Bekijk het origineel

Jan Soldaat past zich opnieu^v aan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jan Soldaat past zich opnieu^v aan

Moeilijke eerste tijd na overplaatsing

12 minuten leestijd

ruimen. Je haalt ook een nieuwe tent en slaapzak, terwijl men je later een wapen met toebehoren geeft.

Het is wel wennen; je ziet ineens zo'n enorm aantal nieuwe gezichten dat je je bijna net zo onwennig voelt als toen je voor het eerst in dienst kwam. Raar is dat, opeens ben je weer een klein ventje. Dat had je niet gedacht, toen je vorige week met veel branie naar het nieuwe onderdeel vertrok.

Toch is het nu heel anders dan toen je net opkwam. Toen was iedereen nieuw en was je op elkaar aangewezen. Nu kom je hier als eenling en hebben de anderen al vriendschap met elkaar gesloten en ben jij niet nodig. Je zult jezelf helemaal moeten bewijzen, willen ze je accepteren. In de loop van de dag maak je kennis met de lui, die bij je op de kamer liggen. In gedachten ga je al na, of het geschikte kerels zullen zijn, maar veel valt er niet van te zeggen.

Minder goed

Het bevalt je van meet af aan minder goed dan bij het vorige onderdeel. Daar waren tenminste geen foto's van blote vrouwen aanwezig en hier hahgt het er vol van. Zelfs je toekomstige psu-kast is er mee volgeplakt. Een afzwaaier vond het niet nodig ze zelf te verwijderen. Dat moet jij dan maar doen. De jongens zetten de muziek nog harder aan dan je gewend was en bezondigen zich zo te horen nog meer aan het misbruiken van Gods Naam. Op bijna beestachtige wijze wordt hier over sex en

Immers, uit een veel oudere heerlijkheid, het land van Steenbergen, aan de Westkant eveneens een poldergebied, werd met Dinteloord een geheel nieuw deel aan de zeekant afgescheiden, met dijken otnringd en tot land gemaakt, dat daardoor een zelfstandige heerlijkheid en later zustergemeente van Steenbergen werd. Vijf eilandjes voor de „kust van Steenbergen" in en rondom Dinteloord, toen een breed aestruarium, werden de vaste steunpunten voor de eerste bedijkers van Dinteloord, om van daaruit de dijk te leggen tegen het geweld van het water.

In dit Prinsenland werd dadelijk de grondslag gelegd voor één dorp, gepland dicht bij de Dintelmond en naar het vierkante of rechthoekige grondvlak, dat ook andere nederzettingen in het Westbrabantse poldergebied karakteriseert; Fijnaart, Klundert en Willemstad. Latere uitbreidingsplannen als gevolg van toenemende bevolking hebben dit grondplan wel wat veranderd, maar het is nog zeer goed te herkennen in de tegenwoordige dorpskernen.

Stichter van het dorp en initiatiefnemer van de bedijking van de OudPrinslandsche Polder was niemand minder dan Philips WiUem, de oudste zoon van Prins Willem van Oranje en diens eerste gemalin, Anna van Egmond, gravin van Buren. Hij heeft in Breda zijn jeugdjaren doorgebracht op het Groot-Kasteel. Philips Willem bezocht vervolgens de hogeschool te Leuven, maar werd vandaar listig weggevoerd op last van Philips II en de' hertog van Al va. In Spanje werd hij bijna dertig jaar als gevangene behandeld en hij keerde in 1596 met Aartshertog Albertus in de Nederlanden terug. In 1609 werd deze Oranjeprins ingehuldigd als Baron van Breda.

Een soort van overeenkomst in de vorm van een octrooi of dijkbrief, zowel verleend door de Aartshertogen voor de Zuidelijke Nederlanden als door de Staten Generaal voor het Noorden, maakte het mogelijk dat de beide oorlogvoerende partijen van weerskanten de bedijking van Dinteloord in bescherming namen. En zo is de eerste prins van het Prinsenland dus Philips Willem geworden, de vergeten en gedurende het grootste deel van zijn leven miskende.

Aangekomen in de Republiek der Zeven Verenigide Nederlanden begaf Hogg zich naar Stadhouder Willem III met deze boodschap: „Hoewel de Kerk van Schotland nu verkeert onder een wolk, zo zal deze wolk toch spoedig overgedreven zijn en gij Willem van Oranje, zult het instrument zijn tot verruiming van de Kerk van Schtotland. Tevens zult gij koning worden van dat ganse rijk". Thomas Hogg heeft de „Glorieuze Omwenteling" mogen beleven. Kort daarna mocht hij heenreizen naar Zijn Meester, Die hem geleid had door bezaaid en bnbezaaid gebied. Op zijn sterfbed liggend, gekweld door •ontzaglijke lichaamspijnen, zegt hij tot zijn vrienden: „Heb medelijden met mij, o mijn vrienden en bidt niet voor mijn ieven; sta mij toe dat ik nu ga naar mijn eeuwige rust. O God, zie op mijn ellende en mijn moeite en neem weg al mijn zonden". Maar dan op de laatste dag zijns levens, werd hij ten zeerste vertroost door de vmorden uit de Heilige Schrift: „Ik ga op tot Mijn Vader en alles wat er mee samenhangt gesproken; de meest vieze praatjes en plaatjes doen de ronde. Het kaartspel is geweldig in trek. Tijdens de middagpauze wordt er bijna niets anderds gedaan dan kaarten onder het lawaai van keiharde muziek. Kortom: je vraagt je af in wat voor heidense bende je nu weer beland bent.

Als je er met het elan van de eerste tijd wat van zegt, krijg je de wind van voren. Men vraagt zich af waar die „nieuwe" zich mee bemoeit. Men ziet er trouwens óok het verkeerde niet van in. Niet van de schunnige „wandversieringen" en evenmin van het misbruiken van de Naam des Heeren.

Slappeling

Je voelt je weer alleen deze tijd. Je bent het niet, maar toch merk je zo weinig van God. In deze sfeer worden je gedachten zo van allerlei godsdienstige zaken afgetrokken. Je blijft wel in je Bijbel lezen, maar op den duur verslap je als je geen resultaat van jouw houding ziet. Je wordt zo'n slappeling. Je weet namelijk dat je het hier een heel jaar zult moeten volhouden en daarom probeer je zoveel mogelijk te schipperen. In discussie wil je anderen een beetje gelijk geven om hen maar te vriend te houden. Je hebt altijd je eigen eer op het oog. \

Overigens houdt dat praten een groot gevaar in. In het begin ging je de discussie niet uit de weg. Sommigen zijn echter zo listig in het stellen van allerlei slinkse vraagjes, dat ie

Ook tijdens zijn bestuur over de nieuwe heerlijkheid Dinteloord, bleven hem de rampen niet bespaard, maar ook hier won hij de genegenheid van zijn onderdanen. Van geen der opvolgende prinsen van Oranje als heren van Dintelrood is het bekend, dat zij hun heerlijkheid hebben bezocht en persoonlijk met de Prinsenlanders en Dinteloorders hebben kennis gemaakt. Wel echter Philips Willem, die met zijn vrouw Eleonora van Bourbon ook Dinteloord bezochten in het jaar toen zij als heer .en vrouwe van Breda werden ingehuldigd.

Korenschüur

Een ander getuigenis aangaande Willem III vinden we bij William Carstairs. Volgens Van Schelven in zijn boek: „Het Calvinisme gedurende zijn bloeitijd" is Carstairs een der vier grote leiders der Schotse kerk geweest. In een adem wordt hij genoemd met John Knox, Andrew Melville en Alexander Henderson. Carstairs vermeldt ons dan iets uit liet legerkamp van Willem III.

„Daar was een korenschüur, zo zegt hij, dichtbij de tent des Konings. In die korenschüur trok Willem III zich iedere morgen enige tijd terug. Een 'soldaat die dit opmerkte, verlangde zeer ernstig te weten wat de Koning daar deed. Op zekere morgen vond hij gelegenheid zich te verschuilen achter wat hopen stro in die schuur. De iConing kwam binnen en sloot de deur achter zich toe. Daarna nam hij uit zijn zak een kleine Bijbel en las staande daaruit ongeveer een half uur, toen sloot hij 't Woord des Heeren, knielde neer en bad zeer ernstiglijk en weende zeer. Opgestaan zijnde nam hij een ander boek uit zijn zak en wel een der werken van de Godzalige Flavel. Nadat hij daarin ongeveer een kwartier gelezen had, legde dereen het erover eens is, dat jij weer eens mooi in de hoek gepraat bent. Op het terrein van discussiëren zijn er echte vaklui die het mooi j/inden met iedereen over alles en nog wat te praten.

„Jullie zijn zo christelijk, maar in de Bijbel staat: „Gij zult niet doden", waarom ga je dan toch in het leger? Oolc al word je aangevallen, dan mag je nog niets terugdoen, want als iemand je op de ene wang slaat, moet je hem ook de andere toekeren", zegt men, de woorden van de Heere Jezus aanhalend.

Er zijn zoveel dingen, waarover je kunt praten en waarover men wU

In de dorpsrekeningen van 1609 werden verschillende soorten wijn, die geconsumeerd werden verantwoord, in het pas gebouwde herenhuis, zetel voor de prins en van het polderbestuur. Tijdens dit bezoek werd de Prins een z.g. waterhond aangeboden voor de jacht op de gorzen en in de polder.

Iets dergelijks is er in de polderrekeningen niet meer te vinden en zowel Prins Maurits als Prins Frederik Hendrik, had na de hervatting van de oorlog met Spanje, in 1621 wel andere zorgen aan liet hoofd dan om

Instniment

Patrick Walker was een der „Society People", de strengste richting in Schotland: navolgers van de jong ter dood gebrachte Schotse geloofsheld James Renwick. Patrick Walker was een ruig, nochtans een zeer Godvrezend man. Een man van uitersten. Iemand die het wel zeer betreurde dat de tijd beschikbaar om Schotland te zuiveren van de monumenten van het Paapse bijgeloof zo kort was. Tevens had hij graag gezien dat het na de Glorierijke Omwenteling de beurt zou geweest zijn van de bisschoppen om zich te begeven naar de Grassmarket (de plaats waar eertijds hun 'slachtoffers ter dood werden gebracht). „Wat zouden ze gesidderd hebben" roept hij uit. Deze Patrick Walker zegt dan over Willem III dat het welbekend was dat de Koning veel sympathie voelde voor de vervolgde Schotse Kerk en grote vriendelijkheid ten toon spreidde jegens degenen die geleden hadden.

Bovendien zo vervolgt hij: „Vergeten wij ook niet de vriendelijkheid van de Koningin Mary, zijn gemalin, ' in wie als in de enige van haar ganse familie niet slechts iets goeds, maar praten ook. Is het misschien vanwege de wetenschap, dat zij het verkeerd doen om zodoende hun geweten te ontlasten? Over het algemeen schiet je er niets mee op. Wel misschien als ze je vragen waarom je dit doet en dat en iets anders net weer niet. Toch is het naar het inzicht van de schrijver het beste door je gedrag te laten zien, dat je het helemaal niet met hun levenswijze eens bent.

Doordat je hier kwam, dacht je genoeg van het militaire leven af te weten om een goede houding te vinden, maar hoe valt dat tegen, want het blijkt dat je je toch niet goed genoeg voorbereid hebt. Is het misschien omdat je alleen bij jezelf de kracht gezocht hebt en gedacht: „ik red het wel"?

Verschillend

Het leven bij de parate troep is totaal verschillend van de opleiding. Toen had iedereen genoeg te doen, maar nu vervelen de meeste jongens zich tot en met en probeert men zich zoveel mogelijk te „drukken". Hierop is mgn nog trots ook.

Hoewel een behoorlijk aantal jongens 's nïorgens nog gaat eten, is er toch een groot aantal die dat niet doet en bijna tot het appèl op bed blijft liggen. Dit is merkbaar in de pauze, warmeer grote hoeveelheden broodjes, hamburgers, kroketten, frikandellen en dergelijke toestanden worden gekocht. Dinteloord met een bezoek te vereren. Alleen de vijfde heer van Dinteloord, koning-stadhouder Willem III heeft in de jaren 1689-1693 kosten noch moeite gespaard om de Hervormde Gemeente van deze plaats te helpen aan een kerkgebouw, dat tweeëneenhalve eeuw lang als een sieraad van het dorp gold, totdat tijdens de Tweede Wereldoorlog, in november 1944 deze erk werd verwoest. Thans is zij weer geheel herbouwd. Zolang Dinteloord een prinselijke heerlijkheid is geweest, namelijk van 1605 tot 1795, zijn de volgende prinsen van Oranje heer van Dinteloord geweest: Philips Willem 1605-1618, Maurits 1018-1625, Frederik Hendrik 1625-1647, Willem III 1650-1702, Willem IV 1732-1751 en Willem V van 1751-1795. •WlLLiJAM CARSTAIRS vele goede dingen gevonden werden. Een vorstin die belang had bij haar zaligheid, iets wat aangetroffen wordt bij weinige koninginnen, koningen en bij slechts enkelen van het volk". En zo vervolgt hij dan-: „Deze vorst van Oranje is de man, dfe de Heere in Zijn soevereinitei't en genade en. goedheid schonk aan deze landen en wel in het bijzonder aan Schotland mmm^mmmtmmmmm:;:' • , ' : Over het algemeen zijn de eetgewoonten bij de militairen erg slecht en het is dan geen wonder, dat de conditie het ook is.

Op het appèl is het goed te merken, dat je niet meer in de opleiding zit. De bevelen worden veel minder luid gegeven en de uitvoering ervan is ook .ceheel anders. Hoorde je in de opleiding nog een schoengedreun, indien een bevel gegeven werd, nu is niet veel meer dan een zacht voetgeschuifel hoorbaar. Misschien doet het er wel niet toe, maSr het verschil tussen opleiding en paraat zijn is toeh tekenend. om de vloed van het pausdom die over ons kwam als een overloop van grote wateren te stuiten. Even verder zegt hij dan nog, „Ik heb dikwijls gedacht, dat onze dankbaarheid als een der oorzaken van Gods toom gerekend kon worden omdat wij niet begrepen noch zagen, de werken vanfe hand des Heeren in het ons bevrijden toen wij dreigden te vergaan.

„Stadhouder Koning Willem III, instrument in de hand des Heeren". Naar de mening van schrijver dezes kan je dit wel beter onderling doen, omdat men in een groepje zin afkeer van de Bijbel wil tonen. Men wil niet voor elkaar onderdoen om die Bijbel bespottelijk te maken. Allf^n echter is men eerlijker.

Geluk

Wanneer je een beetje geluk hebt, word je hier een beetje dichter bij je huis gelegerd dan in je opleiding. Misschien woon je zelfs zo dicht bij dat je iedere avond naar huis kan, zodat je niets met de troep op de kazerne te maken hebt. Nachtpermissie kan je meestal wel krijgen. Wanneer je zes maanden in dienst bent, kan je een verzoek indienen voor permanente nachtpermissie met teruggaaf van de kosten voor huisvesting en voeding. Ook dat kan tegenwoordig in ' Orts goedbetaalde Nederlandse leger. Als je het geld voor huisvesting en voeding terugkrijgt verdien je contant ongeveer zeshonderd gulden per maand. Een dwaas bedrag natuurlijk. Zouden deze sommen gelds niet meewerken aan het ondergraven van het Nederlandse leger, terwijl de Nederlandse soldaat toch maar veruit de best betaalde van Europa is? per .persoon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 oktober 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Jan Soldaat past zich opnieu^v aan

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 oktober 1974

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken