Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gruyters beperkt huurverhogingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gruyters beperkt huurverhogingen

4 minuten leestijd

Aan de huurverhoging van alle woningen — eigendom van gemeenten en woningcorporaties in de Randstad — voor 1974 wordt paal en perk gesteld. De opschroeving van deze huren zal niet meer mogen bedragen dan 7%. Dat houdt in dat de huurharmonisatie de huren het volgende jaar met niet meer dan 1% zal mogen opdrijven. De gewoonlijke jaarlijkse huurverhoging is op grond van de wet immers al zes procent.

Het is een van de belangrijkste punten van de nota over het huur- en woonruimtebeleid, die minister Gruyters (volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) samen met de staatssecretarissen Van Dam en Schaefer gistermiddag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. In deze „korte termijn"-nota wordt een overgangsbeleid naar een nieuwe huur- en subsidiepolitiek uitgestippeld. Zaken van ingrijpende aard, zoals de invoering van een huurbelasting en de wijziging van het subsidiestelsel, komen later aan de orde.

Voor de gesubsidieerde woningen, die in_ de laatste vijf jaren zijn gebouwd, blijft de huurverhoging zes procent van de huur op 1 maart 1974. Voor de niet of niet meer gesubsidieerde particuliere woningen in het geliberaliseerde gebied, zullen maxima voor de huurverhogingen kunnen worden vastgesteld, om een stokje te steken voor te sterke en abrupte huurverhogingen. Aan de huurliberalisatie wordt door het kabinet-Den Uyl geen verdere uitbreiding gegeven. „Het feit dat — zoals bij de jongste maatregel bijvoorbeeld in Noord-Holland is gebleken — de liberalisatie (het vrijmaken van huren, red.) momenteel is doorgedrongen tot in de „harde kern" van het gebied waar nog woningnood heerst, maant tot uiterste voorzichtigheid", zo meent minister Gruyters.

Overigens onderschrijft de regering wel de liberalisatie als middel om te komen tot een vrijere woning- en huurmarkt. Daarbij wordt echter wel de voorwaarde gesteld dat „alle deelnemers aan die markt van de voordelen van de liberalisatie zullen kunnen profiteren". Met name dat de sociaal-economisch zwakkeren in onze samenleving gelijke kansen hebben tegen een redelijke prijs zich op die markt een woning te verschaffen.

Ook de woonruimtewet, die van 1947 dateert, zal van kracht blijven in de gemeente waar zij thans nog geldt. Een uitzondering hierop zal enkel en alleen worden gemaakt, als de gemeenteraad van een van deze gemeenten uitdrukkelijk erom zou vragen. Het kabinet Den Uyl huldigt op dit punt het standpunt dat het plaatselijk bestuur zoiets het beste kan beoordelen. „In het verleden zijn" — zo wijst de nota erop — „ook in het westen en midden des lands enkele gemeenten op eigen verzoek geliberaliseerd".

De woonruimtewet — die aan de huurliberalisatie gekoppeld is — geeft aan de gemeente de bevoegdheid woningen te verdelen. Deze wet wordt echter automatisch buiten werking gesteld in geliberaliseerde gebieden. De gemeenten hebben in dat geval elke greep op de distributie op het woningbestand verloren, want zij kunnen ternauwernood vorderen of toewijzen.

Minister Gruyters en zijn belde staatssecretarissen stellen in de nota ook voor om „nieuwe overlegstructuren" In het leven-te roepen. Op deze manier wil men een einde maken aan de huidige situatie, waarbij de huurders niet betrokken worden bij de vorming van het beleid van de verhuurder ten aanzien van het huurpeil. Een aantal stappen zullen worden genomen in de sfeer van de toepassing van de huurharmonisatie. Deze komen er op neer dat in 1974 ook huurders van nog gesubsidieerde woningen — ouder dan vijf jaar — bezwaren tegen de huurverhoging kenbaar kunnen maken.

De huuraanpassingen in het komende jaar zullen voor 1 maart schriftelijk aan de huurders moeten worden aangezegd. De verhuurders zullen er daarbij op moeten wijzen dat tot 1 mei 1974 schriftelijk bij de regering bezwaar tegen de opschroeving kan worden aangetekend. Om het de huurders, die zich moeilijk schriftelijk uiten, gemakkelijker te maken, zullen voorgedrukte formulieren beschikbaar worden gesteld. In geval van gebreken, die de bewoonbaarheid ernstig schaden, zal de huurprijs niet worden verhoogd, zolang de mankementen niet zijn verholpen.

Dit betekent uiteraard niet dat het niet-doorgaan van de huurverhoging als excuus mag worden aangegrepen om ook in het vervolg correct onderhoud achterwege te laten, zo voegde staatssecretaris Van Dam er haastig aan toe. _ De regering zoekt nog naar de mogelijkheid om een verdergaande bescherming van de huurder in het huurrecht in te bouwen. Zo wordt bijvoorbeeld overwogen om in geval van hoge leeftijd, invaliditeit, ernstige ziekte of zwangerschap huuropzegging volstrekt onmogelijk te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Gruyters beperkt huurverhogingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken