Bekijk het origineel

Tijd verdelen tussen Theol. School en Haagse gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tijd verdelen tussen Theol. School en Haagse gemeente

Docent ds. K. de Gier een kwart eeuw predikant

14 minuten leestijd

Eerder deze week, om precies te zijn op 7 oktober was het twintig jaar geleden dat ds. K. de Gier predikant werd van de Gereformeerde Gemeente te Den Haag-Centrum. Nog eerder, op 6 oktober, was het bovendien exact een kwart eeuw geleden, dat hij door nu wijlen dr. C. Steenblok werd bevestigd als predikant en zijn intrede deed in de Geref. Gemeente van Lisse. Ds. De Gier Is thans o.m. docent aan de Theologische School van zijn kerk te Rotterdam, hoofdredacteur van het kerkelijk weekblad De Saambinder, voorzitter van het deputaat voor bijzondere noden en secretaris van idem „buitenlandse kerken". AI met al voldoende reden om een gesprek te hebben met deze predikant over zijn persoon, werk en kerk. Dat onderhoud hadden wij dezer dagen te zijnen huize aan de Haagse Beeklaan, op enkele meters afstand van huize Drees, waar de hoogbejaarde staatsman woont en vanwaar hij nog dagelijks zijn wandelingen onderneemt.

Theol. School
We praten eerst over de Theologische school. Ds. De Gier, die op 4 juli 1915 te Vuuren bij Gorinchem is geboren, studeerde zelf o.m. ook aan deze school en in 1948 werd hij kandidaat tot de heilige dienst. Twaalf jaar later, in 1960, werd hij in de vacature van ds. J. W. Kersten, die in dat jaar overleden was, benoemd tot docent en zijn huidige opdrachten omvatten het kerkrecht, de dogmatiek en exegese van het Nieuwe Testament en de homilitiek (predikkunde). Daarnaast zijn thans ook nog drs. A. Vergunst uit Veen en ds. J. C. Weststrate uit Meliskerke aan de opleiding verbonden, terwijl ds. H. Rijksen uit Zoetermeer facultatief de klassieke talen onderwijst. Op de vraag, welk onderdeel van zijn leeropdracht ds. De Gier het meest aantrekkelijk vindt, merkt hij op, dat uiteindelijk elk onderdeel ervan zijn voorkeur heeft, wanneer hij er weer mee bezig is. Wel erkent hij, dat kerkrecht hem toch zeer aanspreekt. Wat de Rotterdamse opleiding zelf betreft: toen ds. G. H. Kersten deze school stichtte had hij daarbij min of meer de vooroorlogse (hoge)school der Chr. Geref. Kerken voor ogen. In dit „Apeldoorn-oude stijl" is ds. Kersten echter niet geslaagd. Maar hem stond, zo beklemtoont ds. De Gier, duidelijk een kerkelijke opleiding voor de geest, die ook een hoog theologisch gehalte zou hebben. Het befaamde „artikel 8" (over de singuliere gaven) was een noodoplossing, niet als ideaal te zien. Het meest voor de hand liggend zou de situatie zijn, die de vaderen der 17e eeuw enz. normaal achtten: studie aan de faculteiten der universiteiten. Helaas is de situatie thans van dien aard, dat daarvan geen sprake kan zijn, aldus ds. De Gier, die overigens meende dat de Rotterdamse opleiding, mede door de toelating van meer jongere studenten en meer personen, die reeds voortgezet en/of. theologisch onderwijs genoten hebben, thans op een heel wat hoger niveau staat dan voorheen. De studie duurt nu normaliter vier jaar, maar sommigen — bijv. zij, die aan een universiteit reeds hun kandidaatsexamen theologie hebben afgelegd — kunnen al na twee of drie jaar beroepbaar worden gesteld. Ondertussen mag een betere opleiding geenszins inhouden, dat nu de theologie als wetenschap de boventoon moet gaan voeren, zo bindt ds. De Gier ons op het hart.

Scholenbond
Ook op andere wijze is de Haagse predikant — die in zijn tweede gemeente al tientallen malen een beroep ontvangen heeft, maar opmerkt „als een beroep mij niets doet, dan doe ik dat beroep niet" — bij het onderwijs betrokken. Hij is namelijk voorzitter van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (de zogenoemde „Scholenbond") en o.m. lid van het bestuur van „De Driestar" te Gouda en hij roemt in beide de prettige inkerkelijke verstandhouding.
Dat brengt ons vanzelf op een andere vraag: hoe is de relatie van ds. De Gier en van de Geref. Gemeenten tot andere kerken van de Gereformeerde gezindte? Hij wijst op het Contactorgaan voor de Geref. gezindte (COGG), dat vroeger méér leefde in zijn kerk toen mannen als ds. A. Verhagen en ds. J. W. Kersten veel belang stelden in deze materie. Tegenwoordig vindt ds. De Gier het COGG in zekere zin een vrij zwakke zaak, omdat — mede door de aanwezigheid van de Geref. Kerken — de vraag naar eenheid in belijden en in de interpretatie van de belijdenis nogal twijfelachtig is geworden. Natuurlijk zijn er wel allerlei persoonlijke contacten, maar officieel is er niet sprake van toenadering tot bijv. Vrijgemaakte „buitenverbanders", of Christ. Gereformeerden. Voorheen is er wel sprake van geweest, dat de groep rondom het blad „Bewaar het Pand" in zijn geheel of voor een groot deel zou overgaan tot de Geref. Gemeenten, maar dat is er niet van gekomen. En wat de beide „soorten" Vrijgemaakten betreft; ondanks punten van wederzijds herkennen vindt ds. De Gier toch, dat elementen als „bevinding" e.d. in de praktijk van die kerken teveel gemist wordt. Er is naar zijn mening toch een klimaatsverschil met „de kerk van Kamphuis" en ook met de „Buitenverbanders", die een heterogene groep vormen en steeds meer neigen naar het Independentische kerktype, dat kerkrechtsman ds. De Gier afwijst.

Scheuring
En andere relaties? Die zijn er ook in het negatieve — althans zo zou men de verhouding tot de Geref. Gemeenten in Nederland (beter bekend als de „Uitgetredenen" en voorheen als de „groep-Steenblok") kunnen typeren. Onze gesprekspartner wil niet zo veel loslaten over de breuk, die nu twintig jaar geleden de Geref. Gemeenten uiteenscheurde, en nog minder wil hij in dit dagblad gepubliceerd zien. Hij wil namelijk niet polemiseren; doet dat ook niet in „De Saambinder" („de naam zegt het al, we moeten zoeken bijeen te houden, niet te verdelen") en betreurt het, dat in het weekblad van de Geref. Gemeenten in Ned. vaak wel een naar zijn mening starre polemiek wordt bedreven.
Dat gebeurt niet slechts tegenover de „synodale" Gemeenten, maar ook jegens allerlei andere zaken, zoals de SGP enz. Deze benadering vindt ds. De Gier er één van welbewuste polarisatie, die hij zeer betreurt. Op onze vraag, of er dan geen toenadering (meer) mogelijk is, wijst hij erop, dat een vorige synode stappen hiertoe ondernomen heeft, maar dat dit op niets is uitgelopen. Met de Oud Geref. Gemeenten ligt de zaak iets anders: attestaties worden over en weer aanvaard en de deputaten buitenlandse kerken treden gezamenlijk op. Samenwerking op het zendingsterrein werd door laatstgenoemde Gemeenten echter niet geaccepteerd. Ondertussen geeft ds. De Gier grif toe, dat er „binnenskamers" ook niet in alles een gemeenschappelijke opinie is. De kwestie van een Statenvertaling in de uitgave van de Geref. Bijbelstichting of die van het Ned. Bijbelgenootschap is nog maar kort achter de rug. En de nieuwe Petrus Datheen Stichting? Zal die — met haar plannen te komen tot herinvoering van deze 16e eeuwse Psalmberijming — verdelend (splijtend) kunnen werken? „Onze'' predikant verwacht het niet; praktisch overal in zijn kerk is „Datheen" afgeschaft en hij gelooft niet, dat deze nieuwe stichting veel resultaat zal boeken.

Randburg
Een heel andere zaak, die wij aanroeren tijdens ons gesprek is de onlangs gestichte Geref. Gemeente van Randburg in Zuid-Afrika. Ds. De Gier, die ook vorig jaar deze gemeente bezocht, hoopt er binnenkort weer heen te kunnen gaan, maar wacht nog op een visum. Hij reist hierheen als deputaat voor de buitenlandse kerken, mede om het contact met de Nederlandse kerk te verstevigen en de H sacremanten te bedienen. Als ds. L. Huisman, die ook zitting had in genoemd deputaatschap, maar zojuist als zendeling naar het Zuidafrikaanse Tswanaland is vertrokken, zijn zaken geregeld heeft, is het niet uitgesloten dat hij enkele malen per jaar de zorg voor Randburg op zich neemt, maar zover is het nu nog niet. Op de generale synode van volgend jaar zal het deputaatschap, dat als consulent optreedt, verslag moeten uitbrengen over deze nieuwe gemeente, zodat de reis van ds. De Gier niet een overlapping is van wat ds. Hulsman in Zuid-Afrika t.z.t. zal kunnen verrichten.

Politiek
Via de politiek („ik ben SGP-er, maar zit zelf niet in de politiek. De splitsing tussen de SGP als getuigenispartij en praktische politiek bedrijvende partij is een moedwillig geconstrueerde polarisatie. Beginsel én praktijk mag men nooit van elkaar losmaken. Ik heb wel bezwaar tegen het alléén maar getuigen; maar het één kan niet buiten het ander. Ds. Kersten sr. was óók door en door prakticus en realist; (zijn getuigenis was met de praktijk verbonden!") belanden we bij het ,,collectieve leiderschap" binnen de Geref. Gemeenten.
Ds. De Gier moet niets hebben van een dominocratie, een sterk overheersen van bepaalde persoonlijkheden. Als de leiders (Abraham Kuyper, G. H. Kersten, K. Schilder enz.) wegvallen, dan moeten alle taken, die in handen van één persoon waren, over zoveel mogelijk personen worden verdeeld. Is er — bij gebrek aan zulk een leidende figuur — een groot gevaar voor het uiteenvallen in een veelheid van stromingen en meningen? Ds. De Gier meent, dat dit thans voor wat zijn kerk betreft, geen rol speelt al kan hij zich niet aan voorspellingen wagen over een (onzekere en wel benauwende) toekomst.

Toekomst
Dat brengt ons ook op een ander probleem: de toenemende verwereldlijking of secularisatie. „Natuurlijk blijft de secularisatie niet buiten de kerkmuren van de Geref. Gemeenten, trouwens buiten geen enkele kerk. Daar zal terdege aandacht aan moeten worden geschonken. Het is wel een feit, dat het kerkelijk leven er niet gemakkelijker op wordt, maar uiteindelijik regeert de Heere. Wat zal God met Zijn Kerk doen? Hij kan Haar ook in stand houden en het zit hem niet in het grote getal kerkleden" aldus ds. De Gier, die het triumfalisme als een gevaarlijke houding van de kerk signaleert.

Dopen
Zelf heeft hij in twintig Haagse jaren zijn gemeente zien halveren; echter niet (allemaal) door geestelijk verval, maar door verval van de Haagse binnenstad, die sterk ontvolkt en door de stichting van een zelfstandige gemeente in Den Haag-Zuid, thans bediend door ds. F. Harinck.
Ds. De Gier heeft nu nog de hoede over ruim 700 leden. Eén van de ambtelijke taken, die hij het liefst verricht(te) is het dopen van jonge kinderen. Daarvoor heeft hij uiteraard een theologische motivering
.
Maar ook het geven van belijdeniscatechisatie en het verrichten van studie hebben zijn grote belangstelling: alle aspecten van theologie en pastoraat moet hij tegen elkaar afwegen omdat zijn docentschap ook heel wat tijd inslokt en hij niet volledig voor dit werk vrijgesteld is. De synode schiep wel die mogelijkheid en bij uitbreiding van het studentental zal er misschien ook gebruik van gemaakt worden als het gegeven zal zijn meer jongeren toe te laten tot de opleiding.

Saambinder
We hebben het verder over o.a. de Gereformeerde Sociale Academie, waar ds. De Gier en zijn kerk gaarne achter staan; over de ontwikkelingen binnen de Geref. Kerken inclusief Verontrusten en Kuitert-gezinden; over G. C. Berkouwer en zijn opvolger Jan Veenhof; over het trieste lot dat prof. C. Veenhof trof in de kerkelijke strijd der laatste jaren; over licht- en schaduwzijden van de Evangelische Omroep; over de ICCC, waarvoor ds. De Gier wel waardering heeft, maar ook kritiek, hij ziet echter op internationaal vlak voor kerkelijke samenwerking ook geen alternatief. Ten slotte nog „zijn" Saambinder, die een forse oplage heeft van ongeveer dertienduizend abonnees en welbewust een voorlichtend, niet polemiserend, blad wil zijn. Over uitbreiding van de omvang wordt gedacht.
Zo blikten wij in het verleden en het heden van 25 jaar ambtelijk werk in de Wijngaard des Heeren. De hartelijk, vaak gul lachende, predikant en zijn vriendelijke echtgenote hebben met hun kinderen op de gemeenteavond eerder deze week veel gelukwensen in ontvangst mogen nemen en in een speciale kerkdienst God danken voor wat Hij voor hen geweest is, deze 25 jaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Tijd verdelen tussen Theol. School en Haagse gemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken