Bekijk het origineel

Grote waardering voor reservepolitie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Grote waardering voor reservepolitie

De Gaay Fortman op 25'jarig jubileum

6 minuten leestijd

„Ik wil hier namens de regering graag grote waardering uitspreken voor Uw werk. Het oorspronkelijke doel van de reservepolitie heeft ondanks veranderde omstandigheden geen wijziging ondergaan en het instituut heeft duidelijk zin", aldus minister van Binnenlandse zaken, prof. mr. W. F. de Gaay Fortman zatirdagochtend in de Meerpaal in Dronten.

Daar werd door bijna 1.000 man van de gemeentelijke reservepolitie het 25-jarig jubileum van het Instituut reservepolitie gevierd. De heer De Gaay-Fortman keek terug op de geschiedenis van dfe reservepolitie die in de tijd van de koude oorlog in het leven werd geroepen. „Kuropa is nu een betrekkelijk rustig gebied maar er 18

Maar nu zei hij onwillekeurig: ,3r is tooh geen narigheid Jan. Je ziet er zo slecht uit?"

Jan de Winter sprak nog geen woord. Hij slikte moeilijk. Nu maakte de veldwachter zich toch werkelijk ongerust en hij wilde juist wat vragen, toen Jan de Winter opeens begon.

„Je weet Van Wijk, ik ben een stroper. Ik heb mijn leven lang gestroopt en... ik deed het graag en handig. Ik ben je altijd te vlug af geweest en dat moet je wel eens zeer hebben gedaan". Hij zweeg even en keek de veldwachter vorsend aan.

.,Och, Jan, zeer..... zeer. 't Is misschien gek om het te zeggen. Ik, een man van de wet, maar eigenlijk was ik ergens blij, dat ik je niet te pakken kon krijgen. Ik zou me geen raad hebben geweten, als ik jou zou hebben gesnapt. Maar pas op Jan, want vandaag of morgen loop je tooh tegen de lamp. Is het niet bij mij, dan bij een ander. Maar ik zal het altijd jammer vinden".

„Ik ben al tegen de lamp gelopen en niet zuinig ook", was het verrassende antwoord. Van Wijk stond sprakeloos. Was Jan de Winter gepakt? Hoe was het mogelijk en wanneer was dat gebeurd en wie was deze slimme jongen te vlug af geweest?

Deze gedachten stonmden door het hoofd van Van Wijk, terwijl hij een beetje onwennig met zijn dienstschoenen schuifelde in het rulle grint van de Waleweg. „Hebben ze je gepakt Jan. Wanneer? Ik heb er nog niets van gehoord en gisteren heb ik de burgemeester nog gesproken. Dat die er niets van gezegd heeft is mij een compleet raadsel".

Er trok even een flauwe glimlach over het gezicht van Jan de Winter. „Ik ben niet gepalkt door een koddebeier of veldwachter", zei Jan^ „Ik ben gepakt door Iemand Anders".

Nu wist Van Wijk , helemaal niet meer hoe hij het had. Met ontsteltenis zag hij, dat in de ogen van de stroper tranen kwamen. Jan de Winter huilde daar, zo maar op de Waleweg. „Stil toch Jan", zei hij. „Het zal wel meevallen hoor jongen. Je staat ondanks je stropen toch goed bekend en dat zal wel aangevoerd worden bij de rechtbamik. Je zult wel een flinke geldboete

MIIITAIR MAG BEST KEPUBIIKEIN ZIJN

Ik zou niet weten waarom een militair geen republikein zou kunnen zijn, dat zegt minister H. Vredeling in „Onze Banier", het blad van de Nationale christen onderofficierenvereniging. „De officier legt de eed van trouw af op de constitutionele monarch in ons democratisch staatsbestel. Waar het om gaat is, dat een militair democraat moet zijn. Slechts als die democratische gezindheid ontbreekt, hoort iemand naar mijn mening in de krijgsmacht niet thuis", aldus de minister. moet altijd rekening worden gehouden met ploiJseling oplaaiende conflicten. Door de gewijzigde omstandigheden zijn de taken en functionering van de reservepolitie in discussie igekomen. De reservisten treden steeds meer op als hulpdiensten voor de politie bij rampen en ernstige ordeverstoringen en ook bij feesten en evenementen", aldus de minister die ervoor pleitte de opleiding van de reservisten meer te richten op die bepaalde politietaken die voor vervulling door reservepolitie in aanmerking komen. Hij meende dat het instituut door een precieze taakomschrijving een duidelijker karakter zal krijgen. Hij zei te hopen op een vernieuwde aanpak die het toetreden tot korpsen van d'e reservepolit ie zou stimuleren. 9 De verkiezingen voor een nieuwe ondernemmgsraad van Hoogovens is een halfjaar uitgesteld op verzoek van de industriebond NW, die niet tijdig haar kandidatenlijst voor deze verkiezingen rond kon krijgen.

De verkiezingen, die aanvankelijk op 20, 21 en 22 november zouden worden gehouden, zijn door de raad van bestuur van Hoogovens nu verschoven naar april volgend jaar. Tot die tijd blijft de huidige ondernemingsraad in functie.

feuilleton wa^^cr]Ci^:aci:icr]ci:i:]pi:i3
krijgen en je geweer zal je wel moeten missen, maar je hoeft niet bang te zijn dat ze jou in het gevang duwen hoor. Maak je daar maar niet ongerust over. Nee, de heren zullen het wel met je maken hoor. Maar ja, Jan, je ziet het nu maar weer, de kruik gaat zolang te water totdat ze breekt, jongen".

De stroper haalde zijn rode zakdoek uit zijn pilobroek en veegde zijn betraande ogen af. ,X>e kruik gaat zolang te water totdat ze breekt", herhaalde hij de woorden van de veldwachter. „Zeg dat wel, Van Wijk. Maar, ik behoef niet voor de wereldlijke rechter te verschijnen. Ik ben door de Heere, de God Israels, gepakt en nu zal ik nooit meer kunnen en willen stropen. En dat ik hier goed bekend sta zal me in het eindoordeel niets helpen. Van Wijk. Ik moet bekend zijn bij Jezus Christus. Hem moet ik kennen en ik moet door Hem gekend worden".

Nu begon het wat te dagen voor Van Wijk. Hij wist dat Jan de Winter een alleszins godsdienstig mens was en hij had eigenlijk nooit kunnen begrijpen dat Jan de Winter, waarvan verteld werd dat hij ernstig naar het Woord leefde en goede oude boeken las, kon stropen. Dat was toch heel niet in orde. Hij had er echter nooit verder bij stilgestaan. Jan de Winter zag dat Van Wijk het begon te begrijpen en als las hij zijn gedachten zei hij: „Daarom wil ik je vertellen Van Wijk, dat ik dat weiik er aan gegeven heb. Als ik je ooit tot last ben geweest, dan vraag ik je om vergeving. Op dit punt kun je gerust zijn. Jan de Winter stroopt nooit meer en hij heeft zijn laatste schot gelost en zijn laatste fuik gezet. Dat kan nu niet meer".

„Er is niets te vergeven. Jan", sprak de veldwachter. „Je hebt met je stropen mij nooit in gevaar gebracht en je hebt nooit die verderfelijke lichtbak gebruikt. Anderen doen dat wel en die smeerlappen zijn nog in staat op je te schieten ook als je ze probeert te betrappen".

„Ik ben blij dat je me niets kwalijk neemt", hernam Jan de Winter. „Wij moeten allebei van genade leven Van Wijk. Dat is een groot goed jongen. Niet lang geleden is mij de rekening van dat stropen gepresenteerd en ik had niets niets om te betalen. Om

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 22 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Grote waardering voor reservepolitie

Bekijk de hele uitgave van maandag 22 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken