Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

door HUGO KINGMANS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

door HUGO KINGMANS

3 minuten leestijd

„Hij moest de strop krijgen", zei Jan Arends hard. „In tijd van oorlog kunnen wij geen verraders en lafaards gebruiken".

„Het is ook wel mogelijk, dat hij smadelijk weggejaagd is.

De Prins is voor geen geruchtje vervaard. Dat heb ik eenmaal gezien".

„Vertel dat nog even", drong moeder Arends aan, „en dan moeten wij aan het werk, hoor Aal. We voeren niets uit. Dat gaat niet langer zo".

„En je zegt zelf, dat Dries vertellen moet", lachte de boer.

„Ja, nog even. Want het is van de Prins".

In deze enkele woorden toonde de boerin haar grote aanhankelijkheid voor Willem van Oranje, die zwakke, jonge man, die geroepen was, de Republiek te verdedigen tegen een viervoudige overmacht. Het was om er onder te bezwijken en toch hield hij moedig stand. Of er in dat zwakke, broze lichaam ook een krachtige geest school! Maar — daarvan was moeder Arends zeker — die geest werd gevoed door een onwankelbaar Godsbetrouwen!

„Wat ik nu vertellen ga", begon Andries, „vergeet mijn hele leven niet".

„Je zult deze hele Gelderse reis wel niet vergeten", plaagde Aal, doelend op

„Ik heb hem zoëeven nog in het dorp gesproken en moest je de groeten overbrengen", zei Andries nog om dan te vervolgen: „Maar nu mijn verhaal. Wij zaten gezellig, voorzover je het gezellig kunt noemen, als je iedere dag een vendel Franse soldaten op de boerderij verwacht, bij elkaar en de officier vertelde, toen plotseling een van de ruiters, die in de stallen ingekwartierd waren, naar binnen kwam stormen en uitriep: „Luitenant, de Friese compagniën zijn aan het muiten geslagen!" Weg was al weer, maar de officier zag bleek en zei: „Zoiets hij had ik verwacht, al maar tegenslag. En dan een stelletje onervaren officieren..."

„Netjes, als je dat van je collega's zegt", meende boer Arends.

„'t Is ook geen wonder, vader", antwoordde Andries, „dat hij, die een goed officier is, zo spreekt. Als je die staaltjes hoort, hoe er met de garnizoenen is omgesprongen..."

„Niet afdwalen, Dries", vermaande moeder. „Je zou van de Prins vertellen".

„Ik was er mee bezig, moeder. DG officier dan stond en zei: „Ik moet naar het kamp. De soldaten hier op de boerderij houden zich wel rustig". Ik vroeg of ik mee mocht. Dina maakte wel wat bezwaar, maar ik beloofde haar, dat ik mij niet in gevaar zou begeven De luitenant voelde er eerst ook niet veel voor, maar hij stemde toch toe".

„Wat had je ook mee te doen", zei vrouw Arends met enige afkeuring in haar stem.

„Het avontuurlijke moeder", merkte de boer op. „Dat zit die jongen in het bloed".

„Waarom ik meewilde, weet ik niet. Maar later was ik wat blij, dat ik gegaan was. Want het was een toneel, om nooit te vergeten. Wij gingen met z'n beiden up stap, het was bijna elf uur en het was donker".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

door HUGO KINGMANS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken