Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

(Van onze parlementsredactie)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

(Van onze parlementsredactie)

2 minuten leestijd

Het coJiegegeM wordt veiileden tijd. In plaats daarvan doet — met imgang van het cursusjaar 1974-1975 — een nieuw stelsel van studiefinanciering zijn intrede, waarbij van iedere student een bijdrage in de onderwijskosten zal worden verlangd, die na afloop van de studie kan worden voldaan. Het systeem zal voor zowel de universiteiten en de hogescholen als voor het hoger beroepsonderwijs gelden.

Volgens staatssecretaris dr. G. Klein (onderwijs) is dit het centrale thema van de gedachten, die het kabinet-Den Uyl over de problemen rond de toekomstige studiefinanciering heeft ontwikkeld. De inlossing van de studieschuld wordt gekoppeld aan: • De hoogte van het inicomen. • Het aantal jaren dat van onderwijsvoorzieningen gebruik is gemaakt. • De vorderingen tijdensde studie. • De kosten per studierichting medicijnen is bijvoorbeeld veel duurder dan economie).

Bij het thans functionerende studiefinancieringsstelsel zijn het uitsluitend de „arme" studenten — met een studietoelage — die met een studieschuld worden belast. Hierin komt nu verandering: met ingang van september 1974 komt iedere student bij de overheid in het krijt te staan.

Door het invoeren van een studieschuld voor de studenten, krijgt volgens staatssecretaris Klein de overheid een instrument in handen om te kunnen bijsturen. „Het is de enige stuurmogelijkheid voor het Rijk als het gaat om de financiële relatie met de studenten", zei foij.

Het zal, aldus dr. Klein, een forse kluif zijn om het nieuwe systeem voor 1974 rond te krijgen. Er moet nog veel denkwerk worden verricht. We zijn er echt nog niet uit. Van het begin af aan zaïl het „veld" worden ingeschakeld bij het totstandkomen van dit studiefinancieringsstelsel. „Slechts op deze manier komt een discussie op gang die zijn vruchten zal afwerpen", meende de staatssecretaris. „Het probleem kan dan redelijk effectief benaderd warden".

Veel overleg moet nog plaatshebben over verschillende kwesties, zoals bij voorbeeld de vraag hoe het afgestudeerde meisje, dait wil gaan trouwen, moet betalen. 33,13 Onder de loep wordt er ook genomen: het emigreren met een studieschuld, het vraagstuk van de goedkope en de dure opleidingen de studieschuld van een examenstudent, die van geen onderwijsvoorziening gebruik maakt, de kortere en langere studieduur en het gesloten systeem van de leningen.

Uitdrukkelijk stelde de onderminister van o nderwijs dat het collegegeld — terug te schroeven naar ƒ 500 — nooit en te nimmer een fors bedrag mag zijn. Anders wordt er een sociale drempel opgeworpen voor de arme student, meende Klein.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

(Van onze parlementsredactie)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken