Bekijk het origineel

Ds. F. Mallan ziet toekomst weinig rooskleurig in

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ds. F. Mallan ziet toekomst weinig rooskleurig in

Bekende voorman Geref. Gem. in Nederland 25 jaar predikant

10 minuten leestijd

In het huis aan de Schiedamseweg 130 te Vlaardingen dat een klein naambordje met het eenvoudige opschrift „Mallan" (zonder ds. F.) draagt, herdenkt dezer dagen de bekende voorman van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland zijn 25-jarig huwelijk en morgen tevens de dag dat hij 25 jaar in het ambt van herder en leraar staat. Een dubbel jubileum dus dat niet ongemerkt is voorbijgegaan. Daarvoor zorgden zijn acht kinderen, zijn Vlaardingse gemeenteleden en het landelijk verband der gemeenten. En dat in deze kolommen aandacht aan de jubilaris wordt gewijd, vindt temeer reden hierin, dat het RD en ds. Mallan nauw aan eIkaar verwant zijn.

Na afloop van een catechisatie bezochten enkele heren eens ds. Mallan in zijn toenmalige Veenendaalse consitorie, waar het idee om een reformatorische krant op te richten ter sprake kwam. Men speelde toen met de gedachte, maar er werd concreet niet verder op voortgeborduurd. Later is wel in Driebergen een comité opgericht waaruit weer later de Stichting Reformatorische publicatie voortvloeide. Lang voor het RD dus was ds Mallan er al bij betrokken.

Geen lof
Overigens had hij zijn jubileum het liefst stil gehouden. „Het zijn immers", zo vertelt hij ons, „de goederentierenheden des Heeren geweest, dat ik al die jaren in de ambtelijke loopbaan ben ondersteund geworden om dit werk te kunnen doen. Ik heb menigmaal gedacht dat ik deze mijlpaal niet zou bereiken; het kan daarom alleen maar een wonder zijn dat we dit nog mogen beleven. Er schiet geen lof voor de mens over, niets anders dan hulpe van God verkregen hebbende".
Deze zinsneden typeren de grote rijzige gestalte die in „De Wachter Sions" waarvan hij hoofdredacteur is, schreef dat als God naar één preek met hem zou handelen, zijn plaats alleen al in de rampzaligheid zou zijn. Ds. Mallan leeft vanuit een diepe afhankelijkheid van zijn Zender die in hem al jong - op zesjarige leeftijd -het besef deed groeien dat hij het Woord zou hebben te verkondigen.
Hier kort zijn levensloop. Geboren op 18 april 1925 te Rotterdam, in een gezin dat zowel geestelijk als materieel gezegend was, begon hij op 20-jarige leeftijd aan de theologische studie in Rotterdam bij o.a. ds. G. H. Kersten; voor de Geref. Gemeenten toch op tamelijk jonge leeftijd. Op 18 juli 1948 legde hij met goed gevolg zijn examen af en werd hij op 29 september door nu wijlen ds. J. Fraanje (toen te Barneveld) bevestigd in de gemeente Bruinisse (ZLD.) Vanuit deze gemeente maakte hij in 1953 de scheuring in de Geref. Gemeenten mee en vormde hij met aanvankelijk drie andere predikanten (Aangeenbrug, van de Ketterij en Steenblok) en een aantal vacante gemeenten de Geref. Gemeenten in Nederland. Van 1960 tot 1968 diende hij Veenendaal, daarna Gouda vanwaar hij in 1972 naar zijn huidige gemeente Vlaardingen vertrok.

Openb. 20
Het landelijk verband omvat thans 7 predikanten (inclusief twee emeriti) en 53 gemeenten met in totaal een 16.500 zielen. De predikanten zijn allen ouder dan 45 jaar en momenteel is er geen student in opleiding. Een weinig rooskleurige situatie naar de mens gesproken, menen wij en ds. Mallan bevestigt dat. Hij ziet echter heel de toekomst weinig rooskleurig in. „Ook wij zullen niet aan het oordeel Gods ontkomen. Misschien is de tijd niet ver meer dat onze samenkomsten onder communistische heerschappij uiteen geslagen worden zoals thans achter het IJzeren Gordijn". De predikant gelooft te leven in de tijd zoals beschreven in Openb. 20: satan is reeds ontbonden en slechts een kleine tijd rest hem nog. Dat alles is reeds ontbonden en slechts een kleine tijd rest hem nog. Dat alles gaat vooraf aan het eindgerlcht.

We vragen de jubilaris naar „De Wachter Sions" die zo'n 5400 abonnees telt. Hoewel hij over medewerking niet te klagen heeft, eist dit thans acht pagina's tellende orgaan hem zeker twee dagen per week op. Bekend is daarin zijn rubriek waarin hij vragen van kerkmensen binnen en buiten het kerkverband beantwoordt. Zeker zo bekend is ook de rubriek „Van kerk, staat en school" waarin nogal eens  verontrusting wordt uitgesproken over de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Graag zag hij een meer getuigende dan een praktiserende politieke gedragslijn van de SGP zoals in de dagen van ds. Kersten en ds. Zandt. Vreest ds. Mallan door een gevoelde polarisatie dan niet een splitsing? Het antwoord op deze vraag luidt dat men zeker druk wil uitoefenen. Opvallend in dit verband is dat vele voormalige abonnees van het SGP-orgaan „De Banier" thans „De Wachter Sions" lezen en dat uit kringen van de Geref. Bond, de Chr. Geref. Kerken, de Geref. en Oud Geref. Gemeenten. Eerder nog om politieke dan om kerkelijke (of geestelijke) voorlichting te verkrijgen.

Interkerkelijk
Deze interkerkelijke lezerskring wil uiteraard niet zeggen, dat de interkerkelijke contacten vele zijn. Zelfs op zendingsgebied met de „Bumazending" niet. Deze fungeert slechts als een interkerkelijke inzameling van geld om het zendingswerk van de Schotse Free Presbyterian Church in de vroegere Engelse kolonie Rhodesië te steunen en dat is, zo betuigt ds. Mallan, beslist niet die vorm van interkerkelijke samenwerking zoals velen dat er graag in zien, ook niet als al die verschillende predikanten zo broederlijk achter een tafel zitten. Ook de samenwerking via de Gereformeerde Bijbelstichting is van beperkte betekenis, als is ds. Mallan zeer blij met de gecorrigeerde statenvertaling. We praten niet alleen over allerlei interkerkelijke zaken, maar ook over de predikant en zijn gezin zelf. Wat doet hij het liefst? Pas stond nog in deze krant dat Gereformeerde predikanten eigenlijk het liefst preken. Ds. Mallan: „Tja, het is misschien wat eigenaardig, maar ik leid het liefst begrafenissen, hoewel ook dit in de loop der jaren veranderd is en ik er steeds meer tegenop zie. Vroeger was er meer indruk, maar tegenwoordig hebben mensen uit andere kerken soms het fatsoen niet meer om hun afkeer voor zich te houden. Bij een begrafenis mag je niet meer spreken over een begrafenis, bij de dood niet over dood en bij zonde niet meer over zonde. Het is helemaal de vrijzinnige richting van Kuitert die hierin doorwerkt: onverschilligheid, ongodsdienstigheid en oppervlakkigheid. Hoewel, bij onze mensen is er die indruk nog wel".

Zelfverloochening
Uiteraard is het wat moeilijk over voorkeuren te spreken. Hij catechiseert verder graag, maar stelt daarboven dat heel het ambtelijk leven van de predikant doortrokken moet zijn van zelfverloochening. Je moet jezelf opzij zetten. Dat beaamt ook ds. Mallan's echtgenote, die naar de predikant betuigt, veel in de gemeente trekt en ook gewaardeerd wordt.
Ds. Mallan noemde niet direct als voorkeur de prediking, maar de lezers hoede zich ervoor te menen dat hij daar lichtvaardig over denkt. Men denkt wel dat een predikant Licht van Boven krijgt en altijd zomaar met veel opening spreekt, maar, aldus ds. Mallan, er moet een gedegen voorbereiding zijn om met de juiste exegese op de kansel te komen, niet met eigen gedachten en spreuken, ook niet zomaar met een tekstje of met de bevinding die van de „oude schrijvers" is geleend. Een predikant moet voluit Dienaar des Woords zijn. Het is ds. Mallan slechts een enkele keer overkomen dat hij onvoorbereid moest spreken zoals bij de begrafenis van ds. J. Pannekoek in Noord-Amerika.
Behouden de Gereformeerde Gemeenten in Nederland hun greep op de jeugd? Jawel, is het antwoord. De gemeenten groeien door eigen doopleden en er is weinig grensverkeer, ook niet met de Pinkstergemeenten, die momenteel nogal zuigkracht uitoefenen op de rechterflank van de Geref. Gezindte. In de grote steden trekken de jongeren wel weg, maar ze blijven toch naar de kerk komen, zoals b.v. in Gouda waar de gemeente ook na het vertrek van ds. Mallan sterk doorgroeit. Ook als hij ergens preekt, is er altijd veel jeugd, in stemmige kledij.

Catechismus
Ds. Mallan kan veel verhalen vertellen uit zijn levensloop. Hij maakte in 1940 het bombardement op Rotterdam mee, na de oorlog de opkomst van de techniek en de versterkte industriële omschakeling, een geheel anders geaard levensgevoel, kortom, voldoende om rijk gevulde „Memoires" te schrijven. Zover is het natuurlijk nog niet, al zou ds. Mallan vanwege de donkerheid der tijden nog niet eens 25 jaar in dit aardse Mesech der ellende willen verblijven.

Hij ziet sterk uit naar een ander Koninkrijk waaraan geen einde zal zijn. Daarvan verhaalt hij meer in hel boek dat deze maand van de persen is gerold: „Het Troostboek voor de Christenen", een verklaring van de Heidelbergse Catechismus. Het is zijn tweede boek, na „Uit het zieleleven" van omstreeks 1968. Beide werken zijn eerst gepubliceerd in „De Wachter Sions" maar dit zal, naar wij veilig mogen aannemen, de verspreiding niet in de weg staan. De vacante gemeenten zien immers uit naar preken die des zondags gelezen kunnen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Ds. F. Mallan ziet toekomst weinig rooskleurig in

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken