Bekijk het origineel

„EEN TEVREDEN ROKER GEEN ONRUSTSTOKER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„EEN TEVREDEN ROKER GEEN ONRUSTSTOKER"

Een aantrekkelijk museum

9 minuten leestijd

Gouda heeft een aantrekkelijk Museum „De Moriaan", gevestigd in een uit 1617 daterend koopmanshuis, Westhaven 29. Het heeft een renaissance gevel met de oorspronkelijke winkelpui. In de periode van 1938-1958 werd het gerestaureerd. Het fraaie gebouw is inwendig met beeldhouwwerken versierd. Boven de ingang in de voorgevel bevindt zich het luifelbeeld en het uithangbord van „De Moriaan", het symbool van het roken.

Het pand werd reeds in 1680 verbouwd en verfraaid. Oorspronkelijk bevond zich in dit pand een suikerraffinaderij „In de Goecoop" geheten. Er werden ook kruiden verkocht en later ook koffie, thee en tabak. Deze laatste artikelen werden in de loop van de 18e eeuw de voornaamste handelswaren. In die periode kreeg de winkel de naam „De Moriaan". Thans is in dit pand een stedelijk museum gevestigd en bevat een antieke tabakswinkelinventaris, een collectie pijpen, tegels en Gouds aardewerk. Voorts treffen we aan pijpmakers-,pottenbakkers- en gildestukken, op fraaie wijze opgesteld. Inwendig is het houtwerk gemarmerd.
Gouda heeft twee zeer fraaie stedelijke museums nl. „Het Catharina Gasthuis" aan de Oosthaven. Schuin tegenover dit museum ligt het tweede museum „De Moriaan".
De collectie van het in 1874 gestichte Stedelijk museum, dat ontstond uit een in 1872 gehouden tentoonstelling van Goudse Oudheden ter gelegenheid van het 600-jarig bestaan van de stad, werd in 1939 van haar eerste behuizing overgebracht naar het Catharina-Gasthuis, met uitzondering van de collectie pijpen en aardewerk, die sedert 1938 een blijvende expositie vond in De Moriaan. 
Het tabakswinkelinterieur van het museum is ingericht met houten wandkasten, waarin platelen tabakspotten met koperen deksel en voorts bussen, alles uit vroegere eeuwen. Op de toonbank zijn aanwezig oude winkelingrediënten zoals een koffiemolen en een weegschaal. Boven de glas-in-loodramen in de achterwand bevinden zich drie vakken die op fraaie wijze bestoken zijn met gekruiste maretakken, bloemfes-
 toortje worden nu pijpencuriosa, pijpenwroeters etc. getoond. In de achterkamer Toeters etc. getoond. In de achterkamer direct achter de winkel en de „Saai" vindt men respectievelijk een collectie Gouds aardewerk en een expositie die een overzicht geeft van de geschiedenis van in hoofdzaak Goudse pijpen.

Pijpenindustrie
Van de belangrijke pijpenindustrie, die eens in Gouda bloeide, zijn veel herinneringen bewaard gebleven, zoals oude modellen pijpen, gietvormen, foudralen, tabaksdozen, een luifelbeeld voor een 19e eeuwse tabakswinkel, pijpenrekken, 19e eeuwse tabakspotten en gildekisten. Er is ook een wandbord uit de eerste helft van de 16e eeuw met pijpenmakersmerken. Het bord draagt onder meer als opschiift: Da Pacem Domine in Diebus nostris ofwel „Heer, geef Vrede in onze dagen".
In het gemeentearchief van Gouda zijn een groot deel van de merkenboeken van het Pijpmakersgilde aanwezig. Verscheidene registers, waaronder de oudste van 1660, zijn in 1876 te Londen publiek verkocht.

Merken
Afdrukken van deze merken treffen we aan in het boek: De merken en het merkrecht van die pijpmakers te Gouda, geschreven door G. C. Helbers en De geschiedenis van de pijpmakerij te Gouda, door D. A. Goedewagen. Dit boek werd uitgegeven door het Internationale Wetenschappelijke Genootschap voor Tabak te Bremen. Eveneens is dit het geval in het boek van S. Laanstra: Pijpmakers en pijpmerken van 1724-1865. De heer Laanstra vervaardigde aan de hand van de merkenboeken in het archief van het Pijpmakersegilde alfabetische lijsten van pijpmakers en hun merken. Het boek werd uitgegeven door de Fa. P. J. van der Wand Azn te Gouda. De uitgave van beide boeken is een loffelijk initiatief. Het vervaardigen van Stenen pijpen hebben de Gouwenaars geleerd van de Engelsen. William Baemelt - later Willem Barentsz - was de eerste pijpmaker in Gouda, die in 1B17 met de uitoefening van zijn bedrijf begon. Als merk voerde hij de „Gekroonde Roos". Door deze heraldische figuur, wapenfiguur van het geslacht Tudor (1617), drukte hij als Engelsman zijn bewondering uit voor dit huis.
Barentsd overleed in 1625. Het merk had echter een zodanige bekendheid verworven, dat het voor anderen van belang was het eveneens te gebruiken.

Pottebakkers
Spoedig volgden meer pijpmakers. Gouda bood een goede bakgelegenheid omdat deze stad een belangrijke pottenbakkerscentrum was. De pijpmakers hebhen vanaf het begin hun pijpen in de ovens, omstreeks 1620 vond men hier reeds een 30-taI pottenbakkersovens-doen bakken. Voor de pottenbakkers, die vanouds in een gilde verenigd waren, was dit een niet te versmaden bron van inkomsten, daar deze bakkerijen sinds 1600 in Gouda een moeilijk bestaan hadden.

Ook Gouwenaars gingen zich op het pijpmaken toeleggen. In 1660 werd het pijpmakersgilde opgericht en werden er sedertdien nauwkeurig aantekeningen gehouden van de verschillende merken van de gildebroeders. ledere gildebroeder had zijn eigen merk. Het gilde heeft formeel tot 1798 bestaan. Daarna werden het bazen of meesters, fabriqueurs en na de bevrijding in 1813 fabrikanten. De modellen van pijpen zijn in de loop der eeuwen sterk gewijzigd.
Eerst waren de koppen klein omdat de tabak duur was. Omstreeks 1700 werden de pijpen en vooral de stelen sierlijker van lijn. Vanaf circa 1730 kwamen zeer lange stelen in de mode. In 1686 werd te Gouda een Donderdagse pijpenmarkt ingesteld. Er was een speciale keur: Rakende het koopen en de verkoopen van pijpen, binnen de stad.

Amsterdam 
Door deze pijpenmarkt, welke zich zeer snel ontwikkelde, verliep de Amsterdamse pijpenmarkt. Buiten de markt en de marktdag was het de pijpmaker verboden pijpen te verkopen. Aan de pijpenmarkt was weer een bank van lening verbonden, maar alleen voor de leden van het Goudse pijpmakersgilde. Deze bank of „Pijpenpand" genaamd, werkte met geld van de stad. Men beoogde een betere financiering van de industrie, waardoor men de pijpmaker onafhankelijk maakte van de handelaar. In de eerste helft van de 18e eeuw bereikte de pijpenindustrie in Gouda haar grootste bloei. In 1750 waren 374 bazen in het gilde ingeschreven. Ruim 4000 mannen en 3000 vrouwen vonden toen hun bestaan in het pijpmaken. Rekenen we daarbij de toeleveringsbedrijven dan hadden 50 procent van de destijds 20.000 inwoners hun bestaan aan deze industrie te danken. In 1855 vormden 54 fabrikanten een vereniging welke echter in 1911 werd opgeheven. In 1881 deponeerden enige Goudse fabrikanten hun merken, waardoor het pijpenmerk in Nederland beschermd is.

Interessant
De merken hebben drie hoofdgroepen: Figuur-, letter- en cijfermerken. De figuurmerken is de meest interessante groep. Het waren meest voorstellingen uit het dagelijks leven. Het oudste lettermerk is uit 1660 en het oudste cijfermerk uit 1679. In 1728 werd de toren van de St. Janskerk te Gouda als merk ingeschreven door Teunis Soet.

Tegels
De bovenverdiepingen van het museum „De Moriaan" zijn gewijd aan de Nederlandse Tegelindustrie tussen circa 1600 en 1850 en ook aan de aardewerkindustrie. De geschiedenis van de keramiek is vaak een belangrijk onderdeel der beschavings- en kunstgeschiedenis. Het Goudse sieraardewerk, dat zich gedurende eeuwen door vakbekwaamheid en gevoel voor schoonheid heeft ontwikkeld wordt nog steeds vervaardigd. In het museum bevindt zich o.a. ook een verzameling uit de collectie van W. van Vliet Jczn. Langs de wanden zijn tegeltableaus geëxposeerd waaronder het tableau „Eendragt en Getrouwheyt" en „De Haan". Opmerkelijk is oolc het tegelnisje.
In de „kerfkamer" van het museum staat een oude kerfmachine, een pottenbakkersschijf en een pijpenmakerswerkbank met toebehoren opgesteld. De zolderverdieping is ingericht als expositieruimte waar Nederlands aardewerk wordt tentoongesteld. Oude straatlantaarns, aan een ketting opgehangen zorgen voor de verlichting.
Wie door dit wereldje doolt zal tot de conclusie komen, dat Gouda in „De Moriaan" een markant museum bezit, een museum in kwalitatief opzicht met vele facetten. Een monument van een rijk Gouds verleden. Zowel dit museum als het museum „Het Catharina Gasthuis" zijn met veel goede smaak ingericht. Beide zijn van een zodanige importantie, die een stad als Gouda bijna te boven gaat.
Zowel de inrichting als de voortreffelijke opstelling van het tentoongestelde materiaal verdienen alle lof. Ook „De Moriaan" is een belangwekkend en levendig museum, in het mooiste huis van Gouda, dat ver boven de meeste museums uitsteekt, niet doordat het zo rijk is aan „toppers", maar door de presentatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

„EEN TEVREDEN ROKER GEEN ONRUSTSTOKER

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken