Bekijk het origineel

Prijsgave van de jeugd?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prijsgave van de jeugd?

7 minuten leestijd

'Als gevolg van de onae eeuw zo kenmerkende versnelde technologische en industriële ontwikkeling werd het aantal mensen met een zelfstandig beroep veel kleiner en werden grote bevolkingsgroepen verplaatst van platteland naar stad. Hierbij gingen vele traditionele bindingen én geborgenheden van de oorspronkelijke agrarische samenleving verloren. Dit laatste proces werd sterk bevorderd door de in dezelfde tijd snel toenemende invloed van de massacommunicatiemiddelen.

Maar niet alleen werden tradities afgebroken, sinds de naoorlogse jaren is ook de kracht van de eigen innerlijke overtuiging bij velen, die thans de generatie van ouders met opgroeiende kinderen vormen, geleidelijk verzwakt. Dit is ook aan diegenen in ons volk, die zich tot de reformatorteche christenen rekenen, in het geheel niet voorbij gegaan.

Naarmate de innerlijke zekerheid bij vele reformatorische christenen verbleekte, werd hun leven steeds minder geleid door het richtsnoer van hun geloofsovertuiging en steeds meer bepaald door net zoals de anderen te willen zijn. Niet weinigen vonden hierbij een soort compromis, waarbij zij de meerderheid in het kwade gingen volgen (Exod. 23:2), maar op verdunde wijze en met behoud van bepaalde fatsoensdrempels en groepseigen gedragspatronen, die echter steeds minder betrokken zijn op de gezin en maatschappij verwoestende zonden en noden van onze eigen tijd. van de reclame en de massacommunicatiemiddelen de smaak van de massa toenemend in hun macht krijgen. Aanvankelijk gingen deze verleiders nog min of meer in het verborgene en voorzichtig te werk. Maar vandaag in 1973 is alles plotseling openlijker geworden en begint zich een lawine van onreinheid en leugen over ons uit te storten.

Als gevolg van de aanzienlijke verschuiving van zelfstandig, aan huis of land gebonden werk naar anoniem werk op kantoor of in de fabriek, is de invloed van de vaders op hun opgroeiende kinderen veel Weiner geworden. De boer, timmerman of schoenmaker, die zijn zonen al vroeg vertrouwd maakt meit de geheimen van het vak heeft veel meer kans om diep vertrouwen en respect op te wekken, dan de fabrieksarbeider, kantoorman of vertegenwoordiger. De zelfstandige thuiswerker van vroeger had daarom meer mogelijkheden om zijn geloofsovertuiging aan zijm kinderen door te geven en bij te dragen tot de vorming van een sterk, maar niet angstig geweten dan de meeste vaders vandaag. In mindere mate geldt ditzelfde ook voor de moeders en in heel sterke mate geldt het voor de grootouders, tegenwoordig meestal weggestopt, vroeger «en grote rol vervullend bij het doorgeven van de oude waarden. Tenslotte komen de kinderen tegenwoordig veel jonger onder invloed van buitenwereld en school.

NAÏEF

De adolescentie is die levensfase, waarin jongens en meisjes een bijzonder scherp oog krijgen voor de onoprechtheid en dubbelhartigheid (Jak. 4:8) van hun ouders en van het milieu, waaruit zij voortkomen. Tegelijkertijd zijn zij echter erg naïef en zien zij de wereld in hun jeugdig idealisme gemakkelijk helemaal zwart - wit, zodat zij in hun opstand te gauw vergeten, dat niet alleen het voortbrengsel van het hart van de ouderen boos is, maar ook het voortbrengsel van hun eigen hart (Gen. 8:21). Zo zijn zij vaak weerloos ten opzichte van handig van hun frustraties en wrokgevoelens gebruik makende verleiders, die zich voordoen als vernieuwers en bestrijders van het onrecht. Vandaag in 1973 is het probleem van onze jeugd akuut geworden. Vele opgroeiende jongeren uit reformatorische kring moeten vandaag de diepe teleurstelling verwerken, dat hun ouders niet echt leven volgens de waarden, die zij hun kinderen hebben voorgehouden.

Verschillende malen merkte ik bij jongeren uit reformatorische kring op, dat zij poogden om toch zen in 1933 — in drie jaar tijd nagenoeg oploste.

In zijn boek „Opkomst en ondergang van het derde rijk" tekende William Shirer over de in 1936 te Berlijn gehouden Olympische spelen aan: „De bezoekers, vooral die uit Engeland en Amerika, waren sterk onder de indruk van wat zij zagen: een blijkbaar gelukkig, gezond en vriendelijk volk, verenigd onder Hitler". (Pag. 251 van de Ned, vertaling). In dezelfde tijd was het in vele steden voor Joden moeilijk of zelfs al onmogelijk om nog voedsel te kopen.

Alhoewel God moge verhoeden, dat het comrnunistische totalitarisme in China op vergelijkbare verschrikkingen zal uitlopen als destijds het nationa&l-socialisme in Duitsland, heeft toch ook het Maoisme zijn zondebokken, waarover de neutrale pers zwijgt en waartoe in China met name de Christenen gerekend moeten worden, die blootgesteld werden aan hersenspoeling, vervolging en ten slotte sluiting van alle kerken in 1967 na de culturele revolutie. En ook in China zijn beperkingen aan het kopen, waartoe in het R.D. van 30 aug. j.l. citeer: „De bevolking kan — behalve voedsel — niets kopen zonder in het bezit te zijn van de nodige coupons. Deze waardebonnetjes worden al naar gelang van de prestatie uitgedeeld door de politieke commissaris. En hier wordt niet alleen aan werken gedacht. Al doe je nog zo je best en spaar je nog zoveel geld, zonder kennis van het Rode boekje gaat het niet".

Het sexuele signaal, een enkel uit een reeks, ontleen ik aan het dagblad, dat in de streek, waarin ik woonachtig ben, door de grote meerderheid van de zich reformatorisch noemende christenen gelezen wordt. Enige tijd geleden bevatte de letterkundige rubriek van dit blad een uitvoerige boekbespreking met een onverbloemde beschrijving van een jongen die samenleving heeft met de maitresse van zijn vader en een jongen, die door het sleutelgat gluurt naar het overspel van zijn moeder.

Dit in huis dulden is niet minder dan prijsgave van de jeugd aan de afval van Jezus Christus door de eigen ouders, willens, wetens en welbewust. Het !s immers bijna onvoorstelbaar, dat wat voor God een gruwelijke vermenging is, voor deze ouders nu al eer. verborgen afdwaling (Ps. 19:13) zou zijn, een afdwaling, die zij nu al niet meer zouden kunnen «ien, zoals bij is in het licht van God.

Misschien zullen sommigen deze waarheid te hard vinden en hun hart ervoor verharden. Dan moet ik hen echter waarschuwen, dat wie vandaag zijn hart verhardt, diens hart wordt door God verhard en die zal als het straks nog veel erger wordt misschien geen gelegenheid meer krijgen om nog te luisteren.

Natuurlijk betekent het reinigen van zijn huis nog geen reiniging van het hart. Het hart reinigen en een nieuw hart (Ezech. 36:26) geven, kan alleen God. Maar het Woord van God bevat rijke beloften voor hen, die eenvoudig en ongedeeld van hart willen gehoorzamen. „Daarom, gaat uit het midden van hen en scheidt u af, zegt de Heere en ra'akt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal u leiden en aannemen. En Ik zal u tot een Vader zqn, en gq zult Mtj tot zonen en dochteren z^n, zegt de Heere, de Almachtige" (Cor. 6:17,18),

VERLEDEN

Ten slotte kan de vraag niet ontlopen worden of de zonden van het verleden niet hebben bijgedragen tot de opstand van vandaag. Hebben wij, die ons orthodoxe bqbelgetrouwe Christenen noemen geen grote schuld ten opzichte van de volken van Azië en Afrika, in het bijzonder de negers? En dal niet alleen politiek en sociaal, maar ook godsdienstig'.'

De bekende negerevangelist Tom Skinner schrijft op pag. 126 van zijn door Wever in het Nederlands uuitgegeven boek „Ik ben zwart, maar vrij", dat de meerderheid van de negerpredikanten in het Amerika van vandaag is opgeleid aan vrijzinnige instituten omdat de deuren van de bljbelvaste opleidingsscholen voor hen gesloten waren.

Hebben wij in het verleden met de zonde ook niet al te vaak de vreugden van het leven verboden?

Begrijpen wij deze jeugd met zijn dorst naar vrijheid en geluk wel voldoende? Houden wij niet op hen voor te houden, dat de hen voorgespiegelde vrijheid slechts op slavernij van het verderf (2 Petr. 2:19) kan uitlopen en dat echte vrijheid alleen bij Jezus Christus te vinden is? Houden wij niet op hen voor te houden, dat „wereldvreugde" helemaal niet bestaat en dat echt geluk, ook sexueel geluk «Heen maar gevonden kan worden, als zij hun leven stellen onder de tucht van de Geest? Of blijven wQ dubbelhartig en in ons hart misschien zelfs jaloers, omdat deze jeugd zich sch^nbaar straffeloos allerlei vrijheden permitteert, waarover wijzelf vroeger nauwelijks dorsten dromen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Prijsgave van de jeugd?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1973

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken