Bekijk het origineel

Onafhankelijkheid Suriname te overhaast

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onafhankelijkheid Suriname te overhaast

7 minuten leestijd

Van de SGP mag Suriname best onafhankelijk worden. Alleen vindt het Staatkundig-Gereformeerde kamerlid ir. Van Rossum het „wat overhaast" dat de Surinamers nog dit jaar op eigen benen willen gaan staan. De tijd is volgens hem nog niet helemaal rijp voor de zelfstandigheid van de voormalige Nederlandse kolonie.

De onafhankelijkheidsdatum zou eigenlijk nog een jaar of drie, vier uitgesteld moeten worden", zegt de SGP'er. Die tijd zou nuttig gebruikt kunnen worden om de economische weerbaarheid en zelfstandigheid van Suriname op een hoger peil te brengen en de scherpe kantjes van de grote rassentegenstellingen af te slijpen.
„Die Surinamers denken: Als we maar eenmaal zelfstandig zijn maar dat is niet zo. Dan beginnen de moeilijkheden pas goed", zegt Van Rossum.
„De hele ontwikkeling zien ze in Suriname wat simpel. Ze denken dat het vanzelf wel komt. Het is daarentegen juist een reusachtig karwei".

Rijk land

Toch is Van Rossum — net terug uit de „West" — geen tegenstander van de Surinaamse onafhankelijkheid. Beslist niet, zegt hij zelf. „Als een volk in meerderheid zelfstandig wil worden, kan je niet zeggen : je mag niet. Dat is precies hetzelfde als je een kind — dat de leeftijd en de mogelijkheden heeft — verbiedt te gaan trouwen. Dat doe je toch ook niet". Mogelijkheden heeft Suriname voor het opscheppen. Ir. Van Rossum: „Het is een heel rijk land, dat erg veel bodemschatten (bauxiet) heeft, een vruchtbare kustvlakte bezit, geweldig bosrijk is en mogelijkheden te over heeft om energie op te wekken. Vroeg of laat moet zo'n land wel zelfstandig worden". Het SGP-kamerlid is er fel op tegen om — zoals de Partij van de Arbeid herhaaldelijk geprobeerd heeft — Suriname de zelfstandigheid op te dringen. „Daar moet ik niets van hebben. Je schopt je eigen kinderen toch ook niet de deur uit", zegt hij. „Nederland heeft niets onafhankelijk te maken. Zoiets ligt helemaal in de handen van het Surinaamse volk en van niemand anders".
Nu elke partij in Suriname — van de Creolen tot de Hindoestanen toe — de zelfstandigheid wil, zal Van Rossum zich er niet tegen verzetten. Het grootste twistpunt onder de Surinamers is of Suriname zich al op 26 november van dit jaar van Nederland moet losmaken. De regering van premier Arron, die op de steun van de Creolen kan rekenen, vindt van wel en heeft alle voorbereidingen getroffen voor de komende onafhankelijkheid. De Hindoestanen en de Javanen vinden daarentegen dat Suriname nog niet toe is aan zelfstandigheid. Van Rossum is het daar mee eens. „Oppositieleider Lachmon (een Hindoestaan) heeft gelijk als hij de onafhankelijkheid van Suriname te overhaast vindt. Suriname is zo ver nog niet", zegt hij.

Economische zelfstandigheid onvoldoende

De economische ontwikkeling van Suriname — een goede thermometer voor de zelfstandigheid — is nog ver onder de maat. De werkloosheid is enorm: van elke drie Surinamers loopt er een zonder werk. De conclusie van ir. Van Rossum: „Er zal economisch nog veel bijgespijkerd moeten worden".
Achter de Surinaamse plannen om een „stroomversnelling" aan te brengen in de economische ontwikkeling zet de SGP'er grote vraagtekens. Hij twijfelt sterk aan de haalbaarheid. „Er komt niets van terecht. Als binnen dertig jaar lukt wat voor 1985 gerealiseerd moet zijn, mogen we blij zijn", zegt hij sceptisch. „Als je ziet hoe alles daar in z'n werk gaat op z'n elf en dertigst. Al die prachtige plannen zullen allemaal wel papier blijven".
Van een snelle „mobilisatie van het eigene" — zoals de Surinamers willen — komt volgens Van Rossum bar weinig terecht. „Als de Surinamers voor iets een jaar zetten, ben ik al gauw geneigd het met vijf te vermenigvuldigen".

Niet realistisch noemt het SGP-kamerlid dan ook de plannen van de Surinaamse regering om in tien jaar tijds — met Nederlands geld — drie miljard gulden te besteden aan de opbouw van het land. „Dat lukt nooit en te nimmer", zegt hij. .^Als we alleen de door Surinamers uitgevoerde projecten moeten betalen, houden we veel geld in onze zak". Voor zijn pessimisme heeft Van Rossum goede grond. Hij kent de Surinamers en hun werkwijze. In 1955-'56 heeft hij in het Surinaamse Wageningen gewerkt bij een rijstbedrijf. Men was toen volop bezig met de aanleg van een weg langs de kust van Paramaribo naar Nieuw-Nickerie (een kleine 300 km): het „gouvernementspad".
Nu — twintig jaar later — is die weg nog niet klaar. Aan de laatste vijftig kilometer wordt op dit ogenblik de laatste hand gelegd. Dit heeft al het geloof van Van Rossum in een snelle opbouw van Suriname — op eigen kracht — de bodem in geslagen.

Onhaalbaar

Bovendien zijn verschillende ontwikkelingsplannen niet haalbaar en onrealistisch. Met name van het grootste plan om WestSuriname — een gebied waar geweldig veel bauxiet in de grond zit — tot ontwikkeling te brengen, verwacht Van Rossum niet veel. Als het al lukt om binnen niet al te lange tijd aan- en afvoerwegen aan te leggen, zit men nog met een groot tekort aan arbeidskrachten zegt hij. De Surinaamse regering wil naar dit gebied, waar- tot nu toe bijna geen kip woont, een heleboel werkloze Surinamers uit Paramaribo overplaatsen. Van Rossum: „Dat wordt niks. Men krijgt de mensen niet naar die wildernis. Iedereen die dat ziet aankomen, verkoopt alles wat hij heeft en neemt een enkele reis naar de Bijlmer.

Daarom zijn advies aan de Surinaamse regering: stel de onafhankelijkheid nog een paar jaar uit en stamp hier en daar — met Nederlandse hulp — „aanzetpunten" uit de grond. „Want", zo gelooft Van Rossum, „als Suriname eenmaal zelfstandig is, komt er geen enkele Nederlandse aannemer meer in. Op zich is dat wel begrijpelijk, maar het heeft wel tot gevolg dat er van de ontwikkeling nog minder terecht komt. Het duurt dan allemaal veel langer. De Surinamers hebben nu eenmaal veel primitievere middelen dan de grote Nederlandse aannemingsmaatschappijen".

Rassentegenstellingen

Ook om de scherpe rassentegenstellingen af te zwakken, acht Van Rossum uitstel van de Surinaamse onafhankelijkheid raadzaam. Het Surinaamse volk moet meer een eenheid worden. Vooral tussen de leiders van de diverse bevolkingsgroepen zijn er grote verschillen. De Hindoestanen voelen zich buiten spel gezet door de Creolen. Als deze „polarisatiepolitiek" doorgaat, kan dit — na de onafhankelijkheid — allerlei onlusten in de hand werken.

Toch verwacht het SGP-kamerlid geen complete rassenoorlog in november. „Nee", zegt hij, „dat geloof ik niet, "hoogstens enkele relletjes, maar dat zijn de „geboorte weeën" van elke jonge staat.

De rassentegenstellingen zijn — zo meent ir. Van Rossum — met een verstandig optreden van de regering best overbrugbaar. „Op straat merk je nu al bijna niets van verschillen. Er zijn geen apartheidsneigingen. In het normale dagelijkse leven lopen Creolen, Hindoestanen en Javanen kris-kras door elkaar. Het geeft geen enkele moeilijkheid".

Alleen van de Javanen — een heel kleine minderheidsgroep — is Van Rossum geschrokken. Als die groep verdrukt wordt, zal ze het er niet bij laten zitten, zo is hem duidelijk geworden uit gesprekken met de Javaanse leider S. P. Somohardjo. „Bij het minste of geringste zullen de Javanen — bang dat ze ondergespit zullen worden — er stevig op losslaan. Voor hen geldt: oog om oog, tand om tand".

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1975

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Onafhankelijkheid Suriname te overhaast

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1975

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken