Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1973: Jaar van herdenken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

1973: Jaar van herdenken

ALKMAAR EN KIJKDUIN

5 minuten leestijd

Evenals hel jaar 1972 is ook het jaar dat we thans beleven, 1973, êr een van belangrijke herdenkingen. Herdenken is een goed ding, vanouds gebruikelijk onder ons volk. Wij wekken daarom de lezers van het RI) op om toch, mét de dichter van l*salm 78, niei ie csrgeten „de loffelijkheden des Heeren, en Zijne sterkheid en Zijne wonderen, die Hij gedaan heeft"; ook in onze vaderlandse geschiedenis. 1973! Onze gedachten gaan 40 O jaar terug. Het lieve jaartallenboekje van de lagere school leerde ons vroeger: 1573: Haarlembezet, Alkmaar gered, Alva vertrekt. Inderdaad ALCMARIA l ICTRIX, van Alkmaar begint de victorie! Automobilisten, die deze zomer langs Alkmaar komen, moeten maar eens op de fraaie schilden letten langs de weg bij de stadstoegangen, die het feit van Alkmaar's verlossing in 1573 in herinnering roepen. In de benauwde situatie, waarbij door een veldtocht van de zoon van Alva, Don Frederik, ettelijke steden in ons land onder de voet werden gelopen, ja geplunderd en uitgemoord, gaf God bij Alkmaar voor het eerst uitkomst, een jaar later, op 3 oktober 1974, bevestigd door dat heerlijke, vreselijke ontzet van Leiden, waarvan het verhaal pas geleden nog eens fijn is oververteld door Dr. R. H. Bremmer in zijn kostelijk boek „VAN OPSTAND TOT KONINKRIJK".

Niet alleen 1573, ook 1673 is een belangrijk jaar in onze geschiedenis. Evenals honderd jaar daarvoor werd ons land ook

In 1672 was onS land besprongen door vier vijanden; Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen. We weten het nog van school: De Staten waren radeloos, het volk redeloos, het land reddeloos. Weliswaar tastte Michiel de Ruyter de Engelsen in de zeeslag bij Solebay (juni 1672) zodanig aan, dat het zeefront voorlopig beveiligd was, maar de Fransen drongen vanuit het Oosten diep in ons land door. Zij bezetten Utrecht. Ds. Van Lodenstein werd door hen als gijzelaar meegevoerd. Bij een raid plunderden zij Bodegraven en Zwammerdam, in welke laatste plaats enkele jaren later ds. Hellenbroek predikant werd. In het boek „De Franse koopmanszoon" wordt nog aan deze gebeurtenis herinnerd. Toch liepen de Fransen tegen de winter vast op de Hollandse waterlinie en het grootste gevaar werd nu een eventuele landing op onze kust in de komende zomer i^an het nieuwe jaar 1673. Ds. Salomon van Til van Huisduinen hij later psalm 75 berijmde met de woorden: Als ik't ambt ontvangen zal. Wil ik volgens recht en plicht Altoos recht doen in 't gericht. Land en volk was in verval. Maar zijn pijlers stelde ik vast Tegen woede en overlast.

Hadden de lessen, die de jonge prins van de vrome ds. Trigland had gehad, vrucht gedragen? Zeker is dat hij zich „liever in stukken liet houwen", dan de vernederende voorwaarden van de Franse koning aanvaarden. En dat hij een zeker middel wist om de ondergang van Holland niet te aanschouwen. Welke was dat middel? Te briefje aan zijn zuster: schans. Voorts weten we dat hij veel ophad met thans nog onder ons geliefde predikanten als Wilhelmus a Brakel. Hij is de grote verdediger van het protestantisme geweest in West-Europa.

Twee admiraals kwamen begin 1673 in aanmerking voor de functie van opperbevelhebber over onze zeestrijdkrachten: Cornells Tromp en Michiel de Ruyter. De eerste was een vurige Oranjeklant; van Michiel de Ruyter is bekend dat hij staatsgezind was en goed bevriend met de gebroeders De Wit. Het tekent de grootheid van Prins Willem III dat hij toch aan De Ruyter de hoogste rang toekende.

Algra zegt in „Dispereert niet": „Maar de prins liet het opperbevel aan de meer voorzichtige De Ruyter". Zou het echter ook kunnen zijn dat de Prins aan Michiel de Ruyter de voorkeur gaf vanwege diens godsvrucht? Enkele citaten mogen hier dienen om het verschil aan te geven tus?en deze twee zeehelden, die voor elkaar niet onderdeden in dapperheid. Algra vertelt hoe in de zeeslag bij Schoonevelt, op 7 juni 1673, tot driemaal toe het schip onder Cornells Tromp in de grond werd geschoten. Vanaf zijn vierde schip, de Comeetstar, schreef Tromp tijdens de slag dit briefje aan zijn zuster: „Beminde Suster, Gisteren hebben wy den dans aengegaen, en ben Godt sy gelooft gesondt, en hebben ons hart eens weder opgehaelt als koningen. Ik ben op myn vierde schip, de Comeetstar, en meene van daeg een braven dans te dansen. Wy krygen de Fransen soo aen 't loopen, dat sy de bramsells en alles bysetten, en soo het vandaag soo voortgaet, soo hoop ik dat aller vrienden en ons (ebedt verhoort sal zyn, en dat wy van de tyranny verlost zullen worden. Adieu. Couragie. 't Sal waerachtig 1 wel gaen."

Na de slag voerde De Ruyter, gezeten op de rand van zijn ledikant in zijn kajuit, een gesprek met zijn vlootpredikant. „Monden en tongen" zo sprak hij, „ontbreken ons om Gods goedheid te vermelden, die Hij aan ons gedaan heeft."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

1973: Jaar van herdenken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken