Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ouderlingenambt op de helling?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ouderlingenambt op de helling?

4 minuten leestijd

(vervolg van pag. 14)

Ten diepste ging het daarbij om de gezagsvraag, d.w.z. om de aard en het wezen van de sleutelmacht van de kerk. De kwestie van het binden en ontbinden, van het vergeven der zonden en van het aanzeggen van de schuld is daarbij wel primair. Dit raakt het theologisch gehalte van het ouderlingenambt. Terecht merkt dr. Van Ginkel op, dat de vragen naar de structuur van de presbyteriale kerkorde, stoelen op een bepaalde ambtsleer en deze weer op een bepaalde ecclesiologie (blz. 300).

Deze relatie wordt echter in het hoofddeel van de dissertatie niet duidelijk. Welke ambtsleer en welke ecclesiologie gaat er schuil achter de opvattingen van de reformatoren, achter de praktijk der gereformeerde vaderen en achter de uiteenzettingen van Voetius, Koelman en Renesse? En welke implicaties heeft het voor de kerk in al haar functies, wanneer men hier, op dit vlak van theologische visie, gaat spreken over verlaging van het niveau, nivellering en democratisering, van aanpassing aan de tijd, waartoe we wel gedwongen zouden worden, gezien de grote veranderingen in de maatschappij van onze dagen? Is inderdaad de visie van Noordmans en Van Ruler van die aard dat we er theologisch zó veel op moeten afdingen, dat het een open vraag is, wat we over houeden? En is bet visioen, dat Van Ruler zag rondom de ouderling, 'n visioen van het rijk van God op aarde, zo mythisch en irreëel? Als men het loslaat, wat laat men dan los met betrekking tot de tucht en de heiliging, met betrekking tot de troost van de vergeving der zonden? En is het gevaar niet veel groter, dat dan eerst goed de resultaten uiterst mager zullen zijn omdat slechts een administratieve functie overblijft? Waar blijft de volmacht, de potestas en de auctoritas van het ouderlingenambt, wanneer het zijn wezenlijke vormgeving moet ontvangen vanuit het democratiseringsstreven van vandaag?

THEOLOGISCH GEHALTE

Dit alles raakt de vraag naar het theologisch gehalte van het ouderlingenambt. Anders gezegd: het raakt de visie op de plaats en betekenis van dit ambt binnen het geheel van de ambtsleer, de kerkleer, dat is ten diepste de leer van de Heilige Geest. De Heilige Geest is vrij. En waar Hij is, daar heerst de vrijheid. Dat geeft een onnoemelijke ruimte aan zijn werk. Maar die onnoemelijke ruimte is er binnen de structuren, die Hij poneert, en waarvan wij op z'n minst in het Nieuwe Testament een neerslag vinden.

De Reformatie heeft daarvan iets gezien. En daarom functioneert het kerkrecht bij de reformatoren niet alleen maar situationeel, zodat het zou zijn af te lezen uit het recht dat op een bepaald moment in de geschiedenis opgeld doet. Neen, het kerkrecht is 't recht der genade, dat zich binnen de structuren van de Geest voldoende ruimte schept om in de situatie te functioneren, maar tegelijk gelijk ónze situaties te doorbreken, te genezen en te heiligen. In die zin hebben de reformatoren niet geaarzeld om te spreken over een goddelijk recht in de gemeente, dat zeer nauw verbonden is met de rechtvaardiging en de toegerekende gerechtigheid krachtens de vrijspraak in het Evangelie.

Ten diepste zijn het déze zaken die op het spel staan in de vraag naar de structuur van de kerk. Het is een theologie die hier aan het woord moet komen. Ondanks het vele goede dat uit historisch gezichtspunt hier geboden wordt door dr. Van Ginkel menen wij in dit opzicht - in theologisch opzicht dus een nivellering te moeten constateren, die ruimte kón geven aan de „niveauverlaging" waarvan in het laatste hoofdstuk sprake was. Het blijft een vraag, of dit laatste hoofdstuk zó geschreven had kunnen worden, wanneer de eerdere onderdelen van de dissertatie theologisch meer gevuld zouden zijn. Al met al lijdt het geen twijfel of het boek zal in de huidige ambtsproblematiek een woord meespreken. Wanneer het ons werkelijk aan het denken zet over het hoe en waarom van een waarlijk nog niet vergeten ambt in de kerk, kunnen we de schrijver daarvoor hartelijk dankbaar zijn.

N.a.v. „De ouderling", proefschrift van dr. A. van Ginkel, Uitgave Ton Bolland/Amsterdam, 1975, 332 blz., prijs ƒ 35,—.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 April 1975

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Ouderlingenambt op de helling?

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 April 1975

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken