Bekijk het origineel

De waterscha ppen zijn van levensbelang voor Nederland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De waterscha ppen zijn van levensbelang voor Nederland

4 minuten leestijd

waterkeringen, zoals dijken, duinen en kaden. Wie zich realiseert dat er dichtbevolkte gebieden in ons land zijn, die 4V2, zelfs zes meter onder de zeespiegel liggen, zal het duidelijk zijn hoe belangrijk deze taak is.

Onderhoud alleen is echter niet voldoende, zoals de watersnoodramp in 1953 heeft aangetoond. Verbetering van de verdedigingswerken tegen het water is minstens zo belangrijk. Het Deltaplan, dat voorzag onder meer in een verkorting van de kustlijn met 700 kilometer is daar het grote voorbeeld van.

Veel zorg vragen ook de boezemkaden langs de diepgelegen polders in bijvoorbeeld het Hollands-Utrechtse plassengebied en de dijken langs beken en kleinere rivieren in ons land. Boezemkaden zijn dikwijls niet meer dan 40 cm hoger dan het waterpeil; verhoging is hier dikwijls niet mogelijk omdat de ondergrond te zwak is voor een zwaarder dijklichaam.

Een andere taak van de waterschappen is het regelen van de waterhuishouding. Waterkeringen houden het water tegen, maar dat doen ze naar twee kanten. Overvloedige regenval kan een „omdijkt" gebied blank zetten, omdat het water niet snel genoeg kan „verdwijnen". Daarom is zo'n gebied opengesneden door greppels, die uitkomen in grotere sloten en boezems. Een boezem is een stelsel van grote watergangen, waarin het overtollige water van één of meer polders wordt opgevangen en waaruit het op geschikte momenten weer wordt geloosd, bijv. op zee door middel van sluizen. Deze vorm van uitwateren is natuurlijk onbruikbaar in gebieden die laag liggen, want hier moet het water over de dijken naar buiten worden gevoerd. Vroeger zorgden motens voor deze taak, maar hun werk werd overgenomen door moderne poldergemalen, die niet alleen Dieselolie minder romantisch het water „uitslaan", maar die in droge tijden ook water ,,inlaten".

Hoe belangrijk de taak van de waterbeheersing is blijkt uit een voorbeeld; Als de bemaling van de Alexanderpolder bij Rot• terdam zou worden stopgezet, zouden de flats tot in de tweede verdieping onder water verdwijnen. Maar ook in hogere streken van ons land zijn dergelijke voorbeelden te vinden. Zonder bemaling zou bijvoorbeeld het winkelcentrum in Almelo diverse malen per jaar ongeveer een meter onder water staan.

Dit brengt ons bij de invloed die regenwater heeft op het grondwater. Hoe meer bebouwing met straten, pleinen en woningen hoe meer het noodzakelijk wordt de afvoer van regenwater te regelen. Vandaar ' ook dat elke stadsuitbreiding een grondige studie van het grondwater en de afvoer van regenwater noodzakelijk maakt.

In de agrarische wereld is de stand van het grondwater uiterst belangrijk, hetgeen bijvoorbeeld blijkt in de boUenteeltgebieden. Hier mag het waterpeil maar een speling van 5 cm hebben; enkele centimeters te hoog en de bollen zouden verrotten: enkele te laag en de bollen zouden verdrogen. Vaak moeten in een polder verschillende peilen worden aangehouden, hetgeen met behulp van sluizen, schutjes en stuwen wordt geregeld; ook is er veelal sprake van een zomer- en winterpeil.

Het is duidelijk dat een en ander slechts kan functioneren wanneer het gehele sys-^em van watergangen in een schone en onberispelijke staat verkeert. De schouw van de watergangen, die van tevoren wordt aangekondigd is dan ook geen folklore, maar bittere noodzaak. De keurenwet geeft de waterschappen de mogelijkheid eisen te stellen en nalatigen boeten op te leggen.

Bij het besturen van de waterschappen wordt ervan uitgegaan, dat wie betaalt ook mag beslissen. In vele kleine waterschappen wordt dit beginsel letterlijk in de praktijk gebracht: belangrijke -beslissingen worden genomen door de vergadering van alle stemgerechtigde ingelanden, In de grote waterschappen is dit natuurlijk onmogelijk. Hier kiezen de stemgerechtigden hun vertegenwoordigers, de hoofdingelanden. Uit dit gezelschap komt het dagelijks bestuur, de hoogheemraden of heemraden. In het algemeen genomen wordt de voorzitter gekozen, maar ook komt de situatie voor dat de voorzitter door de Kroon wordt benoemd. Dit is vooral het geval in de uiterst belangrijke waterschappen die belast zijn met de waterkering langs de kust, de grote rivieren en het IJsselmeer.

Om hun taak te kunnen verrichten moe' ten ook de waterschappen over financiële middelen beschikken. In principe moeten diegenen die belang hebben bij het werk van de waterschappen daarvoor zorgdragen, uitgaande van het oude adagium: „Wien het water deert, wien het water keert!". In de lastenverdeling wordt weer onderscheid gemaakt tussen eigenaren van „ongebouwd en gebouwd" goed. 'Maar daarnaast hebben wij allemaal belang bij een goed functioneren van de waterhuishouding, zodat de waterschappen ook uit de algemene middelen worden gefinancierd. ,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

De waterscha ppen zijn van levensbelang voor Nederland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken