Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ALBERTUS PIGHIUS EN DE VRIJE WIL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ALBERTUS PIGHIUS EN DE VRIJE WIL

6 minuten leestijd

Vorig jaar april promoveerde de heer Gerard Melles tot doctor in de godgeleerdheid aan de Theologische Academie, uitgaande van de Johannes Calvijnstichting te Kampen (Theol. Hogeschool, Oudestraat) bij prof. dr. A. D. R. Polman. Het RD heeft daarover destijds uitvoerig bericht.</p>

Met graagte brengen wij thans deze dissertatie over de Kampenaar Pighius en zijn strijd met Calvijn over het libenmi arbitrimn (het probleem van de menselijke wilsvrijheid) opnieuw onder de aandacht, vanwege de grote actualiteit die deze probleemstelling nog altijd bezit.

Determinisme

De centrale vraag in het geding is: heeft de mens een vrije wil? Deze vraagstelling is theologisch van karakter, d.w.z. dat ze nauwelijks iets heeft uit te staan met het vraagstuk van de oorzakelijke bepaaldheid van alle dingen, inzonderheid van de menselijke wil. Daarom noemt Melles het een calamiteit (schadelijkheid) dat theologische beschouwingen gebruik zijn gaan maken van de termen determinisme (een fatalistische bepaaldheid vooraf) en interdeterminisme.

Wanneer hij in stelling 2 beweert dat Calvijn niet altijd aan het onbijbelse determinisme is ontkomen, is het dan ook een „determinisme" tussen aanhalingstekens, omdat deze term niet in de theologie thuishoort. Het probleem van de vrije wil is zoals Melles zelf aangeeft - een kwestie die voor een groot deel de kerk- en dogm«ngeschiedenis beheerst. De strijd Pighius-Calvijn is vergelijkbaar met die van PelagiusAugustinus, Erasmus-Luther en Remonstranten-Contra-remonstranten.

Albert Pigge is vermoedelijk in 1490 te Kampen geboren. Hij studeerde te Leuven o.a. bij de latere (Nederlandse) paus Hadrianus VI, die hem overigens niet zo bijster lag. In Rome werd hij pauselijk kamerheer en deed hij aan astrologie. Hij nam deel aan diverse religiegesprekken, schreef een groot aantal geschriften en overleed in 154S. terwijl hij bezig was om Martin Bucer (die zijn erfzonde- en rechtvaardigingsleer erger vond dan pelagiaans) met de pen te bestrijden.

Pighius heeft zich beijverd om tegenuvmCalvijn de vrije wil te verdedigen. De leer van de knechtelijke wil (servum arbitritmi) strijdt met Gods goedheid; en de vijanden van de vrije wil verdraaien de Schriften, zo beweerde hij in zijn geschrift „De libero hominis arbitrio et Divina gratia". 
Melles ruimt in zijn boek een geheel hoofdstuk in voor een korte maar bijzonder overzichtelijke weergave van Pighius' geschrift. Het geeft ons een inzicht in Pighius' visie op de Godskennis, de deugden Gods, de mens naar Gods beeld, de zonde, de genade, het geloof, enz.

Augustinus

Luthers dogma van de knechtelijke wil acht hij absurd en Calvijn leert al even goddeloos met de opvatting dat de gratia specialis (speciale genade) alleen aan de uitverkorenen ten deel valt door de wedergeboorte, en dat er in ieders hart een veelkoppige slang schuilt. Pighius stelt daar tegenover dat de gehele natuur van de mens niet zozeer bedorven ie, dat ons alle.vrijheid van het liberum arbitrium verloren ging. Hij beroept zich dan op Augustinus en beweert dat tussen de twee goddeloosheden (nl. Luther en Pelagius) in, de orthodoxe en katholieke waarheid optreedt. Voorts maakt hij er geen probleem van, de vaderen te citeren. 
Een beroep op de opvattingen van Origenes, de grote man van de vrije wil, zou al voldoende zijn, maar hij weet ook een Chrysostomus, Clemens, Tertullianus, Cyprianus en Ambrosius te hulp te roepen en dan vooral Augustinus. Calvijn, die de vaderen overigens ook hoogachtte, meende dat zij op dit punt duister en twijfelachtig spraken, zichzelf niet gelijkblijvend. Natuurlijk had Pighius tegen zo'n uitspraak weer groot bezwaar. Ook aan het antwoord van Calvijn op het geschrift van Pighius (die door hem Goliath werd genoemd) besteedt Melles een geheel hoofdstuk. Interessant is hoe Calvijn het probleem benadert, o.a. met het oog op de ere Gods: „Aan God moet niet slechts een gedeeltelijke, maar een volle en gehele lof voor de goede werken worden toegekend". „De vijanden van de genade gaan altijd schuil onder de lof van de natuur".

Duidelijk wordt ook, dat Calvijn de vaderen met een scherp oordeel des onderscheids gelezen heeft. Soms weet hij de door Pighius aangevoerde kerkvaders tegen zichzelf of tegen elkaar uit te spelen. Ook toont hij aan dat de strijd tegen Rome ten nauwste samenhangt met de vraag naar de heilszekerheid. Let eens op Calvijns uitspraak (blz. 79): „Verkeerde mensen vragen, hoe zij van hun heil, dat in Gods verborgen Baad bedekt ligt, zeker kunnen zijn", en dan vermaant hij: „Christus is spiegel, waarborg en pand van de verkiezing. Door het geloof aanschouwen wij het leven, dat God ons in deze spiegel toont. Door het geloof nemen wij pand en waarborg aan (...). De verkiezing is eerder dan het geloof, maar wordt ervaren uit het geloof'. „Hoe weet ik, dat ik uitverkoren ben? Christus geldt mij voor duizend getuigen".

In hoofdst. IV confronteert Melles de opvattingen van Pighius en Calvijn met elkaar. Hun meningen over elkaar blijken niet zoetsappig. Er vallen woorden als stompzinnig, gewetenloos, dom, absurd, belachelijk, ijdel en godslasterlijk, en zelfs „hallucinaties". Pighius valt Calvijn verder aan op het stuk van de erfzonde, dat deze krachtig verdedigt (blz. 98 v.v.) Calvijn noemt dat zelfs „het eerste axioma van ons geloof' en hij zegt (blz. 106) „De boosheid van de wil komt verder nergens vandaan dan van de erfelijke corruptie".

Handelend over Gods raadsbesluiten houdt Calvijn tegenover Pighius staande (blz. 167) dat God met conditionele beloften alle mensen nodigt tot behoud. Dit is in overeenstemming met Zijn verborgen Raad. Voegen wij nodiging en besluit samen, dan is het zo: „God wil, dat de bekeerde zondaar leeft" (blz. 167 v.), maar nochtans blijkt de universalis Christi gratia (algemene genade van Christus) uit de prediking van het Evangelie, dat krachtens zijn eigen natuur in staat is om allen te behouden. Allen worden geroepen en aan allen wordt dezelfde Middelaar voorgesteld; het Evangelie wordt echter alleen door het geloof verstaan (blz. 173).

In het laatste hoofdstuk geeft de promovendus een samenvattend overzicht van de standpunten van Pighius en Calvijn met een korte evaluatie, waarin zijn visie op de beide theologen vanzelf subjectiever getint wordt. Het oordeel hierover zij aan de lezer. Wij kunnen vaststellen dat de auteur in zijn studie oprecht gepoogd heeft de diverse beschouwingen recht te doen wedervaren. Hij heeft daarmee een hoeveelheid materiaal verzameld, die ook de huidige dogmaticus in de tegenwoordige theologie zal moeten verwerken.' Daarom kunnen wij dankbaar zeggen dat dit boek aan theologen en belangstellende leken een belangrijke dienst bewijst. Ondanks de wetenschappelijke opzet ervan is het over het algemeen ook vrij gemakkelijk leesbaar. Als bundeling theologisch materiaal willen wij het hartelijk aanbevelen.

G. Melles, Albertus Pighius en zijn strijd met Calvijn over het liberum arbitrium. 
Uitg. Kok, Kampen, 1973, 213 pag. prijs  f17.80.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

ALBERTUS PIGHIUS EN DE VRIJE WIL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken