Bekijk het origineel

Kerk in Oost-Duitsland moet zich loyaal tonen tegenover socialisme

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerk in Oost-Duitsland moet zich loyaal tonen tegenover socialisme

Ds Bé Ruys kwart eeuw in Berlijn

7 minuten leestijd

„In de DDR, waar nog een officieel erkende christelijke partij, de C.D.U., bestaat en de staat steeds nadrukkelijker verklaart, prijs te stellen op de medewerking van de christenen, is er voor de laatsten nog sprake van een politieke beslissing. Eenvoudig is die beslissing echter niet. Fundamentele kritiek op het heersende systeem is uitgesloten. De grondwet bepaalt namelijk, dat het socialisme (d.w.z. het marxisme-leninisme) het hele maatschappelijke, economische en politieke terrein moet beheersen. Van dit ,socialisme' is de leer van het atheïsme en het materialisme niet te scheiden, die voor christenen principieel onaanvaardbaar is". Aldus een bijdrage in het persbulletin der Ned. Hervormde Kerk. Het vervolgt :

Bij velen van hen gaat het „neen" tegen atheïsme en materialisme echter samen met een „neen" tegen de hele sodalistische maatschappij, zo, zei bisschop Hans-Joachim Franke! van de Evangelische Kerk van Görlitz dit jaar in de synodevergadering van zijn kerk. Hij acht dit onjuist: kerk en christenen behoren de maatschappij, waarin zij leven, te dienen. Wel verzette hij zich tegen de tendens, de maatschappij te identificeren met een bepaalde ideologie en van de burgers te verlangen, dat zij ook die ideologie dienen. „Wij hebben loyale burgers in de socialistische staat te zijn. maar of wij onszelf als socialistische burgers willen beschouwen, moet onze vrije beslissing blijven".
Hij zinspeelde met dit alles op de neiging van de staat, aanvaarding van het socialisme (dat, zoals gezegd, onverbrekelijk verbonden is met atheïsme en materialisme) als norm voor goed staatsburgerschap te beschouwen, ook voor christenen. Daarom is van staatswege de uitdrukking „socialistische staatsburgers van christelijke geloofsovertuiging" gelanceerd, die door de C.D.U. als juiste karakterisering van haar leden is overgenomen.

CHRISTENEN ERUIT!
Christenen, die niet tot de "neen"zeggers, noch tot de „socialistische staatsburgers" van de CD.U. behorend, wèl als loyale burgers in de socialistische maatschappij willen meedoen kan het volgende overkomen:
• Een vrouw ging vóór de verkiezingen naar een bijeenkomst, waar de kandidaten van de eenheidslijst aan de kiezers voorgesteld zouden worden; ze wilde haar staatsburgerschap in positieve zin uitoefenen en weten, wie ze straks zou kunnen kiezen. Het werd haar overigens niet in dank afgenomen, want .een „partijlid vroeg bits, wat zij daar kwam doen.
• Een man, die in de instelling, waar hij werkt, als lid van de ondememinigsraad veel goeds voor de andere werknemers deed, moest eruit omdat de leiding bepaalde, dat voortaan alleen partijleden lid van de ondernemingsraad konden zijn. • Een vrouw werd gevraagd voor het oudercomité van de school van haar dochter: toen ze zei, dat ze christen was, werd de uitnodiging ingetrokken.

JEUGDWIJDING
Soms kunnen de christen-burgers duidelijk niet meedoen. Bijv. tieners, die geen lid van de Freie Deutsche Jugend (de communistische jeugdbond) worden en niet aan de jeugdwijding (communistische tegenhanger van de christelijke belijdenisplechtigheid) deelnemen, omdat dit de aanvaarding en bij de F.D.J. zelfs de plicht tot verbreiding van het atheïsme insluit. Ze krijgen moeilijkheden met hun docenten, die er persoonlijk belang bij hebben, hun klas als één geheel naar de jeugdwijding te leiden. Soms laat een docent zo'n weigerachtige leerling voor de klas komen, om hem aan de kaak te stellen als „de enige, die niet meedoet". Meestal doen namelijk ook de kinderen uit christelijke gezinnen wèl mee.
Er zijn weliswaar plaatsen, waar een sterke opwekkingsbeweging onder de jeugd is en honderden jongeren wekelijks samenkomen voor Bijbelstudie en gebed. Er is wel meer geestelijke opleving in de officiële kerken, ook onder de ouderen, er ontstaan zelfs, evenals elders in de wereld kleine (protestantse) gemeenschappen.
Maar er zijn ook veel slechtbezochte kerkdiensten en er is ook met berustende pessimisme van de kerkelijke functionaris, die in de nieuwbouwwijken flatgebouw in, flatgebouw uit, aan alle deuren moet aanbellen om te vragen, of hier soms een lidmaat woont... Hij krijgt niet, zoals onze administrerend kerkvoogd, netjes een lijstje van het gemeentebestuur met alle Hervormde en Gereformeerde nieuw-ingekomenen", aldus het Herv. weekbulletin.
Wij voegen daar nog het volgende aan toe. Dezer dagen is het een kwart eeuw geleden, dat „domina Ruys" haar arbeid begon vanuit West-Berlijn onder vluohtelingen uit de D.D.R., maar ook onder christenen aan genszijde van de breuklijn in de vroegere rijkshoofdstad. Ds. Bé Ruys is 20 jaar Hervormd predikante en ze is al sinds 1949 werkzaam als geestelijk verzorgster van de Nederlandse oecumenische gemeente in Berlijn.
Zij is daar, samen met anderen als dr. Bas Wielinga. de stuwende kracht geweest achter Hendrik Kraemerhuis aan de Limonenstraat in West-Berlijn, waar men een oecumenisch trefpunt vindt tussen christenen van oost en west. Mevr. Ruys was en is ook een der leidende figuren van de dialoog tussen kerk en staat in de D.D.R.
Zij is er een warm voorstandster van, dat de Oostduitse christenen hun socialistische maatschappelijk stelsel als juist aanvaarden en er met hun christen-zijn verder gestalte aan trachten te geven door hun pro-existentie, hun voorleven tegenover de ander, die een socialistische wereldbeschouwing aanhangt.
Ds. Ruys was destijds ook vóór de deling in de Evangelische Kerk van Duitsland. Het Oostduitse deel heeft thans zichzelf geheel zelfstandig ge(re)organiseerd en is op geen enkele wijze meer verbonden met of afhankelijk van de E.K.D. in de Bondsrepubliek of van bisschop Kurt Scharf in West-Berlijn.
Ondertussen is het uit andere bronnen voldoende bekend, dat er binnen de Oostduitse christenheid en predikanten scherp verzet rees tegen het doorsnijden van deze laatste officiële banden met wat ook zij beschouwen als de vrije wereld.
Zo hebben bepaalde Oostduitse predikanten niet alleen te worstelen met hun atheïstische overheid, maar ook met het denkbeeld van de verzoenende dialoog en solidariteit tussen christenen en marxisten in hun eigen land met de eenzijdige voorlichting, die mensen als o.a. ds. Ruys verspreiden over kerk en staat in Oost-Duitsland.
Wij weten, dat er heel wat christenen in de D.D.R. geestelijk (en materieel!) lijden, omdat zij ook als Lutheranen de band tussen kerk en socialistische staat als onchristelijk ervaren. Maar daar hebben de dialoogbonzen natuurlijk weinig mee te maken. Die hebben hun ivoren gesprekstoren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 november 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Kerk in Oost-Duitsland moet zich loyaal tonen tegenover socialisme

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 november 1974

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken