Bekijk het origineel

DE EIGEN WONING KOMT DUIDELIJK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE EIGEN WONING KOMT DUIDELIJK

3 minuten leestijd

Het aanitial eigen-woningbezitters stijgt in Nederlamd. Een statiistiek uit de jaren '60 steilt vaet dat het eigen-woninigpercenitage in ons land nog ibeneden de 30 procent ligt. In omringende landen zijn de percentages veel hoger; in Zweden 40 %, Engeland 44 %, TsjechojSlowakije 50 % ,Finland 60 % en in Hongarije 62 %. In 1970 klom ons percenitage echter reeds tot 36 procent en het ligt niu /al weer hoger.

De groei van het percentage eigenwoningbezitters duidt erop, dat er veel animo voor het eigen huis bestaat. Dit blijkt ook uit het eigen-woning-aandeel in de nieuwbouw, dat zich vele jaren rond 30 procent bewoog, doch In de laatste jaren tot 41 procent toenam.

Maar op zichzelf is de stijging van dit percentage te gering om er de groei van het eigen-woningaandeel in de woningvoorraad uit te verldaren. Daarom moet er behalve door nieuwbouw eigen-woningen, ook een verandering zijn opgetreden in het eigendom van de bestaande oudbouw. Vele vrijgekomen oud-bouw-woningen werden kennelijk gekocht met het oog op zelfbewoning, hetgeen ook door de cijfers wordt bevestigd.

In 1965 werden er van de in de statistiek vermelde 69.500 woningen 25.200 als „vrij te aanvaarden" verkocht: In 1971 van de 121.000 woningen, niet minder dan 77.000.

Verschuiving
Er valt echter op de woningmarkt nog een. andeipe verschuiving naar het eigen huis waar te nemen. De dalende belangstelling voor huurwoningen in verschillende delen van ons land — vooral in de duurdere sector — noopt zowel beleggers als woningbouwverenigingen nieuwbouw-huurwoningen aan „eigenwoning"-zoekers te verkopen.

Jarenlang hebben we de situatie gekend dat de schaarste aan huisvesting dusdanig groot was dat elk aanbod moeiteloos werd opgenomen. Spraken we tot nu toe van Tegen hoogbouw, treden steeds meer bezwaren aan het licht, waarom er een duidelijke verschuiving naar de eigen woning valt waar te nemen. een kwantitatieve woningnood, de ontwikkelde woningbouwprogramma's in de afgelopen jaren verschuiven nu het accent naar een kwalitatieve woningnood. Het betere en ruimere huis komt in 't zicht.

Deze verschuiving plaatst de gehele „bouw", van architect tot aannemer, maar ook de overheid voor nieuwe problemen. Er is verzet ontstaan tegen de bouw van rijen flats, waarin velen zich „opgeborgen" gevoelen. De gehorigheid, het voortdurend elkaar moeten ontmoeten, het gebrek aan speelruimlte voor kinderen waren evenzovele nadelen die bij velen het woonplezier teniet deden.

De op gang gekomen bouwstromen van grote aantallen uniforme woningen werden in toenemende mate onderbroken, omdat een omschakeling noodzakelijk bleek. Tot voor kort was in vele nieuwbouwwijken de verhouding flatbouw-laagbouw, 80-20, de gewijzigde visie brengt een totale omkeer in die verhouding teweeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

DE EIGEN WONING KOMT DUIDELIJK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken