Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Taak van provincie is toegenomen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Taak van provincie is toegenomen

Van dekstieren naar streekplannen

7 minuten leestijd

Lange tijd heeft de provincie niets in de melk te brokkelen gehad. Rechtstreekse bestuursactiviteit werd door het provinciaal bestuur nauwelijks ter hand grenomen. Veel meer dan de zorg voor waterschapswerken (brugrgren, weggen) en de krankzinnigrenverplegpüoigf had ze niet op het programma staan. Meestal hielden de staten zich bezig met allerlei „pietluttigheden".

Dit blijkt heel duidelijk uit de toespraak waarmee de Gelderse commissaris van de koningin, J. H. M. baron Mollerus van Westkerke, in 1895 de winterzitting van provinciale staten opende. „De beknopte opgave der te behandelen onderwerpen, die U, Mijne Heeren, ter hand is gesteld, heeft U reeds doen zien dat tal daarvan Uwe gezette overweging ten volle verdienen. Zeker mag hier wel in de eerste plaats worden  gewezen op het zoo bij uitstek belangrijke rapport, uitgebracht door Uwe Commissie die een onderzoek instelde omtrent de vraag of al dan niet moet worden vastgesteld een reglement op het houden van dekstieren. Waar deze aangelegenheid hier reeds zo dikwijls tot leerrijke beraadslagingen aanleiding gaf, daar zij het mij geoorloofd de hoop uit te spreken dat zij thans wordt geregeld op zoodanige wijze, dat de gewichtige belangen die daarbij op het spel staan, krachtig zullen worden gediend."

Veranderingen

Omstreeks de eerste wereldoorlog begint in deze halfzachte toestand verandering te komen. De provincies gaan zich o.a. bemoeien met de elektriciteitsvoorziening. De grotere gemeenten wisten zichzelf wel te behelpen, maar voor het platteland was dat veel moeilijker. Een „redelijke voorziening van de gehele provincie" vereiste het optreden van het provinciaal bestuur. 
Op die manier werden de zgn. „onrendabele gebieden" uit de nood geholpen. Noord-Brabant was de eerste provincie die zelf de stroomvoorziening ter hand nam. Naast elektriciteit namen sommige provincies ook gas en water in hun voorzieningenpakket op. Het provinciaal bestuur van Zeeland belastte zich zelfs met de verzorging van de verbindingen tussieilde eilanden. Voor dat doel werden verschillende provinciale stoombootdiensten opgericht. Andere provincies maakten - al of niet in samenwerking met het rijk - een begin met de aanleg van tramwegen of lokale spoorlijntjes.

Decentralisatie

Na 1945 zijn de bevoegdheden van de provincie steeds omvangrijker geworden. De rijksoverheid, die al haar taken niet meer aankan, wordt als het ware „gedwongen" de provincie een grotere vinger in de pap te geven. Het grote voordeel van deze „decentralisatie" is dat veel meer rekening kan worden gehouden met de regionale en plaatselijke behoeften. Het rijk zag die in z'n ijver nog wel eens over het hoofd!

In verschillende provincies - vooral buiten het westen - is een zeker provinciaal besef ontwaakt. Friesland is hiervan het meest sprekende voorbeeld. Men is aandacht gaan schenken aan „het eigene" in de gewestelijke cultuur. De provincies geven zich dikwijls veel moeite om de folklore in stand te houden en het gebruik van de gewestelijke taal te bevorderen. Eigen provinciale orkesten worden (rijkelijk) gesubsidieerd.

Taken

De commissie-Prinsen, die in 1948 belast werd met de voorbereiding van een nieuwe provinciewet, heeft eens een opsomming gegeven van de taken van de moderne provincie: 
• de aanleg van wegen en kanalen, de exploitatie van verkeers- en warenkeuringsdiensten, de zorg voor een goed waterscbapsbestel, het bevorderen van de elektriciteits-, gas- en watervoorziening, het opstellen van streekplannen, de bescherming van natuurgebieden en de instandhouding van monumenten; 
• het subsidiëren van het sociaal en cultureel werk in zijn diverse facetten; 
• het stimuleren van activiteiten op economisch, sociaal en cultureel terrein, bijv. door middel van een economisch-technologisch instituut (ETI), en het behartigen van de belangen van de landbouw, het onderwas en de werkgelegenheid; 
• het toezicht op besluiten van gemeenten, waterschappen, zuiveringsschappen, dijkkringen, polders en hoogheemraadschappen 
 het bemiddelen bij geschillen tussen gemeenten; 
• het verlenen van medewerking aan de uitvoering van wetten (o.m. de wet op de luchtverontreiniging) en het uitbrengen van adviezen aan de regering (bijv. by gemeentelijke herindeling);
• het beslissen van administratieve geschillen. Voorbeelden zijn beslissingen in beroep tegen een besluit van het gemeentebestuur om beslag te leggen op woonruimte, een woning „onbewoonbaar" te verklaren of een drankwetvergunning af te geven. Ook voor de toepassing van de algemene bijstandswet kan men bij de provincie in beroep gaan. 
Een van de belangrijkste taken van de provincie is momenteel het maken van streekplannen, die de (ruimtelijke) ontwikkeling van een bepaalde regio in hoofdlijnen aangeven. De „ruimte" wordt ingedeeld in gebieden voor wonen, werken, verkeer en recreatie. Een ongeordende vestiging van de woon- en werkgelegenheid maakt niet alleen de streek onbewoonbaar, maar berokkent tevens onnodige schade aan de belangen van landbouw en landschap. De gemeentebesturen zijn verplicht bij het ontwerpen van hun „bestemmingsplannen" rekening te houden met de door de provincie uitgestippelde lijn.

Centen

Als gevolg van het streven de provincie niet te belasten met taken die reeds aan andere overheidsorganen zijn opgedragen, is de omvang van het provinciaal budget beperkt gebleven. De begroting van Zuid-Holland - met zo'n drie miljoen inwoners de dichtstbevolkte provincie - gaat niet uit boven die van een middelgrote gemeente. De uitgaven van deze provincie belopen dit jaar zo'n 150 miljoen.

De 'provincies krijgen hun inkomsten voornamelijk uit het „provinciefonds". In dit „potje" - in 1948 in het leven geroepen stort het rijk elk jaar een bepaald percentage (in 1974 0,851) van de opbrengst van de belangrijkste rijksbelastingen. De miljoenen die langs deze weg in het fonds vloeien worden daarna aan de gezamenlijke provincies uitgekeerd. En wel 1/3 van de middelen naar evenredigheid van het aantal inwoners der provincies, 1/3 naar verhouding van de oppervlakte (voor Zeeland hoort ook het water onder die „oppervlakte") en 1/3 in elf gelijke delen. Op deze wijze krijgt iedere provincie het bedrag waarop zij redelijkerwijs aanspraak kan maken.
De laatste tijd groeit echter onbehagen over deze verdeling. Vooral de grote, inwonerrijke provincies voelen zich ernstig tekortgedaan. Er zou huns inziens meer betekenis moeten worden toebedacht aan het inwonertal van de provincie.
Tijdens de Zuidhollandse begrotingsbehandeling in januari werd een nieuwe verdeelsleutel van het provinciefonds aan de hand gedaan: tien procent in elf gelijke delen, dertig procent naar oppervlakte en de rest naar inwoneraantal. Zo'n verdeling zou de „discriminatie" van de grótere provincies ten opzichte van de kleintjes uit de wereld moeten helpen. Maar ja, ... voordat provincies als Drenthe en Utrecht dit slikken.

Koek te klein

In provinciale kringen vindt men „de koek" die de provincies jaarlijks te verdelen hebben, veel te klein. Verwezen wordt naar de - steeds groter wordende - tekorten op de provinciale begrotingen. „De groei van de financiële middelen heeft geen gelijke tred gehouden met de toename van taken", zo is de veelgehoorde klacht. 
„De taakvervulling lijdt onder het chronisch geldtekort. Dikwijls moet met forse hand worden gesnoeid om de begroting rond te krijgen".Er is door de gezamenlijke provincies verenigd in het Inter Provinciaal Overleg (IPO) - een werkgroep in het leven geroepen die dit probleem onder de loep neemt. Vanwege allerlei interne moeilijkheden (conflicten tussen groten en kleintjes over een nieuwe verdeling van de geldstroom) schiet deze studie niet erg hard op.„Zolang de „elf het onderling niet eens zijn, is het rijk niet van plan ook maar één cent meer te geven", weet een ambtenaar op Binnenlandse zaken te vertellen. „De regering heeft het immers ook niet voor het oprapen."Het woord is vooreerst aan de provincies zelf. Met name door het schrappen van de vele subsidies voor allerlei verwerpelijke zaken, die thans met royale hand gegeven worden, zouden zij beter bij kas komen te zitten. Het mes snijdt dan naar twee kanten: principieel en financieel.
************
„Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de huishouding der provincie overgelaten. Zij maken verordeningen, die zij voor het provinciaal belang nodig achten." Artikel 143 van de grondwet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1974

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Taak van provincie is toegenomen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1974

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken