Bekijk het origineel

Zionisme in Nederland vond niet veel weerklank

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zionisme in Nederland vond niet veel weerklank

Geschiedenis NZB wijst uit:

8 minuten leestijd

Gisteren was het 15 september. Voor christenen geen andere dag dan gewone maandagen. Voor de religieuze joden, maar ook de niet-religieuze nationalisten, in en buiten het land Israël wel een bijzondere dag: Jóm Kippoer of Grote Verzoendag, een der meest hoogheilige feesten van Oud- en Nieuw-Israël én sinds de beruchte oktober-oorlog van 1973 — door Israël Grote Verzoendag-oorlog genoemd, door de Arabieren de oorlog van de Ramadan of vastenmaand — extra gedenkwaardig. Ook in ons land werd gisteren weer Jóm Kippoer gevierd, door Zionisten en door hen, die hun pinnen zo vast in onze bodem insloegen, dat zij de „alijah" naar hun thuisland niet meer willen of kunnen aanvangen.

Over die Zionisten, die elkaar immer als groet toebaden: „volgend jaar in Jeruzalem", verscheen enige tijd geleden een interessante studie door mevr. Ludy A. M. Giebels: „De Zionistisiohe beweging in Nederland, 1899-1941". Het boek is deel IV in de reeks „Publications of the Bibliotheca Rosenthaliana", die wordt uitgegeven door Kon. Van Gorcum en Comp. te Assen, telt 223 blz., is geïllustreerd en kost geb. ƒ 32,50.

In haar inleiding verantwoordt mevr. Giebels de tijdsgrenzen van haar studie: de Nederlandse Zionistische beweging heeft zich grotendeels afgespeeld binnen wat zij noemt „het keurslijf van de Nederlandse Zionistenbond". Die bond werd in 1899 opgericht en in 1941 onder dwang van de bezetters opgeheven.

NATIONALISME?

Zionisme - het verlangen van het Joodse volk om terug te keren tot zijn land en stad, het duidelijkst onder woorden gebracht door de beroemde Theodor Herzl - is tegenwoordig volop in discussie. Is het een Joodse variant op de alom in de 19e eeuw opdoemende nationale bewegingen, al dan niet gepaard met politiek en economisch liberalisme? Is het - zoals bepaalde aanhangers van de Palestijnse terreurideologie beweren een vorm van fascisme en racisme?

De schrijfster maakt in de eerste regels van haar boek al de verlegenheid met de probleemstelling duidelijk. Men wordt direct, zo stelt zij, belast met de vraag of het zionisme een goede of een slechte zaak is. Haar oordeel is voorlopig dat men deze beweging, zoals elke andere, pas achteraf kon beoordelen op de vervulling van haar idealen en de geldigheid van haar pretenties. Beide veranderen in de loop der beweging en dienovereenkomstig zal ook de beoordeling van tijd tot tijd wisselen.

Een ander probleem bij de bestudering van vooral het Nederlandse zionisme is dit, dat de geschiedschrijving ervan nog nauwelijks boven het stadium van het verweerschrift en de anekdote is uitgekomen. Te weinig werd de analogie gezien van de Joodse met de niet-Joodsé geschiedenis. Dudy Giebels wil met deze studie deze eenzijdige benadering trachten te doorbreken.

Daarbij wijst zij er ook op, dat de zionistische beweging in haar beste dagen nog altijd maar een fractie van het gehele Nederlandse jodendom is geweest.

Opvallend lijkt ons de constatering vooraf van deze schrijfster: de geschiedenis van het zionisme in ons land is in beginsel een proces van secularisatie. Men zocht een nieuwe Joodse eigen identiteit toen (of: omdat?) de orthodoxe godsdienst niet meer voldoende bleek te overtuigen. Maar, zo benadrukte mevr. Giebels, dit verlangen naar nationale saamhorigheid bleek in de brede lagen der Joodse bevolking van Nederland in 19e eeuw weinig weerklank te ontmoeten tegenover veel orthodoxe vijandigheid en verwereldlijkte onverschilligheid.

Nu was dit zionisme ook onverdraagzaam en zelfgenoegzaam en het had geen boodschap aan het Joodse „proletariaat". Ondanks dit alles zette de beweging door en ook buiten de Nederlandse Zionistenbond groeide toch de belangstelling.

Haar boek - eerder als tijdschriftafleveringen verschenen in de eveneens door Van Gorcum uitgegeven „Studia Rosenthaliana" - is o.m. gebaseerd op de Central Zionist Archives, waar het materiaal van de gehele wereldbeweging is bewaard, en de archieven van dr. Chaim Weizmann, die gedurende tal van jaren president was van de Wereldorganisatie van zionisten. 

Het boek van mevr. Giebels telt zes hoofdstukken. In het eerste gaat zij het, ontstaan van het zionisme en de oprichting van de Ned. Zionistenbond (NZB) na en in het tweede het zionisme en de verhouding ervan tot de Joodse gemeenschap in ons land. De delen drie en vier gaan over de NZB en de bekende Balfourdeclaratle inzake een nationaal tehuis in Palestina, over wat voorafging en wat volgde.

In de beide laatste hoofdstukken komt de geschiedenis van de NZB in de jaren twintig en dertig en tijdens het begin van de Duitse bezetting aan de orde. Een uitvoerige lijst van geraadpleegde werken besluit deze 5tudie. Daarin komen ook bekende niet-Joodse namen voor: dr. Abr. Kuyper („Om de Oude Wereldzee"), prof. Martin Noth („Geschichte Israels".

Het zionisme als zodanig zegt de lezers van dit dagblad mogelijk niet zoveel. Toch kent men wellicht de namen van enkele vooraanstaande Nederlandse zionisten. Bijv. de dichter Jacob Israël de Haan, broer van de schrijfster Carry van Bruggen. Dr. Jaap Meijer schreef een leerzame biografie over De Haan, deze in Jeruzalem vermoorde „Zoon van een gazzam".

Meer bekend is de thans hoogbejaarde mr. Abel J. Herzberg, van 1934 tot 1949 voorzitter van de NZB én auteur van diverse literaire meesterweken als „Amor Fati" enz.

In haar eerste hoofdstuk maakt de schrijfster duidelijk, tegen welke achtergrond en ondanks welk verzet de NZB werd opgericht nadat in 1896 Herzl zijn geruchtmakende „Der Judenstaat" had doen verschijnen. 
Het liberale geëmancipeerde en geïntegreerde Nederlandse jodendom van rond de eeuwwende zat volstrekt niet te wachten op mannen, die een nieuwe exodus naar Palestina wilden ondernemen.

De eerste reacties in de Nederlandse joodse pers (Weekblad voor Israëlitische Huisgezinnen, Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland en het Nieuw Israëlitisch Weekblad) waren weinig positief over Herzl.

Tobias Tal de Haagse opperrabbijn, schreef tenminste, dat Herzl een typische vertegenwoordiger is van hen, die door assimilatie hun jodendom verloren maar door de feiten (antisemitisme!) werden terug gedreven naar datzelfde jodendom. Het bestaande zionisme kende Herzl niet, zo meent Tal, en hij stelt vast dat Herzl het land in Palestina niet uitkoos uit pure vaderlandsliefde, maar omdat dit gebied de massa zou (moeten) aanspreken.

Het NIW was daarentegen nog veel scherper contra Herzls denkbeelden gekant en het stelde, dat zulk een gedroomde kolonisatie van Palestina, die nooit zou gelukken, bovendien vanuit- joods standpunt wellicht niet eens te verdedigen was.

Mevrouw Giebels brengt veel begrip op voor de afwijzende houding der Orthodoxe joden — zelf is zij een mogelijk liberaal religieuze jodin? en meent, dat deze orthodoxen terecht het zionisme niet zagen als realisering van hun verlangen: terugkeer tot het ware oude jodendom, de religie. Bovendien geloofden de orthodoxe joden, dat een herstel van de staat Israël eerst door het ingrijpen van de Messias zou geschieden. En dat was Herzl de liberale Weense journalist zeker niet. 

ANTI-SEMIETEN?

De historie van het zionisme in ons land is buitengewoon boeiend voor wie zich enigszins wil verdiepen in op- en neergang van het Nederlandse jodendom, een neergang waarbij de kerken niet altijd vrijuit gingen.

Wel tekenen wij hierbij aan, dat de schrijfster van deze studie niet steeds een correct beeld geeft van bijv. dr Abraham Kuyper, die zij antisemitische uitspraken in de schoenen schuift. Een theologisch misverstand, lijkt ons. Geloven dat de kerk het ware Israël voortzet is nog geen platvloerse jodenhaat. Dat zal voor de RK Josef Alberdingk Thijm (de vader van Lodewijk van Deyssel) ook wel ongeveer zo hebben gelegen, vermoeden wij.

Natuurlijk leent dit boek zich niet voor maar een summiere navertelling van de inhoud, beginnend bij rabbijn Jos. Kirsch Dunner, die als invloedrijke Amsterdamse opperrabbijn als eerste koos voor de ideeën van Herzl, Dunner was al eerder beïnvloed door de zogeheten „communistische rabbijn" Mozes Hess, die in zijn „Rom und Jerusalem" al in 1862 een herstel van een joodse nationale staat bepleitte.

Het boek beschrijft de NZB-oprichters en voorzitters - onder wie Nehemia de Lieme, Abel Herzberg (die de socialistische Poale-Tsion tot een mildere houding wist te bewegen) en diens voorganger, F. Bernstein, die later de eerste minister van economische zaken van de staat Israël zou worden.

Het verhaal is een gedenkboek „van strijd en zegepraal" en het is niet immer duidelijk, waarop die overwinning berustte. Als één ding nog weer eens duidelijk wordt dan is dat dit: niet slechts de kerk van de Messias is heilloos gescheurd en verdeeld; ook de nazaten van het oude Bondsvolk waren en zijn dat.

Dat een gezamenlijke vijand zou leiden tot een eensgezinde en volhardende houding, waarin onderlinge vijandelijkheden tot stilstand komen, is een niet vol te houden mythe. Ze geldt niet voor het verzet in Wereldoorlog II (dat hopeloos verdeeld was), ze geldt niet voor de kerken in hun moeilijke positie achter het IJzeren Gordijn, ze geldt ook helemaal niet voor het Nederlandse jodendom, ook niet van de rest die weerkeerde na Dachau en Auschwitz. Dat is óók haar tragiek!

Eén vraag lost dit boek toch niet echt op: waarom zijn er nog altijd Nederlandse zionisten, die in Amsterdam wonen in plaats van te Jeruzalem, waarheen hun hart uitgaat. Is ook daar de praktijk veel sterker dan de leer?

Of misschien vergaat het hen slechts als de zionist Jacob Israël de Haan, die in ,Het Joodsche Lied" moest zingen:

"Amsterdam... Jerusalem.... wat is schooner. 
de Heilige Tempelplaats, de drukke Dam. 
Vraag niet: van Jerusalem een bewoner 
Schrijf ik verheugd de Roem van Amsterdam"

Terzijde nog dit: wie interesse mocht hebben in de denkbeelden van de huidige Nederlandse zionisten kan een met redenen omkleed verzoek om een abonnement richten aan de redaktie van het maandblad „De Joodse Wachter", waarvan de administratie is gevestigd in het bekende pand Joh. Vermeerstraat 22 te Amsterdam-Zuid, waarin ook de Kéren Kayémeth Is Jisroëel (het Joods Nationaal Fonds) en de Collectieve Israël Actie zijn ondergebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 september 1975

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Zionisme in Nederland vond niet veel weerklank

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 september 1975

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken