Bekijk het origineel

HET LOODSWEZEN EEN ONMISBARE SCHAKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET LOODSWEZEN EEN ONMISBARE SCHAKEL

4 minuten leestijd

Nederland ligt aan een van de drukst bevaren zeevaartroutes ter wereld. In 1972 voeren niet minder dan 37.350 schepen de Nieuwe Waterweg op en gingen er zo'n 37.622 schepen via die weg weer terug naar zee. Daarvan werden 31.346 inkomende en 31.268 uitgaande schepen beloodst. Jaarlijks komen er steeds meer, steeds grotere en snellere schepen. Een veilige vaart voor dit drukke scheepvaartverkeer is een van de belangrijkste taken van de „Dienst van het Loodswezen, de Betonningen Verlichting."

De loods, die al ca. 4,5 mijl uit de kust aan boord komt en bij het uitvaren van een schip ook weer ca. 7,5 mijl buiten het Noorderhoofd van Hoek van Holland iri volle zee wordt afgezet op de „afhaalboot" van de loodsdienst, is een ervaren man — een expert. Stromingen, zandbanken, diepDe loods gaat aan boord. ten, ondiepten en wrakken staan op de zeekaarten aangegeven, maar de omstandigheden kunnen dagelijks veranderen. Aan onze kust bijvoorbeeld verplaatsen veel zandbanken zich.

Het Loodswezen heeft zijn werkterrein verdeeld in zes districten: 1 en 2 Harlingen, 3 Amsterdam, 4 en 5 Rotterdam en 6 Vlissingen. De loods kent de vaarwateren van het district waarin hij werkt als geen ander. Hoewel de kapitein onder alle om•standigheden verantwoordelijk blijft voor alles wat er op en met zijn schip gebeurt, draagt de loods als expert toch een grote verantwoording, want het is op zijn aanwijzingen dat het schip door de drukke vaarwateren navigeert en dat is geen geringe zaak. De gezagvoerder is verplicht een loods aan boord te nemen, maar er .staat geen strafsanktie op, wèl moet altijd loodsgeld worden betaald. In de Middeleeuwen waren schippers en vissers behulpzaam bij het navigeren als een schip een haven of een riviermond wilde biimenvaren. Een „rommelige" toestand was dat wel en een garantie voor de kundigheid van de „loods" was er niet. De oudste bekende regeling van het loodswezen is een proclamatie uit 1563 toen onder de regering van Koning FEips II zware straffen werden aangekondigd voor diegenen die hun diensten als loods aanboden zonder over de nodige kwaliteiten te beschikken.

Er kwam wat verbetering in de toestand toen in de Gouden Eeuw de Staten van Holland (in 1615) en van West-Friesland (in 1617) voor hun eigen gebieden loodsverordeningen uitvaardigden. Steden en Admiraliteiten stelden „gecommitteerden" aan, belast met het toezicht op de loodsdiensten ter plaatse, maar een centraal geleide organisatie werd het nog steeds niet. Dat punt in de historie van de veiligheid op zee werd pas in 1813 bereikt.

Het loodswezen werd toen blijvend onder het ministerie van Marine gesteld en daaronder ressorteert het nog altijd.

Het is uitgegroeid tot een efficiënte dienst, die onder meer zorg draagt voor een veilige begeleiding van de in- en uitgaande schepen. Maar de Dienst van het Loodswezen doet méér, zoals het zorgdragen voor de betonning, de bebakening en de verlichting.

Voor wat betreft de veiligheid ter zee in de wateren die onder Nederlands beheer staan, is de Dienst het apparaat dat óók onder vaak moeilijke (weers)omstandigheden waakt over de veiligheid van het scheepvaartverkeer. Die taak strekt zich niet langer alleen uit tot de Nederlandse kustwateren, maar reikt tot ver in de Noordzee, want de activiteiten van de Dienst hebben ook betrekking op allerlei facetten van de veiligheid op het Nederlandse gedeelte van het z.g. Continentale Plat met zijn vele booreilanden.

Ten behoeve van de Nederlandse en buitenlandse scheepvaart worden daar vaarroutes uitgezet en wordt zorggedragen voor de bebakening en de verlichting. Overigens, zeescheepvaart betekent nog altijd de veiligste manier van transport van mensen en goederen.

Het Loodswezen, hoezeer ook bij „licht" betroldcen, zet over het algemeen — waar het de publiciteit betreft — zijn licht nogal eens onder de korenmaat.. Het werk wordt gedaan, maar van der dertien miljoen Nederlanders zijn er niet zoveel die beseffen dat de Dienst van het Loodswezen een belangrijke instelling is, die er voor zorgt, dat alle soorten lading, bestemd voor Nederlandse havens, voor in-, uit- of doorvoer, veilig die bestemming bereiken. Maar óók een „wakend oog" voor vissers, sportvissers en zeezeilers. PUF 1850 en ook aan de aardewerkindustrie. De geschiedenis van de keramiek is vaak een belangrijk onderdeel der beschavings- en kunstgeschiedenis. Het Goudse sieraardewerk, dat zich gedurende eeuwen door vakbekwaamheid en gevoel voor schoonheid heeft ontwikkeld wordt nog steeds vervaardigd. •

In de „kérfkamer" van het mtiseum staat een oude kerfmachine, een pottenbakkersschijf en een pijpenmakerswerkbank met toebehoren opgesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

HET LOODSWEZEN EEN ONMISBARE SCHAKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken