Bekijk het origineel

AR en KVP stellen zich op achter kabinet - Den Uyl

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

AR en KVP stellen zich op achter kabinet - Den Uyl

GROTE KLOOF MET VVD

9 minuten leestijd

De extra-parlementaire KVP en ARP kiezen steeds duidelijker voor het kabinet-Den Uyl. Daardoor wordt de kloof tussen de beide christen-democratische partijenen hun vroegere regeringspartner de VVD, langzamerhand onoverbrugbaar. De kans is groot dat Den Uyl zonder belangrijke kleerscheuren de politieke arena kan verlaten. Dat bleek gisteren uit de duidelijke stellingname van KVP en AR bij de algemene politieke en financiële beschouwingen. „Onze keus voor dit kabinet is een juiste geweest", constateerde KVP-leider Andriessen gisteravond niet zonder genoegen. „Wij kunnen ons in de mentaliteit een heel eind herkennen'

„Onze opzet is niet dat het kabinet ten val komt, maar dat het slaagt", verzekerde de antirevolutionaire fractievoorzitter Aantjes, die hoopte dat het beleid dit voor de AR-fractie mogelijk zou maken. Mr. Aantjes, die een enkele maal fors uithaalde in de richting van de VVD, deed verwoede pogingen om aan te tonen, dat het beleid van het kabinet-Den Uyl in de lijn lag van de politiek van het kabinet-Biesheuvel. „Ik zeg niet dat de marges en accentverschuivingen onbelangrijk zijn, maar wel dat ze smal en gering zijn. Zowel de miljoenennota als de tegenbegroting van de VVD bevestigen dit", meende de AR-leider. Als voorbeeld noemde hij H.O.A. de begroting van ontwikkelingssamenwerking „een zeer grote mate van overeenstemming") en het huur- en subsidiebeleid „nota-Udink een belangrijke aanzet voor nieuwe aanpak").

KRITIEK
Ondanks de grotere steun van de KVP en ARP voor het kabinet, was er bij de christen-democraten ook kritiek. Andriessen gaf toe, dat een iets geleidelijker ontwikkeling van de uitgaven de KVP-fractie lief zou zijn geweest. De toekomst zou naar zijn mening moeten leren of de financiële boog te strak gespannen stond. Tegenvallers kan het kabinet niet hebben, meende de fractievoorzitter van de KVP. Zouden die toch optreden dan moeten de uitgaven tussentijds worden bijgesteld. „Een harde en weinig aantrekkelijke, maar wel onontkoombare noodzaak in het strak gespannen uitgaventotaal", vond Andriessen. De conclusie was: Volgend jaar krijgen wij moeilijkheden als de regering in dit tempo door wil gaan. Er moet afgeremd worden. „Daarom moet de regering niet doen alsof dit een begin is, een eerste start. Dat wekt verwachtingen, die niet waar te maken zijn", waarschuwde mr. Andriessen. Ook Aantjes vreesde dat dit kabinet bij dit uitgavenniveau volgend jaar vastliep. De AR twijfelde bovendien of „de lasten op de meest rechtvaardige wijze waren verdeeld". De inkomenspositie van het midden- en kleinbedrijf en van de land- en tuinbouw mocht niet in de knel komen. Wat de optrekking van de bijstanduitkering tot het niveau van het minimumloon betrof, vroeg Aantjes zich af of alle consequenties ook voor de toekomst wel voldoende overwogen waren.

BEVRIJDINGSBEWEGINGEN
Duidelijkheid wenste mr. Aantjes over rechtstreekse hulp aan bevrijdingsbewegingen. Hulpverlening moet geschieden via internationale organen zoals de Verenigde Naties en via medefinanciering. Mr. Andriessen onderstreepte deze mening. Het verschaffen van wapens aan de bevrijdingsorganisaties dient naar zijn oordeel uitgesloten te zijn. De steun moet strikt beperkt worden tot humanitaire en educatieve hulp. De KVP-fractie draagt de bezitsvorming — met name in het midden en kleinbedrijf — een warm hart toe. Met het achterwege blijven van de inflatiecorrectie gaat de fractie akkoord. Anders is dat men de verhoging van de vermogensbelasting.

HALFSLACHTIG
Heel wat negatiever dan de beide christen-democratische fractievoorzitters beoordeelde Drees (DS'70) de koers van het kabinet-Den Uyl. „Het beleid is halfslachtig. Er zijn geen werkelijk nieuwe ideeën, geen nieuwe instrumenten van beleid. Maar de bestaande instrumenten — zoals belastingen — worden wel eenzijdig gehanteerd".
In tegenstellling tot Wiegel en Kruisinga meende Drees, dat het kabinet bezig was de progressie in de inkomstenbelasting weg te vlakken. „Straks springt iedereen maar zo van het minimumloon in het maximumtarief van 71 pct. De enige groep, die het niet hindert, zijn de zeer rijken", aldus de fractieleider van DS-70. Scherpe kritiek uitte Drees op de afremming van het aantal nieuwe aansluitingen op het telefoonnet. „Acht het kabinet het onjuist dat zoveel Nederlanders telefoon willen hebben en daarvoor betalen? Ze vragen toch niet om subsidie".
Ter vermindering van de onveiligheid en ter bestrijding van de criminaliteit was volgens dr. Drees het op voldoende omvang brengen van de politiekorpsen onontbeerlijk. Aan die wens tilde DS-70 heel zwaar, liet dr. Drees weten. Samenvattend constateerde de leider van DS-70 dat „het beleid ver ligt beneden hetgeen van een kabinet verwacht mag worden".

AANZET
Lijnrecht tegenover Drees stond de fractievoorzitter van D'66, dr. J. C. Terlouw, die de in de troonrede en miljoenennota aangekondigde plannen „een aanzet naar een nieuw en beter beleid" noemde. De opvolger van Van Mierlo toonde zich een warm voorstander van het statiegeld op auto's. „De autobezitters brengen nooit de werkelijke kosten op, die de auto veroorzaakt", zei Terlouw. De rente van de heffing moest volgens de D'66-er besteed worden aan het bestrijden van milieuvervuiling door auto's, aan de vergroting van de verkeersveiligheid en aan het helpen ontwikkelen van technieken om het materiaal van oude auto's opnieuw nuttig te kunnen gebruiken.

GEJUICH
Het beleid van het kabinet-Den Uyl werd door de PvdA met gejuich begroet. „De regering doet wat ze kan om inflatie, werkloosheid en woningnood terug te dringen. Geen eenvoudige opgave, gegeven ons maatschappij systeem dat nog altijd is ingesteld op winst en economische groei en niet op welzijn en menselijke verhoudingen", jubelde drs. Van Thijn, de opvolger van Den Uyl, als fractieleider van de PvdA.
Hij gaf toe dat prinsjesdag geen pakjesavond geworden was. „Toch hebben veel mensen vertrouwen in dit kabinet, omdat ze zich realiseren, dat het zo niet langer kon. Er moest ingegrepen worden in de inflatie, in de prijsstijgingen, in de vervuiling van het milieu, in de onhoudbare woonsituatie in onze steden". Het kabinet-Den Uyl deed naar zijn oordeel een beroep op solidariteit van alle mensen. In het bijzonder ook op die mensen, die toch al een voorsprong hebben op anderen, om mee te werken aan een oplossing voor deze problemen.
Ook voor het bouwprogramma dat vrijwel niet afwijkt van dat van Udink werd het kabinet een pluim op de hoed gestoken. De regering heeft slagvaardig gereageerd op de dreigende inzakking van de bouwproduktie, vond Van Thijn. Hij had slechts twee wensen: een hoger aandeel van de woningwetbouw en een noodprogramma van goedkope woningen, met name voor de steden.
De socialistenleider toonde zich verheugd dat het stakingsrecht (ook voor ambtenaren) erkend wordt. Wat de ontwikkelingssamenwerking betrof, vroeg drs. Van Thijn om „een schep er boven op". Anders zou in 1976 de 1,5 pct. van het nationaal inkomen niet bereikt worden.

OPLUCHTING
Met een zekere opluchting constateerde de leider van GPV-fractie Jongeling dat „de smalle marges de malle charges hebben afgeremd". Een kritische kanttekening plaatste hij bij de begroting van justitie. Het fundament van het recht werd naar zijn oordeel gelegd in de wisselende volksgevoelens. Het bijzonder onderwijs hield Jongeling de hand boven het hoofd. „Aan dit onderwijs mag niet getornd worden door het nieuwe waarden op te dringen", beklemtoonde de GPV-fractievoorzitter. De PPR-fractie wilde behandeling van de defensie-begroting uitstellen tot de verschijning van de door minister Vredeling beloofde defensienota. Dr. B. de Gaay Fortman, fractie-voorzitter van de PPR, kondigde dit vannacht aan. In de defensienota verwachten de radicalen een verantwoording van het niveau van de defensieuitgaven. Uitgaven, die naar de mening van de PPR reëel zijn gestegen.
Met een mengeling van opluchting en bezorgdheid heeft de PPR van het regeringsbeleid kennis genomen. Aan de ene kant opluchting over het nieuwe politieke klimaat, dat ontstaan is, maar aan de andere kant bezorgdheid dat in 1977 — als deze kabinetsperiode voorbij is — de maatschappij niet wezenlijk is hervormd.
Als in de loop van vandaag de financiële deskundigen hun zegje gezegd hebben, beantwoordt vanavond en vannacht minister-president Den Uyl de Kamer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

AR en KVP stellen zich op achter kabinet - Den Uyl

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken