Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Theologie van de hoop en bevrijding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Theologie van de hoop en bevrijding

Nieuwste theologische stromingen (II)

7 minuten leestijd

In prof. dr. Jürgen Moltmann ontmoeten wij een Duits theoloog, die de geschiedenis van de tweede wereldoorlog aan den lijve ondervonden heeft. Zelf veronderstelt hij, dat dit één van de factoren is geweest die zijn theologische ontwikkeling heeft bepaald. Hij is geboren in 1926. Zijn dienst in het Duitse leger eindigde in een Russische krijgsgevangenschap van 1945-1948. Hierover schrijft hij later: „Misschien hadden wij achter het prikkeldraad de kracht leren kennen van een hoop, die niet de terugkeer naar het oude wilde, maar iets nieuws".

Jürgen Mohmann

Moltmann studeerde in Göttingen theologie en werd gegrepen door Karl Barth. Een tijd lang leefde hij in de mening, dat er na Karl Barth geen nieuwe dogmatiek meer zou worden geschreven. In 1957 kwam daar langzamerhand verandering in, doordat hij boeken van prof. dr. A. A. van Ruler onder ogen kreeg. Moltmann was toen al predikant in Bremen en privaatdocent in Göttingen. In 1958 werd hij hoogleraar, eerst in Wuppertal, daarna in Bonn en sinds 1967 in Tubingen. Ondertussen werd hij ook diepgaand beïnvloed door de marxistische filosoof Ernst Bloch (geboren 1885). De laatste was uit Duitsland gevlucht toen Hitler aan de macht kwam en schpeef in de Verenigde Staten tijdens de tweede wereldoorlog zijn wereldvermaarde boek Das Prinzip Hoffnung (Het principe hoop). Met dit boek bracht Moltmann een zomer door in Tessin, niets ziende van de mooie bergen omdat hij gegrepen was door de filosofie van de hoop. Volgens Bloch worden mens en wereld steeds voortgedreven van het zijnde naar het niet-zijnde, naar het rijk van de vrijheid, en dat rijk wordt in de godsdienst „God' genoemd. Met de laatste conclusie is Moltmann uiteraard niet meegegaan, maar Bloch heeft op zijn theologie wel een sterk stempel gezet, vooral in het begin.

Theologie van de hoop

In 1964 was de verschijning van Moltmann's boek „Theologie der Hoffnung" (Theologie van de Hoop) een belangwekkend gebeuren in de theologische wereld. Moltmann keerde zich zowel tegen de theologie van Bultmann als van Barth. Hij betoogde, wat schematisch weergegeven, dat het bij Barth te eenzijdig ging om God in Christus, waardoor de mens en de geschiedenis in de verdrukking komen. Bij Bultmann ging het te eenzijdig om de mens, waardoor God e« de geschiedenis in de verdrukking komen. Moltmann stelt daar tegenover, dat God met de mens door de geschiedenis op weg was en is en blijft naar het eschaton, naar het uiteindelijke Rijk van God.

Volgens Moltmann doet God dat op de wijze van de belofte. God kondigt telkens een werkelijkheid aan die er nog niet is, maar die wij hoopvol tegemoet mogen zien. De geschiedenis is de weg naar Gods beloofde toekomst. Moltmann wijst hiervoor uitvoerig op de opstanding van Christus. Dat is de onderstreping van Gods belofte bij uitstek. Dat geeft hoop voor de wereld. De opstanding van Christus aanvaardt Moltmann als fundament van het christelijk geloof, maar zijn bespreking ervan mist toch tenslotte de volheid van de bijbelse leer. De eigenlijke betekenis van de opstanding bestaat in deze theologie van de hoop hierin, dat God op een nieuwe wijze zijn belofte voor een nieuwe wereld van leven, gerechtigheid en waarheid openbaart. In het werk van Christus lijkt niets anders dan dit volbracht te zijn.

Op grond van dit alles weten wij dan. aldus Moltmann, dat er hoopvol in de wereld gewerkt mag worden. God zendt ons de wereld' in, als mensen, die open staan voor de toekomst en voor nieuwe mogelijlcheden van zijn. Voor de God van de belofte is de wereld veranderlijk en als geschiedenis op weg naar nieuwe mogelijkheden van zijn, naar de komende vrijheid en waardigheid van de mens. De christenheid mag niet vastgeroest zijn in de bestaande toestand, maar zij moet „exodusgemeente" zijn, volgend de God die voorgaat.

Vanuit zijn theologie der hoop komt Moltmann steeds dichter in de buurt van de politieke theologie van dr. SöUe. De aandacht voor de geschiedenis, die hij, zich afzettend tegen Bultmann en Barth, terecht opeiste, versmalt zich meer en meer tot aandacht voor de moderne maatschappij en haar sociale onrecht. Hij wil de theologie der hoop verder ontwikkelen in de richting van een praxis, een handelen van de hoop. die zich tegen duidelijk omschreven zaken afzet. Daarbij zoekt Moltmann merkwaardigerwijze in tegenstelling tot dr. SöIIe een kritische aansluiting bij de theologie van Karl Barth. Daardoor houdt zijn politieke theologie een eigen karakter en blijft hij op bepaalde punten ook eigen wegen gaan.

Théologie der bevrijding

Een samenvatting van Moltmann's denken ligt sinds kort voor ons in zijn in 1972 verschenen boek: „Der gekreuzigte Gott" (De gekruisigde God). Deze uitdrukking werd eens door Lutiier gebruikt om het geheimenis van de vleeswording van Christus aan te duiden. Moltmann neemt dit woord over om van daaruit duidelijk te maken, hoe nauw God wel bij de incarnatie, de vleeswording, betrokken was. Nauwer dan Luther en ook Barth doorzien hebben. Na de aandacht voor de opstanding van Christus, moet de blik gericht worden op het kruis van de Opgestane. Bij het kruis gaat het niet zozeer om de vleeswording van Jezus Christus, maar in de lijdensgeschiedenis en bij het. kruis zien wij hoe God en de mens bij de vleeswording van de hoop en de toekomst Gods betrokken zijn geworden en blijven.

De kruisdood doet ons volgens Moltmann pas goed de betekenis van de opstanding zien. In Christus zet de toekomst van Gods Rijk zich door. Maar God wilde die toekomst tegemoet gaan door de godverlatenheid van Christus heen, opdat wij Hem kennen zullen als de God, die bij godverlatenen wil zijn met zijn hoop en toekomst. In Christus heeft God Zelf d e macht van de dood, het lijden en het onrecht in de wereld bevrijdend overwonnen.

Moltmann zegt zelf, dat wij bij het kruis 'niet denken moeten aan een zoenoffer, aan verzoening van zonden of aan liet „bloed van Jezus, Gods Zoon. dat reinigt van alle zonde'n". Die uitdrukkingen mogen wij wel in herinnering houden als een aanwijzing, dat wij dat bevrijdende handelen van God niet verdiend hadden. Maar de verkondiging vah kruis en opstanding roept ons op en geeft ons moed om nu zelf bevrijdend de wereld in te trekken. De psychoanalyse van Frcud en de godsdienst- en maatschappijkritiek van Marx kunhen ons helpen te ontdekken in wat voor „duivelskringen" mensen gevangen zitten: armoede, geweld, milieuverwoesting, rassendiscriminatie, psychische gestoordheid, consumptiedwang. Het gaat om bevrijding van alles wat economisch en sociaal menselijk leven kan belemmeren. Zo gaan wij in een bevrijdende politieke theologie de „explosieve tegenwoordigheden van God in de duivelskringen van menselijke ellende begrijpen en komen wij zelf tot actie en bevrijdingsbewegingen.

Bij dr. Sölle en bij Moltmann krijgen we de indruk, dat van het Evangelie, als het eenmaal goed begrepen is, alleen maar maatschappijkritiek overblijft, met op de achtergrond nog de erkenning, dat God er in Christus op de één of andere manier voor gezorgd heeft dat het met mens en wereld de goede kant op kan gaan. Het woord, of beter gezegd, de daad is nu aan ons. In Christus heeft God laten zien, dat Hij messiaans, heilbrengend in deze wereld aanwezig is. Dan mogen wij ook messiaanse mensen zijn, zoekend wat tot heil is voor de mens en zijn wereld. In dit spoor bewegen zich, onder bijval van velen, de Nederlandse theologen dr. G. H. ter Sohegget en dr. A. van der Meiden.

Niemand zal ontkennen, dat er vanuit de Bijbel als het 'Woord van God een boodschap .klinken mag, de verwarde en geteisterde wereld in, van hoop en bevrijding. Maar in de geschetste theologie van hoop en bevrijding komt een onbijbelse christologie en een onbijbelse optimisme over mens en wereld naar voren. De verbanden, waarin Gods Woord ons over hoop en bevrijding spreekt, gaan verloren. Woorden als geloof en bekering, rechtvaardiging en heiliging, toekomst van Christus en Koninkrijk Gods krijgen een heel andere inhoud dan in de Schrift of verdwijnen helemaal,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Theologie van de hoop en bevrijding

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken