Bekijk het origineel

Op zoek naar energiebronnen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op zoek naar energiebronnen

VERSTANDIG!

6 minuten leestijd

De energiecrisis is in de Verenigde Staten niet langer het gesprek van de dag. Niemand denkt meer aan het — opgeheven — embargo der Arabische landen en in het dagelijks leven is er van een tekort aan benzine of olie nauwelijks nog iets te merken. De top van het bedrijfsleven en zeker die van de olie-industrie laten zich hierdoor echter niet in slaap sussen.

Het tegendeel is waar. Er zijn voor Amerika en de rest van de Westerse wereld nog redenen genoeg om zich over de toekomst zorgen te maken, zorgen vooral over de vraag of de huidige reserves aan koolwaterstoffen in staat zullen zijn aan het toenemende wereldenergieverbruik te voldoen. Volgens de voorspellingen der statistici groeit dit tot het jaar 2000 elk jaar met 5 procent. De statistici hebben ook uitgerekend dat op basis van het toegenomen verbruik de oliereserves slechts voldoende zijn voor 30 a 40 jaar. Daar zou men van kunnen schrikken, maar als geruststelling geldt dat de energiereserves in feite aanzienlijk groter zijn.

In totaal is er zeker nog voor 100 a 200 jaar energie, die op de een of andere wijze in de aardkorst ligt opgeslagen. Waaraan dan wel dient te worden toegevoegd, dat deze extra te vinden voorraden niet voor het oprapen liggen. Wil men ze gaan opzoeken en exploiteren dan zal dat niet alleen een grote technologische inspanning vergen, maar ook extra investeringen, die wat de grootte betreft ons voorstellingsvermogen bijna te boven gaan.

Als voorbeeld: energie onttrekken aan de zeebodem is een nog betrekkelijk jonge bezigheid van het oliebedrijf. Wil men ermee doorgaan, en dat is noodzaak zolang verwangendie energiedragers als kernsplijting, kernfusie en zonne-energie nog niet tot wasdom zijn gekomen — dan zal men met de boorbeitels de continentale plateaus moeten verlaten teneinde af te dalen naar de continentale hellingen (het deel van de zeebodem tussen de continentale platten en de diepzee). Als men weet dat bij olie- en gaswinning op de continentale Plateaus de kosten, afhankelijk van waterdiepte eh weersomstandigheden, al meer dan tienmaal zo hoog zijn als op het land, dan is het een zekerheid dat olie- en gasvoorkomens in nog diepere zeegebieden, wel zeer rijk van inhoud dienen te zijn, wülen zij de extreem hoge produktiekosten rechtvaardigen.

Niettemin is de olie-industrie al druk bezig met geofysisch onderzoek dat zich richt op de mogelijkheden die de continentale hellingen te bieden hebben. Zoals zij zich ook beraamt over het antwoord op de vraag of het produceren van synthetische. olie uit teerzanden, elsteenformaties en steenkolen, technologisch en vooral economisch te realiseren is. Door de sterk gestegen en zeer waarschijnlijk nog verder stijgende olieprijzen is de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen in elk geval vele stappen naderbij gekomen.

• „TARSANDS"

Dit geldt zonder twijfel voor de teerzanden van Athabasca. In de Westcanadese provincie Alberta, aan de rand van het Poolgebied, opgesloten in de zg. „tarsands", Mgt een hoeveelheid olie ter grootte van 250 a 300 miljard barrels- Dat is bijna vijfmaal zoveel als de totale reserves van geheel Noord Amerika, een olierijkdom die §lleen door de voorraden van het Midden Oosten wordt overtroffen.

Toch is de blijdschap hierover nooit groot geweest. Hoewel het bestaan van deze teerzanden van Athabasca (de naam van de rivier, die in de Rooky Mountains ontspringt en in het Athabasca-meer uitmondt) reeds heel lang bekend is, achtte men het aanvankelijk technisch niet mogelijk de olie van het zand te scheiden. Pasindejaren '50 begonnen enkele oliemaatschappijen, waaronder Shell Canada, belangstelling te tonen.

De produktie-resultaten waren niet onbevredigend, maar de financiële uitkomsten teleurstellend. Door de geldverslindende winningsmethode was het onmogelijk met de conventioneel gewonnen olie te concurreren. Om één vat olie (van 159 liter) te winnen moest men o.m. 2 ton zand verplaatsen of bewerken.

Aanvankelijk zette slechts één maatschappij —Sun Oil —door. Zij bouwde bij Fort McMurray een kleine fabriek, waarin de ontwikkeling van de verschillende produfctiemethoden de volle aandacht kregen. Men produceerde in het begin 45.000 barrels per dag, zo weinig dat de rest van de olie-industrie zich uiterst sceptisch toonde- Later heeft Sun Oil dochtermaatschappij Great Canadian Oil Sands — de produktie ten koste van aanzienlijlceinvesteringen flink opgevoerd.

Wat blijkbaar Imperial Oü Ltd (Exxon) en Syncrude Canada Ltd. heeft bewogen ook voorbereidingen te treffen om in hun concessies aan het werk te gaan. Zij spreken reeds van een dagproduktie in 1978 van 18.000.

Dan is er de mogelijkheid aardolie uit leisteen te winnen. Met name in de Amerikaanse staten Utah, Colorado en Wyoming bevatten de daar aanwezige leisteenformaties een hoeveelheid winbare aardolie van ongeveer 2000 miljard barrels. Men heeft er nooit een vinger naar uitgestoken, omdat ook in dit geval de winning van olie moeilijk en kostbaar en dus commercdeel niet haalbaar is. Als een misschien nog groter bezwaar gold, en geldt trouwens nog, dat de winning van olie uit leisteen gepaard gaat met ernstige milieuproblemen.

Inmiddels hebben vele technici zich over het olie-uit-leisteenv probleem gebogen en er wordt op dit ogenblik door Occidental Petroleum een proef genomen, die naar men beweert hoopvolle resultaten oplevert. De produktie is weliswaar nog minimaal klein, 25 a 30 vaten per dag, maar het betreft olie van uitmuntende kwaliteit

Amerika beschikt ook nog over aanzienlijke reserves aan steenkolen; 150 miljard ton is winbaar en daarvan kan 45 miljard ton in dagbouw^ d.w.z. gemakkelijk en goedkoop, geproduceerd worden. Een belangrijk deel vaan deze dagbouw , steenkool is geschikt als grondstof te dienen voor de produktie van synthetische olie en synthetisch gas (SNG is synthetic natural gas). Dit omzettingsproces is al lang bekend; het wordt sinds 1935 in Zuid Afrika in praktijk gebracht. Maar ook in dit geval liggen de kosten hoog.

Overigens zijn de verwachtingen van de VS National Petroleum Council nog niet hoog gespannen. Dit orgaan maakte in december '73 bekend dat de produktie van synthetische olie uit teerzanden, olie-leien en steenkolen in 1985 niet hoger zal liggen dan 1 1/2 miljoen barrels per dag. Tussen '74 en 1985 kan er echter nog veel gebeuren. Duidelijk is alleen dat in de komende decennia op nog hogere kosten voor de energievoorziening moet worden gerekend.

De tijd van goedkope, gemakkelijk te winnen energie loopt op zijn eind. Dit proces 'wordt nog versneld door het onomstotelijke feit dat een aantal van 's werelds voornaamste leveranciers van ruwe olie, landen als Saoedi-Arabië, Koeweit, Libië, Quatar en de kleine Perzische Golf-staten in de nabije toekomst zullen besluiten hun produktie drastisch te beperken, teneinde op deze wijze langer van hun, vaak enige inkomstenbron te kunnen blijven profiterenDe olie-industrie houdt hier zelf ernstig rekening mee. Vandaar dat op dit ogenblik in het gehele westen alles op alles wordt gezet om de ontwikkeling van vervangende energiedragers economisch en technologisch te realiseren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 juli 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Op zoek naar energiebronnen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 juli 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken