Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De eeuwige God, de genadige God

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De eeuwige God, de genadige God

Psalm 90 : 1 en 2

7 minuten leestijd

Een gebed van lMozes, de man Gods. IHeere! Gij zijt ons geweest een Toevluclit van geslaclit tot geslacht. Eer de bergen geboren waren en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.

Meer dan Iets anders bepaalt de oudejaarsdag ons bij de vergankelijkheid van het leven. De tijd vllegt>zegt een oud spreekwoord. Maar de Bijbel zegt: wij vliegen daarheen. Er Is zoveel gebeurd om ons heen, in de grote wereld, ook bij ons, in ons eigen leven, dit jaar. En toch, het gaat er niet om dat we in een wat weemoedige stemming komen, dat we zo maar wat stilletjes voor ons uit staren en mijmeren, maar dat we ook op deze dag zijn voor Gods Aangezicht. Het hoogste is, dat we weten wie Hij is en wat Hij zijn wil. Daarvan spreekt ons Psalm 90, de Psalm, die zo vaak op de laatste avond van het jaar uit de Bijbel gelezen wordt. Heel scherp staan ze tegenover elkaar, in deze psalm. God en mens. De Eeuwige staat tegenover de vergankelijke, de Heilige tegenover de onheilige. Maar het eerste en het laatste woord in deze psalm is van God en van Zijn werk.

Heere, Gij zijt... zo vangt deze psalm aan. Niet wat wij waren en wat wij zijn, noch wat wij deden. Want wat Is dat alles ook voor God? Mozes Is met het volk Israël onderweg van Egypte naar Kanaën. Heel het volk sterft weg in de woestijn. Velen heeft Mozes er al zien vallen onder de oordelen Gods. En zelf gaat hij ook heen, eer het beloofde land is bereikt, om een zonde! Ja, God rekent aan deze zijde van het graf met Zijn volk af. Een nieuw geslacht wordt geboren en komt op. Wat een veranderingen en wat een wisselingen, maar te midden van dit alles: Heere, Gij zijt! Hij Is de eeuwige God, zonder begin en zonder einde, ook tegenover al het wisselvallige van het aardse leven. Eer de bergen, zo groot en zo fier, waren geboren en alles er was, is Hij er.

Hij is de eeuwige God, ook in de voortgang en opeenvolging van de geslachten. Velen sterven weg in de woestijn, kinderen worden geboren. Alles wisselt op Zijn wenken, maar Hij Zelf verandert niet.

Mozes zegt dat niet zo maar stil voor zich heen, maar hij belijdt dat als een gebed. Een biddend mens is een klein mens, die groot denkt van God. wie wordt er niet klein voor God, wanneer de Eeuwige Zich aan hem of haar openbaart? Als bij ons de eeuwigheid komt in de tijd, wordt het ons bang om het hart. Wij worden in Zijn licht zo vergankelijk, zo klein, zo... zondig. Zeker, God doet wel weerkeren tot verbrijzeling, maar het is onze eigen schuld. Wij vergaan door onze ongerechtigheid. Wanneer we dat verstaan en inleven door de Heilige Geest, dan wordt het gebed geboren in ons hart en bij ons op de lippen gelegd, voor het eerst, als wij schuldenaar voor God worden, of ook opnieuw, bij dieper ontdekking, als bij Mozes, de man Gods.

Dat Is het gebed In de nood, het gebed met belijdenis van schuld, het gebed dat God groot maakt. Het is immers nog steeds waar, dat waar een mens op het diepst wordt vernederd daar God op 't hoogst wordt verhoogd.

Kent u dit gebed ook? Leeft dit ook op oudejaarsavond in uw hart? Dan komt er grote verwondering en blijdschap over u, omdat deze eeuwige God gekomen is in deze tijd, in deze wereld, In Zijn Zoon. Hoe heerlijk Is Jezus Christus voor het oog des geloofs. Al rijzen uw zonden als bergen omhoog, Hij weet deze te slechten en een vlak veld te maken. En wanneer we afgesneden worden van ons zelf en van onze eigen stam en Hem worden Ingelijfd, zullen we tot onze troost bij alle vergankelijkheid leren, dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is, en tot in eeuwigheid. Om Hem was 1974 én wordt 1975 een Annus Domini, een jaar des Heeren.

De Eeuwige Is ook de Genadige. Hiervan spreekt Mozes ook in de tekst, in het begin. God is geweest een Toevlucht, een schuilplaats, een veilig verblijf. U weet het wel, is er sprake van een schuilplaats, dan dreigen er gevaren, dan is er nood, verlorenheid.

Ach, Mozes weet het zelf en ziet het om zich heen. Maar er is daartegenover veiligheid en behoud. God zorgde voor beschutting. Eeuwenlang heeft de Heere daarvan gesproken in profetie en belofte totdat Hij ten laatste deze schuilplaats heeft laten zien in Christus, Die uit dit Israël Is voortgekomen.

God moest en wilde Zijn Zoon geven zou er veiligheid zijn In nood en dood, In vergankelijkheid en ongerechtigheid. En deze Zoon moest en wilde komen in armoede en vernedering. Hoe nederig was Zijn geboorte. Hoe zwierf Hij rond door het land, terwijl Hij nergens Zijn hoofd kon neerleggen. Hoe ontledigde is Hij aan het kruis, wanneer Hij nergens meer bij hoort, want de hemel heeft zich voor Hem toegesloten en de aarde werpt Hem uit.

En de eeuwige Geest moest en wilde Hem bekwamen en getuigt van Hem, Hij is de veilige toevlucht. Kwam u er dit jaar, of eerder, of wanneer ook al terecht? Schuilf ge ook bij de jaarwisseling bij Hem? Vaak zijn nood, verdriet, tegenspoeden en verdrukkingen nodig als middelen om de noodzaak en de veiligheid van de Toevlucht in God te leren ontdekken.

Mozes overziet de tijden, die achter hem liggen. Zovelen voor hem reeds mochten schuilen bij God: Adam, Noach, de aartsvaders. Jozef en zovelen na hem zullen nog wegschuilen bij Hem. God heeft het bevestigd, door de geslachten heen. Zijn verbond wankelt niet. Zijn werk gaat door. Zijn leidingen zijn wonderbaarlijk. God is en blijft In Christus door Zijn Geest alles voor een arm, onveilig en verloren volk in zichzelf.

Calvijn zegt in dit verband: een christen is iemand, die niets heeft in zichzelf maar alles in een Ander. Juist, in Hem, in die toevlucht. Buiten Hem is het nergens veilig, niet in het oude jaar en niet in het nieuwe jaar. Niet in het leven en niet bij het sterven.

O wat moet er toch van u en van uw geslacht terecht komen, wanneer ge niet persoonlijk deze Toevlucht kent? Hoe arm Is uw leven, hoe vreselijk eens de oudejaarsdag van uw leven en de Grote Oudejaasavond van de wereld en de tijd! Gij zult roepen tot de bergen dat ze u bedekken en bedelven, maar eer de bergen er waren is Hij er. Zij kunnen niet helpen.

O, ga het oude jaar niet uit en het nieuwe niet in, voordat ge ook een plaats hebt In de Toevlucht. Bij en in Hem is het eeuwig veilig. Dat zegt Mozes. Dat is de ervaring van al Gods kinderen. Wat is de Heere dan voor Zijn volk in al de wisselende omstandigheden. Hoe bidt de dichter: Wees mij een rots, om daarin te wonen, om gedurig daarin te gaan. Dat zijn de oefeningen van het geloof, gewerkt door de Heilige Geest.

Eens is die schuilplaats niet meer nodig. Dan wordt deze woonplaats voor allen, die buiten zichzelf, bij God leerden schuilen. Dan zijn de dreigingen, de gevaren, de verdervingen voor eeuwig voorbij. Dan zullen ze bij God thuis zijn, die het wondere geheimenis met Mozes leerden verstaan, dat de eeuwige God ook de genadige God is.

Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 28 December 1974

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

De eeuwige God, de genadige God

Bekijk de hele uitgave van Saturday 28 December 1974

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken