Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geheelonthouding is middel, géén doel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geheelonthouding is middel, géén doel

BIJ HET VIJFENZEVENTIG JARIG BESTAAN VAN GEREF. VER. DRANKBESTRIJDERS

6 minuten leestijd

„Al zou men kunnen aantonen dat er een grens was van alcoholgebruik waarbinnen het veilig is te leven, dan zullen we onszelf nóg onthouden door de liefde die zichzelf niet zoekt, maar het heil van zovelen die binnen die grens zich niet kunnen houden". Deze uitspraak van wijlen ds. W. H. Gispen geeft kort en kernachtig weer waarom de leden van de Gereformeerde Vereniging voor Drankbestrijding vinden dat een christen geheelonthouder dient te zijn.

Ds. Gispen was één van de mannen die op 8 maart 1900 te Utrecht bijeen kwamen om zich te bezinnen over de ellende die rond de eeuwwisseling veroorzaakt werd door de drank. Twee vragen hielden de mannenbroeders bezig: In de eerste plaats wat moeten wij als gereformeerden doen tegen het steeds toenemend alcoholisme? En in de tweede plaats: moeten we een afzonderlijke vereniging oprichten?

Er werd lang en breed gepraat en uiteindelijk werd besloten tot oprichting van een vereniging tot bestrijding van de drankzonde. De vereniging stelde zich mede ten doel de gereformeerden bewust te maljen van de noodzaak van de strijd tegen het alcoholisme. Ds. Gispen, Gereformeerd predikant te Baarn, werd tot voorzitter gekozen, een functie die hij tot zijn dood in 1934 heeft bekleed.

Op zaterdag 8 maart jl. bestond de vereniging dus 75 jaar en ter nagedachtenis aan de oprichter werd door een delegatie van het bestuur die dag op het graf van Ds. Gispen op de Algemene Begraafplaats te 's-Gravenhage een palmtak gelegd. Voorzitter W. C. F. Scheps sprak een kort woord, terwijl de jongste zoon van Ds. Gispen, Prof. Dr. R. Gispen te Bilthoven, namens de familie dankte voor deze postume hulde aan zijn vader.

„KETTERS"

Ds. Gispen; heeft het in de beginjaren van de vereniging niet gemakkelijk gehad. Hoewel er wel enige sympathie was voor de opvattingen van hem en de zijnen, was er ook veel tegenstand. De tegenstanders zijn zelfs altijd in de meerderheid geweest. Men sprak over „ketterse opvattingen" en „heidense ascese" als men het over de doelstelling van de vereniging had. Verder werden de oprichters beschuldigd van methodisme, doperse neigingen, roomse zuurdesem en meer van dergelijke zaken.

Geen van de tegenstanders heeft echter ooit een poging gedaan de beginselverklaring aan te vechten. Deze was opgesteld door Ds. Gispen en er werd onder meer in uitgesproken dat de zonde niet is gelegen in de alcoholische dranken als zodanig. Verder werd erin vermeld dat in bepaalde omstandigheden het niet-gebruiken van deze dranken tot eer van God en tot welzijn van de naaste kan zijn. Tenslotte deed men de uitspraak, dat in de toenmalige tijdsomstandigheden het tot de roeping van de christen behoorde zich te onthouden van alcoholische dranken als genotmiddel.

DRANKWET

Kort na de oprichting trad de vereniging al zeer actief op. Ze zocht contact met de kerkeraden van de Gereformeerde kerken en met de kamerleden van de A.R.-partij. Het ontwerp Drankwet van Kuyper, die de wet van 1901 moest gaan vervangen, werd krachtig gesteund en voorzitter Gispen bereisde stad en land om in openbare vergaderingen deze wet te verdedigen. Rustig ging het er daarbij niet altijd toe: caféhouders en kroegbazen gaven menigmaal acte-de-présence en het is zelfs wel eens voorgekomen dat bijeenkomsten op last van de politie moesten worden beëindigd.

De grootste bloei bereikte de vereniging in de dertiger jaren: meer dan vijf duizend leden. Na de oorlog is het ledental jaarlijks geleidelijk teruggelopen. Dat zal ongetwijfeld verband houden met de grote veranderingen die kwamen, niet het minst in de kerken. Toch zijn er na 75 jaar nog steeds voldoende enthousiaste leden om de vereniging levend houden en activiteiten te ontplooien.

Twee vragen rijzen er bij dit jubileum: Heeft het nog wel zin een gereformeerde drankbestrijdingsorganisatie in stand te houden en wat zijn de resultaten van de verenigingsactiviteiten?

INTERKERKELIJK

Eerst iets over de naam, waarover nog al eens misverstanden zijn. De uitdrukking „gereformeerd" moet ruim worden opgevat. Ieder die de gereformeerde belijdenis onderschrijft is welkom als lid en zo kan het gebeuren dat er onder de leden niet alleen mensen zijn die lid zijn van de Gereformeerde Kerk, maar ook Hervormden en leden van de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en de Oud Gereformeerde Gemeenten. De vereniging heeft dus een interkerkelijk karakter.

Ook in 1975 is drankbestrijding nog noodzakelijk. Bij de oprichting van de vereniging in 1900 ging het om geheel andere vormen van alcoholmisbruik dan in onze tijd. Toen dronk men van armoede en ellende. Nu zijn het de jonge mensen die bedreigd worden met verslaving aan alcohol. Het gebruik van drank leren ze thuis en op de jeugdclub en wie waarschuwt hen voor de gevaren van het alcoholisme? Want hoevelen zijn er niet, die in hun jeugd vertrouwd raken met allerlei soorten alcoholische dranken en dan later, wanneer de problemen van het leven zich voordoen naar de fles grijpen om trachten de zorgen even te vergeten?

RESULTAAT

En dan de tweede vraag: Wat zijn de resultaten van de activiteiten van de drankbestrijding? Voor we op die vraag ingaan eerst iets anders. De uitdrukking „drankbestrijding" is eigenlijk niet helemaal juist. Beter zou zijn: drankmisbruikbestrijding. De zonde is immers niet gelegen in de drank, maar het misbruik van de drank is zonde. Hiermee zal leder het eens zijn. Niet iedereen is het echter eens met de overtuiging van de drankbestrijders dat men het misbruik alleen doeltreffend kan bestrijden als men zelf geheelonthouder is. Door niet te drinken loopt men zelf niet gevaar ooit dronken te worden (laat staan alcoholist) en men brengt anderen niet in verleiding. Denk in dit verband aan Romeinen 14 :21.

Geheelonthouding is dus niet het doel van de drankbestrijders, maar middel om het misbruik te bestrijden. Wat nu de resultaten zijn van de „strijd" tegen het drankmisbruik is moeilijk met cijfers aan te tonen. De actie van de drankbestrijders komt namelijk kort gezegd hierop neer: voorkomen is beter dan genezen. Als iemand ziek is en genezing vindt door een bepaald geneesmiddel, heeft men een concreet feit. Maar ziekten die voorkómen worden, kunnen niet in cijfers uitgedrukt worden. Dat is waarschijnlijk een van de redenen waarom de drankbestrijding zo weinig populair is: men predikt geheelonthouding, maar kan niet concreet aantonen dat men resultaten boekt.

Tegenwerking was er al in 1900, ze is er ook nu nog. Toch gaat de Gereformeerde Vereniging door met de strijd. Al was het maar om als geweten te fungeren te midden van de gereformeerde gezindte.

(Ter gelegenheid van het jubileum is er een speciaal nummer verschenen van het maandblad van de vereniging, waarin een uitvoerig historisch overzicht is opgenomen. Dit blad is gratis verkrijgbaar bij de administrateur, de heer J. Elshout, Loolaan 41/120 te Apeldoorn).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1975

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Geheelonthouding is middel, géén doel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1975

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken