Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onenigheid grondwetsherziening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onenigheid grondwetsherziening

6 minuten leestijd

DEN HAAG — „De grondwet dient voor te schrijven, dat tegelijk met de verkiezing van de Tweede Kamer gestemd wordt over de aanwijzing van een kabinetsformateur. De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de bij de verkiezing uitgebrachte stemmen behaalt zou door de Koningin moeten worden belast met de vorming van een kabinet."

Over dit voorstel van het kabinet-Den Uyl dreigt deze week in de Tweede Kamer een conflict te ontstaan tussen confessionelen en progressieven. KVP, ARP en CHU willen —anders dan de progressieve drie (PvdA, PPR en D'66) — niets weten van een rechtstreekse verkiezing van de kabinetsformateur.

Dit kabinetsplan doet volgens de confessionele partijen „in ernstige mate" afbreuk aan het Nederlandse parlementaire stelsel. Zij vrezen dat niet de Tweede Kamer, maar de gekozen kabinetsformateur het dan in ons land voor het zeggen krijgt.
Het KVP-Kamerlid Van der Sanden —indiener van de „antie-gekozen formateur"-motie —zegt: „Als er een conflict ontstaat tussen een nieuw optredend kabinet (gevormd door een rechtstreeks gekozen formateur) en een nieuw gekozen Tweede Kamer, zal het parlement bijna altijd het onderspit delven. De gekozen formateur — meestal de nieuwe minister-president —staat veel steviger in zijn schoenen. Niet alleen omdat hij het recht heeft de Kamer naar huis te sturen en nieuwe verkiezingen te laten houden, maar als regeringsleider kan hij de Tweede Kamer, die hem en zijn kabinet niet wil, ontbinden. De volksvertegenwoordiging kan daar geen stokje voor steken. Dat is de kern van ons bezwaar tegen de gekozen kabinetsformateur".
De confessionele bezwaren snijden volgens PvdA, PPR en D'66 geen hout. Het kabinetsvoorstel doet huns inziens helemaal geen afbreuk aan het parlementaire stelsel, omdat de gekozen formateur het vertrouwen van de Tweede Kamer dient te hebben om als minister-president op te treden. „De Kamer houdt dus alle touwtjes in handen", zo zegt men in progressieve kring. Bovendien —en dat vinden PvdA, PPR en D'66 veel belangrijker — krijgt de kiezer met het aanwijzen van de formateur invloed op de vorming en de samenstelling van het kabinet.

MEERDERHEIDSVORMING
Toch is het de regering en de progressieve drie niet uitsluitend begonnen om de gekozen formateur. In „combinatie" met een beperkt districtenstelsel zal de rechtstreekse verkiezing van de formateur naar hun overtuiging een „belangrijke bijdrage" leveren aan de meerderheidsvorming. De verschillende partijencombinaties zullen gedwongen worden om samen te werken, want geen enkele kandidaat-formateur haalt op z'n eentje de meerderheid.
In de praktijk betekent dit dat het christen-democratische „midden" kleur zal moeten bekennen. Vóór de verkiezingen zullen de confessionelen moeten beslissen of zij met de „rechtse" VVD'ers of met de „linkse" progressieven in zee gaan. Tot nu toe hebben KVP, ARP en CHU deze keus altijd uitgesteld tot na de stembusuitslag. Het is hun —naar de woorden van oud-minister Roolvink (AR) —„lood om oud ijzer" of zij met links of met rechts regeren.
Aan deze „verfoeilijke" praktijk willen de progressieven een eind maken. De invoering van uitsluitend een districtenstelsel schiet daarvoor te kort. PvdA en consorten koppelen daarom het districtenstelsel aan de gekozen formateur. PvdA-fractievoorzitter Ed van Thijn: „Alles of niets. Een districtenstelsel zonder een rechtstreeks gekozen kabinetsformateur is voor ons onaanvaardbaar. Zo'n maatregel richt zich eenzijdig tegen de kleine partijtjes, maar laat de werkelijke boosdoeners — de confessionele drie —buiten schot".
Om dezelfde reden zijn KVP, ARP en CHU tegen de „koppeling" van beide voorstellen. Via de motie van de KVP'er Van der Sanden — die met steun van VVD, CPN, SGP, BP, GPV, PSP en RKPN op een meerderheid in de Kamer kan rekenen —proberen zij zowel de gekozen kabinetsformateur als de „koppeling" weg te werken.
Als het kabinet-Den Uyl aan de koppeling van districtenstelsel en gekozen formateur vasthoudt en KVP en ARP voet bij stuk houden, betekent dit het einde van beide grondwetwijzigingsvoorstellen.
Als het kabinet daarentegen bereid is een districtenstelsel zonder een gekozen formateur in te voeren en ook de progressieven zich laten ompraten, wordt de kans dat dit regeringsvoorstel het haalt niet groter. VVD, CH, CPN, DS'70, SGP, BP, GPV, PSP en RKPN zijn in ieder geval niet van plan de evenredige vertegenwoordiging in te ruilen voor een districtenstelsel. Ook KVP en ARP zijn erg terughoudend. Zij zien in de plannen van de regering voor een districtenstelsel een poging om de politieke nek van de christen-democraten om te draaien.
Een uitlating van premier Den Uyl sterkt hen in die mening. „De bedoeling van de grondwetsherzieningen die het kabinet heeft voorgesteld, is dat er twee grote blokken met nog wat randpartijen overblijven", zo zei Den Uyl enkele maanden geleden. Ook PvdA-fractieleider Van Thijn heeft zich herhaaldelijk in die richting uitgelaten. „Drie blokken is strijdig met het doel", zei hij onlangs. Het zullen er twee moeten zijn, anders beslist het midden — hoe klein ook —welke combinatie gaat regeren. Dat is niet democratisch".
De bezwaren van KVP en ARP tegen een districtenstelsel hebben de woede van de PvdA gewekt. Het PvdA-Kamerlid Franssen: „Dat is kiezersbedrog. Volgens hun verkiezingsprogramma zijn KVP, ARP en CHU voorstanders van indeling van het land in een beperkt aantal kiesdistricten." De KVP'er Van der Sanden legt die beschuldigingen naast zich neer: „Wij zijn niet tegen een districtenstelsel, maar tegen de methode van de regering die het gevaar inhoudt dat er op den duur twee grote partijblokken komen".

KIESDREMPEL
De gevolgen van het districtenstelsel — het verdwijnen van de kleine partijtjes uit de Tweede Kamer —kunnen volgens hem ook bereikt worden door verhoging van de kiesdrempel. Dit KVP-voorstel — dat al vier jaar geleden werd ingediend, maar nog altijd niet is afgehandeld — wordt wellicht deze week weer van stal gehaald.
Toch is er voor een kiesdrempelverhoging waarschijnlijk ook geen meerderheid. Franssen: „Daar behoeven we niet eens over te praten". Ook de VVD en (vanzelfsprekend) de kleine partijen zijn tegen het KVP-voorstel.
Verdeeld zijn de confessionelen en de progressieven ook over de Eerste Kamer. Terwijl PvdA, PPR en D'66 pleiten voor afschaffing van de Senaat, gaan de confessionelen alleen akkoord met verkiezing van de Eerste Kamerleden om de vier jaar. (Nu treedt elke drie jaar de helft al).
De kansen van het kabinetsvoorstel om de bevoegdheden van de Eerste Kamer te beknotten en de senatoren rechtstreeks te laten kiezen, lijken dan ook erg klein.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 januari 1975

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Onenigheid grondwetsherziening

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 21 januari 1975

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken