachten „de eerste hulp" kunnen bieden. (De inverzekeringstelling, die onmiddellijk op de aanhouding volgt, mag maximaal vier dagen duren. Pas na afloop van die periode van vier da^en is er sprake van voorarrest — onder te verdelen in bewaring en gevangenhouding).

Om de rechtsbijstand zo gladjes mogelijk te laten verlopen, zal er per arrondissement een piketdienst van advocaten — „SOS-advocaten-telefoons" — in het leven worden geroepen. Hiervoor is 1 miljoen gulden uitgetrokken. Bestaat er nog geen piketdienst, dan kan de verdachte toevoeging van een advocaat verzoeken aan de president van de rechtbank. 

DS. ABMA

SGP-fractievoorzitter ds. H. G. Abma wees erop dat waar — door het schreeuwend tekort aan advocaten — momenteel nog geen piketdienst bestaat, zich weleens ficties zouden kunnen gaan voordoen. De rechtszekerheid loopt in die streken gevaar, zei hij. Ook de GPVer Jongeling had zijn bedenkingen op dit punt. „Zal er ook in Roodeschool of Waterlandkerkje altijd een advocaat-van-dienst ter beschikking van de in verzekering gestelde staan?" Een systeem dat „stadsboeven" bevoordeeld boven „plattelandsboeven" wees hij van de hand. Evenals het huidige stelsel, dat voor mensen met een eigen vaste advocaat soepeler is dan voor de overige arrestanten. Overigens ging zowel ds. Abma als de GPV-er Jongeling in grote lijnen akkoord met het regeringsvoorstel.

Door de Kamerleden Van Schaik (KVP), Scholten (CHU), Van Dam (ARP) en Geurtsen (WD) werd een wijzigingsvoorstel op de regeringstafel gedeponeerd, dat een toevoeging van een „raadsman op verzoek" wil vervangen door een „advocaat op aanbeveling". Volgens de KVP-er Van Schaik bestond hiervoor een tweetal redenen:
• De „eerste hulp" is effectiever als ze in een eerder stadium plaats heeft;
• De toevoeging van een advocaat, bindend aan een verzoek daartoe benadeelt juist de sociaal-zwakkeren. Hetzij dat ze er niet om durven vragen, hetzij omdat ze zich gemakkelijk van hun voornemen laten afbrengen. „Een zogenaamd vriendelijke mededeling van „u hoeft zeker geen advocaat" is daarvoor reeds genoeg", meende dr. Van Schaik.

OP POLITIEBUREAU

Van verschillende zijden, onder andere van die van de PvdA, KVP en D'66 — werd er bij minister Van Agt op aangedrongen om een raadsman aanwezig te laten zijn bij de rechercheverhoren op het politiebureau gedurende de eerste uren. Dr. Roethof wees er nadrukkelijk op dat de verdachte zich juist die tijd „in de meest precaire positie" bevindt. „In een shock-toestand", wist Van Schaik te vertellen.

Roethof, Geurtsen, Van Schalk, Goudsmit (D'66) en Van der Lek (PSP) kwamen met een amendement opzetten, waarvan de bedoeling was de advocaten tegelijkertijd met de verdachten in het bezit te stellen van alle stukken en dossiers. „Hij kan dan", zo voerden de Kamerleden ter verdediging aan, „desgewenst onverwijld tot daden overgaan". „Overigens", zo merkt de liberaal Geurtsen, zinspelend op het grote tekort aan advocaten op, „zou die eerste bijstand wat mij betreft ook verleend kunnen worden door speciaal daarvoor opgeleide reclasseringsambtenaren of anderen uit de kring van het maatschappelijk werk". Het ging zijns inziens per slot van rekening minder om het letten op juridische formaliteiten dan om het wegnemen van de psychische druk.

VERMINDERING

In het voorstel van minister Van Agt, die het licht verwijt trof zich weleens vooruitstrevender tegenover de voorlopige hechtenis te hebben opgesteld, wordt het aantal gevallen, waarbij voorarrest kan worden toegepast, drastisch verminderd. Er worden zeven strafbare feiten — waarop minder dan vier jaar staat —minder genoemd in het huidige stelsel.

Tot ergernis van de PvdA-er Roethof bleven vermogensdelicten, zoals fraude en diefstal, enkele zedenmisdrijven én het strafmaximum van vier jaar gehandhaafd. Om er een stokje voor te steken dat je ook voor een eenvoudige diefstal in voorarrest kon zitten, diende hij — samen met mej. Goudsmit (D'66) — een wijzigingsvoorstel in waarbij het strafmaximum werd opgetrokken van vier tot 6 jaar. Het aantal gevallen, waarin door de rechter bevel tot voorarrest kan worden gegeven, neemt hierdoor zienderogen af. Er buiten zullen — bij aanneming van dit amendement — ook vallen, verduistering, oplichting, flessentrekkerij, heling, opruiing, pornografie, koppelarij en abortus.

Van zijn kant zette ds. Abma (SGP) het sein op onveilig. Deze „afbouw" van de zedelijkheidswetgeving zei hij niet te tolereren. „De overheid heeft te waken voor de goede zeden", beklemtoonde ds. Abma.

ANDERE PUNTEN

Andere punten van het wetsvoorstel waarin Kamerleden — door middel van een amendement — verandering trachtten te brengen:
• het voorarrest mag niet als middel worden gehanteerd om iemand tot een bekentenis te dwingen (Roethof, Van der Lek, Van Schaik, Van Dam, Scholten, Geurtsen);

De vrees voor herhaling zonder meer — als grond voor de voorlopige hechtenis — wordt door Roethof van de hand gewezen. Die vrees is volgens de socialist alleen gewettigd als de veiligheid van personen of van de staat in gevaar wordt gebracht;
• de tijd, die een veroordeelde in verzekering of in voorlopige hechtenis doorbrengt, moet steeds in mindering worden gebracht (Van Schaik, Geurtsen, Van Dam, Scholten, Roethof en Goudsmit).

Gesteund door de Kamerleden Scholten (CHU), Van Dam (AR) en Geurtsen (VVD) kwam de KVP-er dr. Van Schaik met een motie waarin aangedrongen werd op „een verder terugdringen van de mogelijkheden tot voorarrest". Tevens vroeg men minister Van Agt te bekijken of „alternatieve dwangmiddelen" zoals huisarrest en meldingsplicht, kunnen worden ingevoerd. „Als dit mogelijk gemaakt wordt, zou veel pijn kunnen worden weggenomen", meenden de Kamerleden. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

VOORARREST WORDT STERK BEKNOT

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken