Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oosterschelde-kwestie grondig aangepakt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oosterschelde-kwestie grondig aangepakt

Minister Westerterp roept speciale commissie in leven

5 minuten leestijd

Wat de Oosterscheldekwestie betreft weegt het kabinet-Den Uyd het milieubehoud zorgvuldig af tegen de veiligheid. Binnenkort roept minister drs. Th. E. Westerterp (verkeer en waterstaat) een „commissie Oosterschelde" in het leven die „de bestaande mogelijkheden zal moeten bestuderen en hieruit die oplossing dienen te kiezen die beide belangen — veiMgheid en milieu — het beste dient". Tevens moet de commissie — binnen een tijdsbestek van zes maanden — nagaan in hoeverre het Delta-plan volgens zijn oorspronkelijke opzet kan worden uitgevoerd.

Verschillende wetenschapsbeoefenaren zullen van de commissie deel uit maken, zo weet de dezer dagen gepubliceerde regeringsnota „Afsluiting van de Oosterschelde" te verteürn. De vertegenwoordigers, die binnen afzienbare tijd zullen worden aangewezen, mogen niet nauw betrokken zijn bij de instanties waar het beleid wordt uitgestippeld (ministeries, parlement).

De „commissie Oosterschelde" zal bestaan uit: terkeringen (en dit betreft de gevaarlijkste) op de vereiste hoogte en sterkte zijn gebracht, maar dat de dijken langs de Oosterschelde in het geheel niet zijn verhoogd. „Dit — gevoegd bij het. feit dat de waterstaatkundige toestand van de Oosterschelde na de afsluiting van het Volkerak nog ongunstiger is geworden — maakt dat de betrokken gebieden in een nog gevaarlijker positie verkeren dan voor 1953", aldus minister Westerterp.

!• een voorzitter, die een grote bestuurlijke ervaring heeft en het vertrouwen geniet van brede lagen van de bevolking;

• een deskundige op het gebied van de waterbouwkunde; • een econoom; !• een deskundige op het gebied van de milieuhygiëne; een bioloog; • een deskundige op het gebied van de visserij; • een planoloog. Minister Westerterp vertrouwt er op dat op deze manier wordt bijgedragen tot „een wellicht minder omstreden beleid voor de beveiliging van het zuidwesten van ons land. „De uitvoering van de in de Deltawet vastgelegde werken mag volgens de bewindsman niet — in afwachting van het rapport van de commissie — worden stilgelegd of vertraagd. De huidige toestand van de waterkeringen rond het Oosterschelde-bekken maakt het noodzakelijk de in de Deltawet omschreven beveiliging zo spoedig mogelijk te verwezenlijken. Zeer zeker tegen de at^tergrond van het grote, nooit aflatende gevaar dat deze zeearm vormt.

Dijh

Na de afdamming van het Volkerak zijn de stroomversnellingen toegenomen. Hierdoor is het gevaar van oevervallen en bodemuitschuringen nog groter geworden. Bovendien stijgen de waterstanden bij stormvloeden op sommige plaatsen hoger dan voorheen.

Ten overvloede wijst de bewindsman van verkeer en waterstaat er op dat afsluiting van de Oosterschelde borg staat voor een aWoende beveiliging van het land. De tot op heden uitgevoerde studies wettigen volgens minister Westerterp de verwachting dat deze oplossing gepaard kan gaan „met een goed milieu, met kansen voor een gevarieerde inrichting van het afgesloten bekken en veelzijdig gebruik daarvan".

Als een paal blflft evenwel boven water staat dat het — als gevolg van deze afsluiting — verloren gaan van het huidige „hydrobiologische" milieu een hoge prijs is voor zeer noodzakelijke beveiliging.

Milieu behoud

Openhouden van de Oosterschelde zal naar verwachting betekenen, zo meent minister Westerterp dat een milieu blijft bestaan met een zeer goede waterkwaliteit, een grote biologische rijkdom en waardevol als natuurgebied.

en

Hierbij mag naar het oordeel van minister Westerterp niet uit het oog worden verloren dat — landelijk gezien — reeds ongeveer 30 procent van de wa

Het volledig ongeschonden bewaren van dit milieu is naar de mening van de bewindsman echter onmogelijk. „Als gevolg van de in ieder geval te nemen . WERKHAVEM SCHEiPHOEK maatregelen zal het bestaande milieu niet geheel onaangetast blijven, terwijl vanuit zee vervuilingen Icunnen binnendringen waartegen weinig gedaan kan worden." Om de risico's van een open Oosterschelde tot een minimum te beperken, zal dit bekken dan in een aantal „vakken" worden verdeeld.

In dat geval zullen ook de 245 kilometer lange dijken rond het beklcen stevig opgehoogd moeten worden. Een dergelijke versterking zal naar alle waarschijnlijkheid pas in 1978 klaar kunnen zijn.

Besluit men desondanks de Oosterschelde van de zee af te dammen, dan wordt „een optimale beveiliging" voor het achterliggende gebied bereikt. Voor overstromingsrampen behoeft in feite niet meer te worden gevreesd. Bovendien heeft men te mailen met een korte (9 km) goed te onderhouden waterkering — die in 1978 kant en klaar kan zijn.

Overvallen

Gevervallen — veroorzaakt door een sterke stroom die een dijk van onderen uitschuurt — zullen dan ook definitief tot het verleden behoren. Hoe ernstig het kwaad van deze dijkvallen de kusten langs de Oosterschelde heeft aangetast, leert een blik op de kaart. De kunstlijnen van Schouwen en NoordBeveland zien er deerlijk gehavend uit. De dreiging bestaat zolang een getijbeweging in het bewuste gebied blijft bestaan. In de laatste 90 jaar zijn langs de Oosterschelde maar liefst 23 dijkvallen opgetreden.

Een duidelijk negatieve zijde van het Deltaplan is — aldus de regeringsnota — de schade die wordt toegebracht aan de schaaldiercultuur (mosselen en oesters) en de beroepsvisserij. „Alhoewel ter zake schadevergoedingsregelingen zijn getroffen, blijft de sociale kant van deze zaak schrijnen."

Het verloren gaan van de zogenaamde „kinderkamerfunctie" van de Oosterschelde voor jonge vis is eveneens een schaduwzijde, zo geeft de nota toe. „Daarbij moet overigens — om het probleem in zijn juiste proporties te zien — wel worden bedacht dat deze „kinderkamerfunctie" nog geen 5 procent bedraagt van die van de Waddenzee, terwijl ook de Westerschelde een belangrijke „kinderkamerfunctie" vervult."

Het zijn alle factoren die een belangrijke rol spelen. Het is aan de Oosterschelde-commissie om, na het afwegen van de een tegen de ander, tot — om met minister Westerterp te spreken — „een evenwichtig advies" te komen.

Als het rapport van de commissie — dat openbaar gemaakt zal worden — daartoe aanleiding geeft zal de bewindsman het provinciaal bestuur van Zeeland en de betrokken Waterschappen in de gelegenheid stellen hun standpunt over een en ander kenbaar te maken. In dat geval zal tevens de raad van de waterstaat om advies worden gevraagd. Hierna zal de regering haar standpunt bepalen en het parlement op de hoogte brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Oosterschelde-kwestie grondig aangepakt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken