Bekijk het origineel

In 1976 f 2,7 miljard ontwikkelingshulp

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In 1976 f 2,7 miljard ontwikkelingshulp

Stijging met 20 procent

3 minuten leestijd

(Van onze parlementsredacteur) In 1976 zal Nederland anderhalf procent van het netto nationaal inkomen uitgeven aan ontwifckelimgssamenwerking — dat wil zeggen ruim 2700 miljoen gulden. Minister Pronk beseft dat dit beleidsvoornemen èen zweer beslag legt op de begrotingsruimte die in de komende jaren voor nieuwe initiatieven beschikbaar is. Met

name voor 1974 is die ruimte beperkt.

Om dit beslag binnen de grenzen van het mogelijke te houden is besloten:

• in het komende jaar slechts een bescheiden stap te zetten op weg naar de venvezenlijking van het voornemen. Het „hulpplafond" voor dit jaar is met het oog daarop bepaald op 1380 miljoen gulden. Ten opzichte van 1973 — toen 1150 miljoen gulden beschikbaar was — betekent dit een stijging met 20 procent.

• evenals in de vorige jaren een gedeelte van het hulpprogramma voor de ontwikkelingslanden (onder staatsgarantie) uit de kapiaalmarkt te finan

In het komende begrotingsjaar zal gestreefd worden naar aanzienlijke verkleining van het zogenaamde „stuwmeer" van in het verleden wel begrote, doch nog niet uitgegeven middelen. Er zullen maatregelen worden genomen ter verbetering van de hulpverlening. Daarnaast zal extra aandacht worden besteed aan de kwaliteit van de hulp. Waar nodig zal deze grondig herzien worden.

Eén van de uitgangspunten Van de door minister Pronk uitgestippelde koers is dat de hulp die Nederland verleent ongebonden dient te zijn. In het algemeen geschiedt de hulpverlening door middel van lening en langlopende — dikwijls zelfs renteloze — leningen.

In het hulpprogramma "74 is een duidelijk onderscheid gemaakt: • enerzijds de onderdelen die — volgens internationale normen — als „zuivere hulpverlening" worden aangemerkt;

anderzijds de onderdelen die tot indirecte uitgave ten behoeve van de ontwikkelingslanden leiden, ondersteunend van aard zijn en overwegend binnen Nederland blijven.

Dit onderscheid houdt verband met de plannen van minister Pronk om de directe uitgaven in de komende kabinetsperiode maximaal op te voeren.

Dit voornemen zal nader worden uiteengezet in een nog uit te werken meerjarenprogramma, dat betrekking heeft op de jaren 1974-1977.

In het hulpprogramma voor het komende jaar is een hoge prioriteit toegekend aan de hulpverlening via de internationale organisaties. Ruim 19 procent van de gelden die voor ontwikkelingssamenwerking zijn uitgetrokken (bijna 250 miljoen gulden) bereiken het donorland via instellingen als de Verenigde Naties.

HUMANITAIRE HULP

Het budget laat een stijging van de post humanitaire hulp zien van 4,8 miljoen in 1973 tot 27,5 miljoen in het volgende jaar. Om slagvaardiger en op grote schaal bijstand te kunnen ,verlenen bij rampsituaties in ontwikkelingslanden is de begrotingspost voor dit doel aanzienlijk verhoogd: van 3,5 miljoen tot 12 miljoen in 1974.

Ten behoeve van het werk van de Nationale commissie ontwikkelingsstrategie 1970-1980 (de commissie-Claus), dat in een andere opzet zal worden voortgezet, is een bedrag van 4,5 miljoen gulden uitgetrokken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

In 1976 f 2,7 miljard ontwikkelingshulp

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken