Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bloembollen middel tot grote bloei

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bloembollen middel tot grote bloei

Lisse, Hillegom en Sassenheim zijn centrum van bollenteelt

8 minuten leestijd

We bevinden ons in het bloembollengebied. Het land is vuilgeel gekleurd. Op het ogenblik zitten de bollen onder de grond, toegedekt met een laag riet of stro om bevriezen tegen te gaan. In het voorjaar wordt de dekmantel weggehaald, waarna de bolgewassen kunnen uitbotten en tot bloei komen. In april is het dan één bloemenpracht. Hieraan dankt de bollenstreek in de kop van Zuid-Holland zijn grote faam. Internationaal bekend is de „Keukenhof", waar in de lente de prachtigste bloemen tegen een bosachtige achtergrond te bewonderen zijn.

De bloembollengebieden zijn over het algemeen daar waar vroeger duinen waren. Na het afgraven van de duinen is zandgrond overgebleven, die buitengewoon geschikt is voor het kweken van bloembollen. Deze zogenaamde geestgronden zijn namelijk kalkrijk en waterdoorlatend.

Vanouds kweekte men bloembollen op de geestgronden bij Haarlem-Overveen. Toen de grond hier opraakte en er ziekten in de bollen kwamen, verplaatste de cultuur zich tegen het einde van de vorige eeuw naar het zuiden. 
Langzamerhand werd dit nieuwe gebied het centrum van de teelt. Nu zijn Lisse, Hillegom en Sassenheim al lange tijd plaatsen, waar bijna alle cultuurgrond vóór de bloembollenteelt wordt gebruikt.

ANDERE STREKEN

Er zijn in ons land nog wel enkele andere streken, waar men „in de bollen zit". De-Anna Paulownapolder bij Den Helder is zo'n gebied. Het is in de jaren twintig ontstaan. Er kwam toen in de bollenstreek een tekort aan grond, om welke reden enkele kwekers hierheen trokken. Ook in West-Friesland (bij Enkhuizen) komt men deze vorm van sierteelt tegen. 
Op de Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden worden vooral gladiolen gekweekt. De laatste jaren beginnen ook in de Noordoostpolder de bolgewassen „hun kop op te steken".

„De bollenstreek" is echter verreweg het belangrijkste. Van de drie bloembollenveilingen in ons land bevindt zich er één in West-Friesland (Bovenkarspel), de twee andere staan in Lisse, waar ook de rijks middelbare tuinbouwschool voor de bloembollenteelt en het Laboratorium voor bloembollenonderzoek zijn gevestigd.

Dit laboratorium speelt vooral een belangrijke rol in verband met de ziektebestrijding.

„IN HET VAK"

Nu wij ons met de bollenstreek willen bezighouden, lijkt het ons dienstig in de eerste plaats aandacht te besteden aan de bloembollencultuur. Om nader geïnformeerd te worden, spraken we met verschillende personen, die in het vak zitten.

Duizenden bloembollen zetten de bollenstreek In het voorjaar In bloei.

De heer D. C. Nieuwenhuis — wonende aan de Heereweg in Lisse, van jongsaf in de bollen opgegroeid — legde ons uit hoe het kweken van de bollen in zijn werk gaat. De heer C. J. Sogers, mededirecteur van één van de veilingen in Lisse vertelde over het verhandelen van de bollen en andere zaken, die hiermee in verband staan.

DIVERSE SOORTEN

Er bestaat een groot verschil tussen hyacinten en andere bollen. De meeste bolgewassen zijn na één jaar kweken direct leverbaar. De hyacint daarentegen heeft een kweektijd van twee tot vier jaar. Vroeger was deze tijd nog veel langer, maar door nieuwere methoden heeft men het weten terug te dringen.

NIEUWE KWEEK

Van de oude bollen houden de kwekers elk jaar een deel achter voor de nieuwe kweek. De hyacinI ten worden kunstmatig vermeerderd. Dit gebeurt op twee manieren: door snijden en door hollen. Snijden is het in stukken verdelen van de bodem van de bol. Hollen is het verwijderen van de stoel (onderste deel van de bol). Op deze wijze ontwikkelen zich uit eilke bol diverse „kleintjes".

In het najaar (november) worden de jonge bolletjes geplant. Voor de winter worden ze met riet of stro afgedekt tegen bevriezen. In het voorjaar, als de bollen boven de grond komen, wordt dit weer verwijderd. Dit eerste jaar bloeien de bollen nog nauwelijks. In juli worden ze uit de grond gehaald.

ZIEKTEN

Nu worden ze enige tijd opgeborgen. In Speciaal hiervoor ingerichte schuren krijgen ze een temperatuurbehandeling tegen ziekten, welke een ernstige bedreiging voor de bollen vormen. Ook als ze in de grond staan, moeten ze zeker één maal per week — bij droog weer — worden nagezien op ziekten. Zeer gevaarlijk is het geelziek, dat de bol aantast. Bij het opplanten is het besmettingsgevaar erg groot. Het geelziek is ook aanleiding tot een andere ziekte: zwartrand, dat de bladeren aantast. Door zwartrand kan weer geelziek ontstaan. Het is dus zaak te proberen het eerste begin van geelziek te voorkomen.

Daarom krijgen de hyacinten van juli tot september in speciaal ingerichte schuren een temperatuurbehandeling. Hier worden ze van 30 graden C tot ongeveer 43 graden C verhit. Tijdens het stoken hebben de bollen veel verse lucht nodig om niet uit te drogen. Door de hoge temperatuur in de schuren tracht men ziekten zoveel mogelijk tegen te gaan. De temperatuurbehandeling is tevens een rem tegen het te vroeg opkomen van de bollen in het voorjaar en bevordert het groeien van een uitgebreider wortelstelsel van de bollen. Zo rond november worden de éénjarige

Duizenden veilingmanden met bloembollen wachten op het moment, dat één druk op de knop een partij van eigenaar doet veranderen. Gedurende het seizoen zijn wel een half miljoen bollenmanden in omloop. hyacinten weer opgeplant. In hun tweede jaar bloeien de bollen in maart en april. Aan het bloeien van allerlei verschillende soorten bollen dankt de bollenstreek voor een groot deel zijn bekendheid.

LEVERBAAR

In juli worden de hyacinten geoogst en zijn de grootste leverbaar. Met sommige moet nog een jaar worden gewacht, met andere zelfs twee jaren.

De kwekers geven de af te leveren bollen veelal zelf een temperatuurbehandeling ter verkrijging van een goede bloementros. Dit stoken bestaat nu zo'n vijftig jaar. In de schuren wordt de optimale temperatuur Voor de bloembollen aangehouden. Deze ligt (in fasen) tien tot twintig graden hoger dan de buitentemperatuur. Vroeger zaten er ramen in de schuren voor een goede doorstroming van de lucht en waren de schuren erg hoog, gevuld met opgetaste bollen. Tegenwoordig zorgen ventilatoren voor een goede lucht-verversing en zijn de schuren veel minder hoog.

In grote trekken stemt het kweken van de hyacinten overeen met de teelt van andere bollen, met dien verstande dat deze éénjarig zijn. Verschillen zijn er bijvoorbeeld ook met het vermeerderen van de bollen. Zo moeten tulpen en andere bollen gepeld worden. Ook ondergaan de „andere" 'bollen geen geelziektebehandeling. De hyacintenteelt is in ieder geval wel het meest arbeidsintensief en duurt het langste. Bijgevolg zijn hyacinten ook het duurst.

VEILINGEN

Als de kwekers vroeger hun bollen kwijt wilden, gingen ze met een lijstje, waarop dQ aan{tallen genoteerd stonden naar I de beurs in Haarlem en Hillegom. Later ontstond behoefte aan een zuiverder prijs en een beter geregelde betaling. Op deze manier zijn in de jaren twintig de veilingen ontstaan. 
In 1931 is in Lisse opgericht de particuliere veiling Hollands Bloembollenhuis door de heren HOman, BAder en HOgewoning. Hij staat bekend als HOBAHO. In november 1984 (bijna een hgilve eeuw geleden) kwam tot stand de Coöperatieve veilingvereniging Hollands Bloembollenkwekers Genootschap; nu bekend als veiling HB6.

De veilingen hebben grote bemoeienis met het verkopen van de sierteeltprodukten. Al sinds lang wordt het grootste deel van de bloembollen niet meer op de veiling aangevoerd, aangezien de veilingen sedert de jaren dertig namelijk een eigen In- en Verkoopbureau hebben, dat voor de verkopers zaken afsluit met de handelaren. Dit bureau beurt het geld van de handelaren en betaalt de verkopers. Slechts een klein gedeelte van de bloembollen wordt op de veilingen zelf verhandeld: ongeveer twintig procent. De omzetten zijn trouwens ook wel zó groot, dat de bollen lang niet allemaal in de veilinggebouwen zouden kunnen.

AFZET

De bollen worden voor een groot ' gedeelte afgezet bij de broeierijen, hoewel een steeds grotere groep kwekers zelf zorgt voor de temperatuurbehandeling van de bollen (zoals wij al duidelijk maakten). Van de broeierijen worden de sierprodukten verkocht aan de consument. In navolging van Amerika neemt ook in andere landen de droogverkoop van bloembollen toe. Droogverkoop houdt in, dat de exporteurs de bollen leveren in kleinverpakking (ongeveer tien stuks) met een gebruiksaanwijzing en een of andere verrassing. De kopers kunnen zelf de bollen planten en verder verzorgen: vooral in de supermarkten worden op deze manier grote aantallen bolgewassen van de hand gedaan. ^ De af te leveren bollen worden voor het grootste deel naar het buitenland verzonden. Vorig jaar werd voor een totaalbedrag van rond de 435 miljoen gulden door ons land uitgevoerd; in 1972 bedroeg de export ongeveer 433 miljoen gulden.

SLECHTE TIJD

De gemiddelde prijs per kg lag in 1973 slechts één cent hoger dan het jaar daarvoor. Dit betekent — gezien de prijsstijgingen allerwegen — dat het niet zo best gaat in het bloembollenvak. Vooral de prijs van tulpen en narcissen is aan de lage kant. 
Hieruit kan men concluderen, dat de produktie van bolgewassen in ons land te groot is want we hebben nauwelijks concurrenten op de wereld. Het ziet er trouwens ook niet naar uit, dat de prijs van deze sierteeltgewassen dit jaar beter zal worden.

Hoewel een uitbreiding van het bollenareaal in de buurt van Lisse, Hillegom en Sassenheim niet mogelijk is en er misschien wel enkele bedrijven zullen moeten verdwijnen is het wel de verwachting, dat de handel hier zeker zal blijven. Telers van Zeeuws-Vlaanderen tot Texel zullen zich bleven concentreren op dit bollencentrum. Wij niet dan? Als wij de bol zien, denken we toch ook direct aan deze streek?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1974

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Bloembollen middel tot grote bloei

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1974

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken