Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gemeenteraad moet zich tot hoofdzaken beperken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gemeenteraad moet zich tot hoofdzaken beperken

Vaste vergoeding in plaats van presentiegeld

5 minuten leestijd

Het lidmaatschap van een gemeenteraad moet een „bijbaantje'* blijven. Raadsleden moeten daarom een vaste jaarlijkse vergoeding krijgen, die de inkomstenderving (grotendeels) compenseert. Een apart onderdeel van de vergoeding moef een tegemoetkoming in de onkosten zijn.Met deze maatregelen hoopt de Commissie positie raadsleden van de Vereniging van Nederlandse gemeenten de financiële belemmeringen voor het raadslidmaatschap uit de weg te ruimen. Het rapport van de VNG-commissie — „een goede raad" — is gistermorgen aangeboden aan minister De Gaay Fortman van Binnenlandse zaken.

De hoogte van de vergoeding stelt de commissie vast doof het tijdsbeslag van een raadslid in een gemeente met meer dan 30.000 inwoners op een vijfde te stellen van dat van een wethouder.

Op die manier wordt een schaal opgebouwd die varieert van ƒ 1.500 per jaar voor raadsleden in kleine gemeenten (minder dan 6.000 inwoners), via ƒ 6.340 in middelgrote gemeenten (30.000 - 40.000 inwoners) tot ƒ 14.279 in gemeenten boven 375.000 Inwoners.

De onkostenvergoeding, die daar bovenop komt, loopt uiteen van ƒ 500,- tot ƒ 2500,- al naar de gemeentegrootte. De gemeenteraad mag — met het oog op de plaatselijke situatie — enigszins van deze bedragen afwijken. Bovendien kan de raad vaststellen dat ten hoogste twintig procent van de vergoeding als presentiegeld wordt uitbetaald — dit om het bijwonen van vergaderingen te stimuleren.

Met deze voorstellen van de VNG-commissie — die onder votrzitterschap van ir. W. Merkx, burgemeester vanBreda, staat — is ruim twintig miljoen gulden gemoeid. Momenteel bedraagt de vergoeding in kleine gemeenten ƒ 600 (onkosten ƒ 300), in middelgrote gemegnten ƒ 2000 (onkosten ƒ 900) en in de drie grootste steden ƒ 8000 a ƒ 9000 (onkosten ƒ 2500).

AANPASSING GEMEENTERAAD

Voor de overschakeling van het systeem van de presentiegelden naar het stelsel van de vaste vergoedingen is een aanpassing van de gemeentewet nodig. Minister De Gaay Fortman heeft zich reeds bereid verklaaard haast achter deze wijziging te zullen zetten. Binnen enkele weken zal een wijzigingsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend. De nieuwe gemeenteraden — die op 29 mei worden gekozen — zullen terstond van deze regeling kunnen profiteren.

Met deze maatregelen wil de commissie-Merkx de (financiële) positie van de raadsleden verbeteren. De laatste jaren is het raadslidmaatschap steeds meer in discussie gekomen. Steeds meer raadsleden stelden hun zetel ter beschikking wegens tijdgebrek, onderbetaling, teleurstellende ervaringen of moeilijkheden met de werkgever. Vanaf de gemeenteraadsverkiezingen in 1970 tot eind maart 1973 bedankte maar liefst 12 procent van het totaal aantal raadsleden. Vooral in de randstad was het verloop groot. Nieuwe en deskundige raadsleden zijn spaarzaam. De onvrede en het onbehagen over deze situatie groeide met de dag.
Op verzoek van de vorige minister van Binnenlandse zaken, mr. Geertsema, besloot de VNG eens te onderzoeken wat er precies schortte aan de positievan het raadslid. Er werd een commissie in het leven geroepen, die o.a. bestond uit 2 burgemeesters, 2 wethouders en 7 raadsleden. Na ruim een jaar van intensieve arbeid publiceerde de commissie-Merkx gisteren „een terreinverkenning, waarin de richting wordt aangegeven voor de weg naar vernieuwingen".

SCHEEFGEGROEID

Het slecht functioneren van de gemeenteraad wijt de commissie aan de scheef gegroeide verhouding tussen de raad en het college van Burgemeesteren wethouders. In de praktijk is de raad al lang niet meer het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. B. en w. hebben het heft in handen. Dé gemeenteraad kan hoogstens achteraf nog slechts als controleur optreden, aan het eigenlijke besturen komt hij niet meer toe. In feite fungeert de raad als een stadsparlement, dat vrijwel van alle invloed op de besluitvorming beroofd is. Dit alles heeft tot gevolg dat de raadsleden zich „vijandig" gaan opstellen tegenover B. en w.

De commissie wijst deze ,,concurrentie" tussen beide organen af. „Het college van B. en w. moet in nauwe samenwerking met de raad het beleid mede vorm geven". De commissie-Merkx stelt nadrukkelijk dat het zwaartepunt in de besluitvorming bij de gemeenteraad moet liggen en niet bij B. en w. De raad zal daarom beslissingen moeten nemen die van wezenlijk belang zijn voor het welzijn in de gemeente. Wil de raad echter doelmatiger functioneren, dan is het noodzakelijk dat hij niet alle gemeentelijke besluiten neemt.

HOOFDLIJNEN

De omvang van de raad en de beperkte tijd van de raadsleden maken het eveneens onvermijdelijk dat de gemeenteraad „kort en bondig" moet zijn. Volgens de commissie moet de raad zich vooral bezighoudenmet de hoofdlijnen van het beleid.

Om dit mogelijk te maken moeten de raadsleden betere informatie krijgen, (meer) ambtelijke bijstand- ontvangen, veel meer bij de voorbereiding betrokken worden en de massa details aan B. en w. overlaten. Bovendien vindt commissie dat er „meer planmatig" bestuurd moet worden. „De raad zal zo veel mogelijk moeten werken met beleidsplannen".

Andere aanbevelingen zijn: — De algemene pensioenwet voor politieke ambtsdragers moet van toepassing verklaard worden op raadsleden. De opbouw van de pensioengrondslag kan op die manier doorlopen voorzover raadsleden in arbeidstijd hun functie uitoefenen. — Raadsleden moeten een wettelijk recht van „buitengewoon verlof" van hun dagelijks werk krijgen. „Doorbetaling van loon behoeft hierbij geen verplichting te zijn. Raadsleden zullen immers door de jaarlijkse vergoeding schadeloos gesteld worden". — De jaarlijkse vaste vergoedingen moeten niet vrijgesteld worden van belasting. — Per gemeenteraadsfractie moet een. vergoeding worden gegeven „voor . de dekking van de kosten die de fractie als geheel maakt". — De kennis en vaardigheden van de gemeenteraadsleden moeten sterk verbeterd worden. — Er moetenmeer faciliteiten aan raadsleden worden verstrekt, zoals het beschikbaar stellen van studeer- en vergaderruimte en kopieerapparatuur.

De commissie-Merkx doet geen keuze tussen een afspiegelings- en een programcollege. Zij volstaat met de opmerking: „Het college van B. en w. moet zo zijn samengesteld dat het de beste garantie biedt voor de uitvoering van het beleid van de raad. Dit betekent dat de raad zo ruim als mogelijk is in het college moet zijn vertegenwoordigd."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 9 April 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Gemeenteraad moet zich tot hoofdzaken beperken

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 9 April 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken