Bekijk het origineel

John Dean beschuldigt president Nixon

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

John Dean beschuldigt president Nixon

4 minuten leestijd

WASHINGTON — John Dean. de ontslagen juridische adviseur van president Nixon, heeft gisteren gezegd dat de president van het begin af aan op de hoogte is gehouden van pogingen om de Watergate-inbraak in de doofpot te stoppen.Nixon ontving alle inlichtingen hierover van zijn voornaamste twee medewerkers. Bob Haldeman. de chefstaf van het Witte Huis en John Ehrlichman, zijn adviseur voor binnenlandse aangelegenheden.

Dean legde gisteren getuigenis af voor de speciale Senaatscommissie, die een onderzoek instelt naar het Watergate schandaal. Naar zijn verklaringen werd mist grote belangstelling uitgezien, omdat werd verwacht dat zij zeer belastend zouden zijn voor president Nixon. 

Dean had al enkele maanden geleden laten weten dat hij niet tot „zondebok" gemaakt wilde worden. 

Deans eerste getuigenverklaringen voor de Senaatscommissie bevatten echter niet het verwachte „explosieve materiaal". Wel was president Nixon volgens Dean in een vroeg stadium van alles op de hoogte geweest, maar zo voegde hij er aan toe: „Het is mijn eerlijke overtuiging dat de president , zich niet de consequenties heeft gerealiseerd van hetgeen hem ter ore kwam". 

De verklaringen van Dean wanen wel uitermate belastend voor Nixons vroegere naaste medewerkers Haldeman en Ehrlichman, Zij zijn van de eerste dag van de mislukte inbraak in het Watergate-gebouw af sterk betrokken geweest bij alle pogingen om de zaak in de doofpot te stoppen, aldus Dean. 

Zo had Gordon Strachan, assistent van Haldeman, Dean toevertrouwd dat hij in opdracht van zijn chef „belastende documenten" had vernietigd. Dat was gebeurd twee dagen na de inbraak. Ehrlichman had er bij Dean op aangedrongen om ervoor te zorgen dat Howard Hunt, het „brein" achter de inbraak, uit het land zou verdwijnen. Ehrlichman had Dean ook gevraagd om alle belastende stukken die in Hunts brandkast in het Witte Huis waren opgeslagen in de rivier te gooien. 

Evenzeer belastend was de getuigenverklaring van Dean voor John Mitchell, de vroegere Amerikaanse minister van justitie. Volgens Dean had Mitchell met Haldeman en Ehrlichman overlegd hoe aan zwijggeld voor de gepakte inbrekers te komen. Haldeman en Ehrlichman hadden daarna Dean opgedragen daarover met Nixons privé-advocaat Kalmbach te praten. Dean had dat gedaan op 28 juni, elf dagen na de inbraak. Een week later had Kalmbach hem gezegd dat hij Haldeman en Ehrlichman kon vertellen dat de zaak in orde was. Het geld was bijeen. 

Dean bekende voor de Senaatscommissie dat hij zelf betrokken was geweest bij pogingen om het gerechtelijk onderzoek te bemoeilijken, dat hij anderen had aangezet om meineed te plegen — vermoedelijk tijdens het proces van de zeven mannen die zijn veroordeeld voor de inbraak in Watergate — en dat hij voor privé-doeleinden geld had gebruikt uit de kas van Nixons herverkiezingscomité. Dat geld had hij overigens later weer teruggestort.

HONGER

Dean zei dat de Watergata-affaire vanzelf gegroeid was uit de „onverzadigbare honger", die het Witte Huis had naar politieke informatie van tegenstanders. Er heerste in het Witte Huis buitensporige bezorgdheid over de politieke kracht van demonstranten en over documenten die uitlekten en daarbij kwam dan nog de „doe-het-zelf-mentaliteit" van de stafleden in het Witte Huis, waarbij geen rekening werd gehouden met bestaande wetten, aldus Dean. 

Zo had het Witte Huis in 1969 opdracht gegeven om een onderzoek in te stellen naar de achtergronden van de dood van senator Edward Kennedy's secretaresse Mary Kopechne. Op 18 juli reed Edward Kennedy — broer broer van de in 1963 vermoorde president — na een feestje met zijn auto op het eiland Chappaquiddiok het water in. Mary Kopechne, die op de achterbank had gezeten, verdronk. 

John Caulfield, chef van de veiligheidsdienst van het Witte Huis, stuurde een vertrouweling, Anthony Ulasewicz, naar Chappaquiddiok. Hij deed zich daar als een verslaggever voor, stelde op persconferenties de verrassendste vragen en bracht later een volledig rapport uit aan Caulfield. Caulfield had Dean verteld dat hij handelde in opdracht van Haldeman en Ehrlichman.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

John Dean beschuldigt president Nixon

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken