Bekijk het origineel

Het hechte bolwerk werd een wankele zuil

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het hechte bolwerk werd een wankele zuil

Twintig jaar geleden Bisschoppelijk mandement over katholieke eenheid

11 minuten leestijd

In het Nederlandse rooms-katholicisme is de laatste tien Jaar bijzonder veel veranderd. Dat ireldt voor de theologie, voor de ethiek, maar ook voor het staan van de rooms-katholieken in de samenleving. Men kan zich thans haast niet meer voorstellen dat het Nederlsuidse episcopaat in 1954 een mandement uitgaf, waarin de rooms-katholieken het lidmaatschap van het NW op straffe van onthouding der sacramenten verboden werd en het lidmaatschap van de PvdA hun ernstig werd ontraden. Vergelijk dat eens met de huidige situatie waarin NVV en NKV serieuze fusieplannen hebben en de politieke voorkeur van de Jonge priesterstudenten in het algemeen varieert tussen PvdA, PPR en PSP.

Het 47 pagina's tellende mandement, dat op zondag 30 mei 1954 werd gepubliceerd, droeg als titel ,iDe katholiek in het openbare leven van deze tijd". De afkondiging hiervan moet gezien worden als een poging van de bisschoppen om het roomse bolwerk, dat in bijna een eeuw tü'd met zoveel moeite was gebouwd, ook voor de toekomst veilig te stellen.

In de loop van de vorige en van deze eeuw hadden de rooms-katholieken immers - mede ter bevordering van hun emancipatiestreven - een hele reeks van instituten en organisaties opgebouwd. Het optreden van de antirevolutionairen onder de bezielende leiding van Abraham Kuyper, had hun daarbij vaak als voorbeeld gediend. In deze eigen verbanden, die meestal direct of indirect onder leiding stonden van de clerus, wist men de „beminde gelovigen" van de buitenwereld afgeschermd. Meer dan elders had de Rooms-Eatholieke Kerk daardoor haar greep op de handel en wandel van haar leden weten te behouden.

ENORME VOORUITGANG

„Opvallend is de betrekkeUjk grote eenstemmigheid der auteurs op het stuk van hun algemene karakteristiek van het Nederlandse rooms-katholicisme", zo vatte de latere hoogleraar in de sociologie dr. J. A. A. van Doom aan het eind van de v^ftiger jaren een aantal studies over de positie van de Nederlandse rooms-katholieken samen.

„De Nederlandse katholieken", zo zeggen zij, „zijn meer dan hun andersdenkende landgenoten en meer ook dan hun geloofsgenoten buiten de grenzen, hecht en breed in eigen verbanden georganiseerd, arelatief sterk dogmatisch naar godsdienstige instelling en bezield van een indrukwekkend elan. 
In geïndustrialiseerde gebieden, die overal ter wereld onder ernstige geloofsafval lijden, blijkt hun trouw aan de kerk relatief onaangetast. Zelfs in de verstrooiing der diaspora houden zij stand".

Vandaar ook dat Van Doom tot de conclusie komt dat de rooms-katholieken, gezien in het perspectief van de laatste eeuw, een enorme vooruitgang hebben geboekt. ,3onderd jaar geleden een kleurloze, kwalitatief onbetekenende bevolkingsgroep, ontwikkelden de katholieken zich tot het sociaal en politiek best georganiseerde en geleide, grootste en meest zelfbewuste deel van het Nederlandse volk". 

KRITIEK

Deze vooruitgang heulden de rooms-katholieken voor een groot deel te danken aan hun hoge mate van verzuiling, waardoor zij op allerlei gebieden (onderwijs, politiek, vakbeweging) georganiseerd konden optreden. Niettemin was er al voor de oorlog onder de rooms-katholieke jongeren kritiek op deze verzuiling, die volgens hen tot een impasse had geleid. Vooral de Rooms-Katholieke Staatspartij moest het daarbij ontgelden. Sommige van deze critici kwamen later zelfs bij het fascisme terecht.

Belangrijker was dat zowel aan de Nederlandse unie (De Quay, Einthoven, Van Linthorst Homan) die optrad in de eerste bezettingsjaren, als aan de naoorlogse Nederlandse Volksbeweging (Schermerhorn, De Quay) grote aantallen rooms-katholieken deelnamen. Voor hen was het bepaald geen vanzelfsprekendheid dat er na de oorlog weer een eigen rooms-katholieke partij moest komen, eerder het tegendeel!

Het na de bevrijding ingestelde Centrum voor Staatkundige Vorming adviseerde in oktober 1945 - mede gezien de onoverzichtelijke politieke situatie - dat de rooms-katholieken althans bij de eerste naoorlogse verkiezingen nog maar gezamenlijk moesten optrekken. De KVP die hier uit voortkwam, presenteerde zich uitdrukkelijk als een programpartij. Dit in tegenstelling tot de vooroorlogse RKSP, die als katholieke eenheidspartij allen wilde omvatten die katholiek gedoopt waren. De KVP daarentegen wilde allen verenigen (katholieken of niet-katholieken), die het met haar program eens waren.
In de praktijk kwam het er op neer dat het overgrote deel van de rooms-katholieke kiezers de eigen partij trouw bleef. Niet-katholieken traden daarentegen slechts 
sporadisch toe. Daarmee was de politieke pijler van de rooms-katholieke zuil in feite blijven bestaan.

KLAPPEN

By de Kamerverkiezingen van 1952 daarentegen, liep de KVP voor bet eerst sinds haar bestaan behoorlijke klappen op. Van 32 zetels kwam ziJ op 30. Naar onze huidige maatstaven was dat niet zo'n groot verlies. De Tweede Kamer telde toen echter nog maar 100 zetels en de politieke ver8chulvlng«n waren In die Jaren veel kleiner dan tegenwoordig het geval Is.

Hun positie van grootste politieke partij, die ziJ sinds 1909 onafgebroken hadden bezeten, moesten de rooms-katholleken afstaan aan de PvdA, die ook In het zuiden nogal vooruit gegaan was. Bovendien was de partij van Welter, de Katholiek Nationale Partij, met ruim twee zetels uit de bus gekomen. Welter CS. hadden zich van de KVP afgescheiden uit ontevredenheid over de Indonesië-polltiek en het sociaal-economisch beleid. Volgens hen liet de KVP zich te veel door de PvdA op sleeptouw nemen.

Van twee kanten werd de politieke macht van de KVP dus bedreigd: door de doorbraak naar de PvdA en door het optreden van de B^NP. BiJ het eeuwfeest van het herstel der bisschoppelijke hiërarchie In 1953, was door kardinaal De Jong reeds nadrukkelijk gewezen op de noodzaak om ook op politiek terrein de katholieke eenheid te bewaren. Met hun mandement wilden de bisschoppen dit nog eens krachtig onderstrepen.

MANDEMENT

Het mandement beklemtoonde de taak van de rooms-kathoUeken in de Nederlandse samenleving. Deze taak kon echter volgens de bisschoppen alleen dan juist volbracht worden wanneer zij zich eerst in eigen rooms-katholieke verbanden aaneensloten en aldus georganiseerd hun taak zouden aanvatten.

„Het liberalisme in zijn nieuwe vorm" werd afgewezen evenals „het Goddeloze humanisme". Gewaarschuwd werd tegen de Nederlandse Vereniging voor sexuele hervorming. Het lidmaatschap van het NVV werd verboden. Ook verboden de bisschoppen „regelmatig socialistische vergaderingen te bezoeken, regelmatig socialistische bladen te lezen en regelmatig de VABA te beluisteren". Het lidmaatschap van de PvdA wilde men niet uitdrukkelijk verbieden „omdat het hier een betrekkelijk kleine groep betreft, die bovendien ook zonder sancties duidelijk kan weten wat de bisschoppen bedoelen" en anderzijds uit een „bijzondere reserve" die de bisschoppen in acht wilden nemen tegenover het gebruik van de politieke vrijheid".

In brede lagen van 't rooms-katholieke volksdeel werd het mandement zonder meer aanvaard. Het woord vfin de bisschoppen had in die tijd nog groot gezag. Niettemin bleef de Katholieke Werkgemeenschap in de PvdA. ,J!en terugkeer naar de KVP is er niet", zo verklaarde Geert Ruygers, de voorzitter van de werkgemeenschap, een maand na het mandement.

Buiten de Rooms-Katholieke Kerk werd vooral in socialistische kring het mandement hoog opgenomen, al bleef de regeringscoalitie tussen KVP en PvdA bestaan. Het NVV verliet echter uit protest tegen het bisschoppelijk verbod, het overlegorgaan van de drie vakcentrales.

Onder druk van het mandement besloot de Katholiek Nationale Partij in 1965 in de KVP op te gaan. Deze partij beschouwde zich voortaan als de katholieke eenheidspartij. De eerste tien jaar na het mandement wist zij zich ook van de blijvende steun van het katholieke volksdeel verzekerd. Bij de verkiezingen van 1963 (de laatste die de KVP winst opleverde) steeg haar aantal Kamerzetels van 49 naar 50. Toch wist zij ook in deze jaren de groei van het rooms-katholieke volksdeel niet geheel bij te houden.

KEERPUNT

De zestiger jaren betekenden voor het Nederlandse katholicisme een belangrijk keerpunt. En dat niet alleen voor wat betreft de steun aan de KVP, al was de achteruitgang van deze partij (zij werd in enkele jaren nagenoeg gehalveerd) wel het meest spectaculair. Heel de katholieke zuil is op drift geraakt. 
Dat geldt niet het minst ook voor het rooms-katholieke onderwijs, al vertoont dit uiterlijk (bijv. wat leerlingental betreft) geen tekenen van verval.

Terecht signaleert de Nijmeegse socioloog prof. dr. J. M. G. Thurlings, in zijn uit 1971 daterende studie „De wankele zuil", dat de crisis in het katholicisme vooral het hart van de kerk betreft. Het is niet zozeer dat de rooms-katholieken minder dan voorheen het nut inzien van een r.k. geitenfokvereniging of iets dergelijks. Nee, wat zich het sterkst manifesteert zijn de toenemende ambtsverlating van de geestelijken en het teruglopen van de priesterroepingen, zaken die voor de Rooms-Katholieke Kerk van levensbelang zijn.
Als gevolg van deze religieuze crisis vindt er in het maatschappelijk optreden van de rooms-katholieken op grote schaal een proces van deconfessionalisering plaats. Als het met het religieuze (het bovennatuurlijke) allemaal zo onzeker is, dan kan men daar in de politiek, in het onderwijs en in de sociaal-economische verhoudingen beter maar niet al te veel en al te stellig over spreken.

Soms leidde deze deconfessionalisering tot een samenwerking met de protestanten, zoals het geval was bij de KVP of bij de r.k. werkgevers. In andere gevallen gingen vanouds rooms-katholieke instellingen een algemeen karakter dragen. Zo liet De Volkskrant in september 1965 haar ondertitel "Katholiek dagblad voor Nederland" weg. Het NKV is thans bezig een innige samenwerking met het NVV te realiseren, de vakcentrale waarvan de rooms-katholieke arbeiders vroeger geen lid mochten zijn, wilden ze niet buiten de genademiddelen van de Heilige Moederkerk vallen.

In september 1965 verklaarde het Episcopaat de sancties op het NVV-lidmaatschap, zoals die in het mandement waren neergelegd, voor ingetrokken, nadat zij reeds eerder een dode letter waren geworden. Achteraf gezien, zo concludeert Thurlings, "Is het mandement veeleer het laatste offensief dat vanuit het conventionele katholicisme in Nederland tegen de vernieuwingsdrang werd ondernomen".

ACHTERGRONDEN

Het mandement heeft dus niet langer dan een Jaar of tien de rooms-katholieke zuil overeind weten te houden. Tot aan het eind van de vijftiger Jaren bood deze zuil een indrukwekkend karakter; men herinnere zich de conclusie van prof. Van Doorn, die vrij aan het begin van dit artikel aanhaalden.

De rooms-katholieke organisaties konden vaak meer dan de protestaatschrlsteiyke, op de trouw van hun achterban rekenen. Maar toen er In de zestiger Jaren eenmaal een doorbraak kwam, was er ook geen houden meer aan en kwam de rJi. zuil Ineens veel wankeler te staan dan de protestantse. Eén van de oorzaken hiervan was wel dat by de rooms-kathoUeken de verzuiling in sterke mate van bovenaf was opgelegd. De bisschoppen hadden het bevolen en dus stemden de gelovigen op de KVP, zonden ze hun kinderen naar de rooms-katholieke school, waren ze lid van de r.k. boerenbond of van de KAB, waren ze aangesloten biJ de KRO en lazen ze een rooms-katholieke krant. Toen het van de kerk niet meer hoefde, was daarmee ook hun voornaamste motief vervallen, BiJ de orthodox-protestanten daarentegen was de keuze voor de christelijke school, de christelijke partij enz. veel meer een Individuele beslissing, die uit het Innerlijk voortkwam en daarom een meer duurzaam karakter droeg.
De sterke doorwerking van de religieuze crisis In rooms-katholieke kring, die weer van Invloed was op de snelle ontzuiling, kan ook mede verklaard worden uit het collectieve karakter van het rooms-katholieke geloof. De rooms-katholiek geloofde altijd wat de kerk geloofde en die kerk sprak door de mond van de bisschoppen en in laatste instantie door de onfeilbare paus. Maar nu de kerk het zelf ook niet meer weet en op allerlei punten heel anders spreekt dan vroeger, wat moet die rooms-katholieke leek dan tegenwoordig nog geloven? Is het een wonder dat een grote verwarring zich van hem meester maakt? Daarnaast moet gewezen worden op de ook In de traditionele rooms-katholieke denkwereld aanwezige scheiding tussen Natuur en Bovennatuur. Politiek en maatschappij liggen daarbij voor het overgrote deel in de sfeer van het natuurlijke leven waar men zich een heel eind kan redden met de redelijke beginselen van de natuurlijke zedenwet en de Goddelijke openbaring daarbij niet nodig heeft.
Verder zijn ter verklaring van de snelle ontzuiling in r.k.- kring uiteraard ook van belang de oecumenische toenadering tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de andere kerken en allerlei politieke en culturele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving, waarop wij hier niet verder in kunnen gaan. Volgende week zullen wij in een tweede artikel verschijnselen als verzuiling en ontzuiling nader aan de orde stellen.
**********
Mandement

In de rooms-katholleke terminologie is een mandement een „herderlijk schrijven" waarin een bisschop of het gezamenlijk episcopaat van een kerkprovincie, zich tot de gelovigen in hun gebied richten met actuele voorschriften inzake geloof en leven. Het latijnse mandare betekent: bevelen.
Jaarlijks verschijnt er in de Nederlandse kerkprovincie een vastenmandement. Daarnaast werden een enkele maal ook bijzondere mandementen uitgevaardigd. Bekend zijn het mandement van 1868 dat de neutrale of openbare school afwees en voor de Nederlandse rooms-katholieken het startschot vormde voor hun deelname aan de Schoolstrijd. In 1941 protesteerden de bisschoppen in een mandement tegen de overname van het Rooms-Katholiek Werkliedenverbond door de bezetter.

In tegenstelling tot een encycliek die van de paus uitgaat en voor heel de kerk geldt, draagt een mandement dus een meer regionaal karakter.




Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1974

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Het hechte bolwerk werd een wankele zuil

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1974

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken