Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afsluiting Zuiderzee was machtig terrein voor plannenmakers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Afsluiting Zuiderzee was machtig terrein voor plannenmakers

Waar eens de golven het land bedolven

3 minuten leestijd

Aan plannen om de Zuiderzee en Waddenzee droog te legden heeft het in het verleden nooit ontbroken. Zelfs in tijden dat de technische middelen nog ontoereikend waren hebben talrijke plannenmakers zich over het probleem gebogen hoe van een zeearm vruchtbare landbouwgrond te krijgen.

Voorzover bekend is het oudste plan afkomstig van Hendric Sfcevin die in liet jaar 1667 voorstelde de Zuiderzee af te sluiten en droog te maken, afdamming van het IJ, het graven van een Noordzeekanaal en bedijkrng van de Haarlemmermeer. Natuurlijk was het plan in die tijd ooiuitvoerbaar.

De vele plannen, die in de vorige eeuw met betrekking tot de inpoldering van de Zuiderzee (al dan niet gecombineerd met de Wadden) werden voorgesteld, kunnen naar hun opzei worden verdeeld in vier groepen.

BEZWAREN

De volledige bedijking van de Zuiderzee met het Waddengebied beoogt in de eerste plaats een zeer grote landaanwinst. In de negentiende eeuw was dit plan echter technisch ongrijpbaar. In het bijzonder de sluitgaten tussen de Waddeneilanden hebben diverse plannenmakers al te zeer onderschat. Het tweede bezwaar was, dat men de IJsselafvoer niet op een bevredigende wijze had opgelost. De mond zou over een afstand van ongeveer 90 kilometer moeten worden verlegd naar de Noordzee. Als derde bezwaar moet worden aangemerkt dat bij een volledige inpoldering ook het diepste overwegend zanderige hart van de Zuiderzee tot ruim tien meter onder NAP zou worden drooggelegd. Uiteraard zou man een zoetwaterreservoir, zoals hot IJsselmeer nu is, zijn misgelopen,

GEDEELTEN

Andere plannen leidden tot een partiële bedijging van de Zuiderzee, bezuiden de mond van de IJssel. De bezwaren van de IJsselafvoer werden door deze projecten wel ondervangen, maar ook hier was geen sprake van 't zoetwatervoordeel, terwijl het plan geen optimale landaanwinst opleverde.

Huet en ook Lely dachten in derde instantie aan een gedeeltelijke bedijking van de Zuiderzee, zonder Afsluitdijk. Hier zou alleen landiwinst worden bereikt in de open en dus zout blijvende Zuiderzee. De prijs per hectare zou ongetwijfeld hoog zijn geworden door de vele kilometers lange en kostbare zeedijken.

JUIST

Een gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee met afsluiting en binnenmeer wees in de juiste richting. Hiermede zou men bereiken een aanzienlijke verhoging van de veiligheid, het voordeel van de zoatwatervoorziaiing' en een betere afwatering van het aangrenzende oude land en tenslotte verlichting van dé kosten van dijkenonderhoud. Lely zag kans uit de chaos van plannen te komen tot een weloverwogen briljante synthese.

WETSONTWERP

„Ik acht den tijd gekomen "' Voordat Koningin Wilhelmina in de troonrede op de derde dinisdag in september van het jaar 1913 deze gedenkwaardige woorden zou uitspreken om het vierde wetsontwerp met betrekking tot het zulderzee-project aan te kondigen, moest er nog heel wat gebeuren.

Achteraf mag het als een bijzonder gelukkige omstandigheid beschouwd worden dat Lely, die met grote deskundigheid in dienst van de Zuiderzeevereniging door zijn technische nota's als het ware het fundament had gelegd voor de grote onderneming, geroepen werd om in het kabinet Van Tienhoven de portefeuille van Waterstaat, Nijverheid en Handel te beheren. Nadien zou Lely nog tweemaal als minister deel uitmaken van de regering.

LATE VREUGDE

Eerst in zijn derde ambtsperiode heeft hij de late vreugde beleefd dat het project, waaraan hij zijn hele wezen had verpand, bij de wet werd geregeld. De voorgeschiedenis van de Zuiderzeewerken is niet over rozen gegaan. Op 14 juli 1918 verscheen in het Staatsblad de wet tot afsluiting en droogmaking van , de Zuiderzee, een der kortste wetten uit hot Nederlandse wetboek, maar tevens van zeer grote draagwijdte.

De tijd was gekomen om de grote onderneming, waarover reeds zolang was gesproken, aan te vangen. Uil: Het een-te offensief, door H. J. Snivel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Afsluiting Zuiderzee was machtig terrein voor plannenmakers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken