Bekijk het origineel

Bijbelvertaler K. F. de Blois heeft tien projecten in Kenia en Tanzania

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bijbelvertaler K. F. de Blois heeft tien projecten in Kenia en Tanzania

Vertaalconsulent van de UBS in Oost-Afrika

19 minuten leestijd

(Van onze kerknieuwsredactie)

„Tegen het einde van mijn gymnasiumopleiding aan het Christelijk Lyceum in Zeist wist ik nog niet precies, wat ik wilde gaan studeren. Mijn vroegere leraar Nederlands, drs. H. van 't Veld, was bezig met de voorbereiding om als taalkundige door de Gereformeerde Zendingsbond te worden uitgezonden naar Kenia.

Nu had ik vanaf de lagere school belangstelling voor de zending en ik schreef Van 't Veld of er voor mij op (ver)taalgebied in Afrika iets te doen zou zijn. Hij stelde me voor, Afrikaanse talen te gaan studeren en hem mettertijd in Kenia op te volgen. Welnu, dat is gebeurd".

 Aan het woord is de jonge doctor K. de Blois, momenteel in dienst van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen, maar vanaf 1969 - toen het echtpaar Van 't Veld naar Nederland terugkeerde - in dienst van de Geref. Zendingsbond en o.m. belast met de lectuurvoorziening.

Wij spraken met dr. De Blois (30) in zijn huis aan de Jabavu Road - Jabavu Lane in de Keniase hoofdstad Nairobi. De Blois, promoveerde vorig jaar op 9 april te Leiden tot doctor in de Afrikanistiek op ,,De generatieve fonologie en aspecten van de structuur van het Boekoesoe" - één van de nog weinig bekende Bantoe talen, die in West-Kenia worden gesproken. Hij had als promotor de bekende vroegere Bijbelvertaler prof. dr. J. Voorhoeve en prof. dr. E. Meeussen was co-promotor.

Dr. De Blois is sinds 1972 vertaalconsulent in opleiding van de United Bible Societies en hij heeft de verantwoordelijkheid voor het vertaalwerk in Oost-Afrika van deze Wereldbond.

Theologie

Heb je, zo vragen wij De Blois, nooit overwogen om als theoloog de zending te gaan dienen?

Dr. De Blois: Nee, ik heb eigenlijk altijd interesse gehad in wat exotische talen, maar ondertussen in Utrecht ook wat aan theologie gedaan: zendingswetenschappen hadden uiteraard mijn belangstelling, maar ook het Hebreeuws komt mij in mijn huidige werk goed van pas. Mijn studie Afrikaanse taalkunde, die ik in 1964 in Leiden begon, was een tamelijk nieuw vak; net opgenomen in het academisch statuut en er waren maar drie hoofdvak-studenten.

Verder moest ik in Oegstgeest de zogenaamde „lange cursus" volgen, eigenlijk een aanvulling op het kerkelijk examen der Hervormde Kerk, dat ik nooit heb afgelegd. Ondertussen gaf ik in de vier jaar, die ik in het Zendingshuis (thans Hendrik Kraemer instituut, V. As.) verbleef, daar tevens les in het Swahili aan cursisten. Korte tijd heb ik datzelfde ook gedaan aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen te Amsterdam.

Literatuurwerk
In 1969 deed u uw doctoraal en begin januari 1970 volgde de uitzending naar Kenia. Hoe ging het daar verder in zijn werk en wat was uw eerste opdracht?

Dr. De Blois: Ik heb daar twee jaar in Eldoret gezeten als opvolger van Van 't Veld, die daar officieel literatuursecretaris was van de Hervormde Kerk van Oost-Afrika. Zijn opdracht bestond uit twee delen. Eerst het specifieke vertaalwerk: uitgaven voor de kerk in Afrikaanse talen, waarvan hij de coördinatie had. Daarnaast hield hij zich bezig met de verspreiding van Bijbels en algemene christelijke lectuur. Van 't Veld werkte o.a. aan een vertaling van de kinderbijbel van Anne de Vries in het Swahili.

Die bijbel wordt momenteel trouwens ook in het Turkana en het Kalenjin (twee talen, die tot de Nilotische familie behoren, terwijl het Swahili de (semi)-officiële taal is van een groot deel van Oost-Afrika, v. As) overgezet. Daarmee is mijn Afrikaanse opvolger belast. Ook de catechismus van de Hervormde Kerk van Oost-Afrika, die verwant is aan de Heidelberger, is in het Swahili vertaald: de „Katekisima", maar ook in andere talen van Kenia.

Wereldbond
De vertaalprojecten, die al waren begonnen, heb ik nog afgerond, zo vertelt De Blois verder, maar in 1972 kwam die uitnodiging van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen. Die heb ik toen aanvaard, omdat ik bij de GZB in Eldoret wat mijn eigenlijke vertaalwerk betreft, weinig mogelijkheden zag.

Daar kwam bij, dat de tweede opdracht, die ik van de GZB had: de lectuurverspreiding, eigenlijk niet geheel op mijn terrein lag. Trouwens, die arbeid was - mede in het kader van de wenselijke afrikanisering der zendingsmedewerkers - al voor een deel overgenomen door inheemse colporteurs en evangelisten van de kerk hier.

 Zo kon ik in overleg met de GZB mijn benoeming als vertaalconsulent-in-opleiding (voorwaarde voor een consulent was, dat hij gepromoveerd was) aanvaarden. Welnu, De Blois heeft zijn kantoor niet meer in Eldoret, maar in het Afrikaans regionaal centrum van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen (hierna: UBS) in Sunglora House House aan de Tom Mboyastraat in Nairobi. Wat doet hij daar?

Analfabeten.

De Blois: Het regionaal centrum van de UBS is geopend in 1968 en hoewel er nog een aantal blanke medewerkers zijn, zet ook daar de noodzakelijke afrikanisering van de medewerkers door. We werken bijv. aan speciale Bijbeluitgaven voor analfabeten en die pas hebben leren lezen. Zo is er een serie selecties, die in moeilijkheidsgraad stijgen.

Bijv. de Gelijkenissen en sommige Bijbelverhalen lenen zich daarvoor uitstekend. Na verloop van tijd zullen die mensen in staat zijn, een nieuwe vertaling van de hele Bijbel te lezen in het Swahili. Vooral onder de Turkana, Pokot en Maasai in dit land is het analfabetisme nog enorm groot.

Ons werk omvat ook de schoolkinderen, die we zo van goed leesmateriaal kunnen voorzien. Boekjes als de in het Nederlands getitelde ,,Wat de Bijbel, ons vertelt" zijn hier erg in trek, al zijn de illustraties wat minder geslaagd voor Afrika.

Afrikanisering

Kunt u nog wat meer vertellen over die voortgaande afrikanisering?

De Blois: Er werken nu nog heel wat Europeanen in dit centrum, maar de nieuwe Afrikaanse regionale secretaris zal straks een Ethiopiër zijn, wiens functie vergelijkbaar is met die van mr. O. van Luyn in Europa. De distributie wordt geleid door de Keniaanse Methodist Johana Mbogori, die ook cursussen verzorgt voor colporteurs en kerkelijke leiders. Er werken ook een Ghanees, een Noor en een Brit hier, o.m. belast met de controle op het werk der nationale Bijbelgenootschappen.

 De kleinere uitgaven worden wel in Afrika gedrukt, maar de grote complete uitgaven nog steeds in Europa; dat is goedkoper en de outillage der bedrijven is hier nog vaak niet toereikend. Die Bijbels hebben een speciale kaft nodig met een insecticide erin om te voorkomen, dat de witte mieren zich er door heen worstelen. (Hij laat ons van die in gif gedrenkte Bijbels zien).

Vertaalconsulent.

Hoe is het vertaalwerk van de UBS in dit land georganiseerd?

De Blois: De vertaalcoördinator voor Afrika zetelt in Nairobi; hij staat boven alle vertaalconsulenten in dit werelddeel. Hij draagt zorg voor de naleving van de principes der bijbelgenootschappen en de financiën. Elke vertaalconsulent heeft een aantal landen en projecten onder zijn hoede. Ik heb tien projecten in Tanzania en Kenia, maar er zijn collega's, die per land wel vijftien projecten hebben, afhankelijk van de behoeften.

 Over het concrete vertaalwerk, waarbij de GAB betrokken is, praten we ook. Drs. J. J.. Visser is uitgezonden naar de Pokot en de UBS bereidt een vertaling voor van (eerst) het Markus-Evangelie in die taal. Weliswaar publiceerde het Trinitarisch Bijbelgenootschap (TBS) in Londen in 1967 een Nieuw 'Ifestament in het Pokot, van de hand van een bejaard Anglikaans zendingsechtpaar, dat niet meer in Kenia werkt.

Pokotbijbel

Destijds weigerde men echter, die vertaling te laten goedkeuren, zodat het Bijbelgenootschap van Oost-Afrika (in dit geval nauw verbonden met het Brits en Buitenlands Bijbelgenootschap) zijn fiat niet kon geven.

De TBS besloot toen, dat NT alsnog te publiceren. Het is taalkundig echter een erg gebrekkige vertaling, aldus De Blois. Adviezen van Pokotmensen werden in de wind geslagen en onze nieuwe vertaler, ds. Tumkou, sprak er - hoewel hij eraan heeft meegewerkt - naderhand zijn afkeuring over uit.

Die TBS-uitgave werd door dat echtpaar privé verspreid en de Anglikaanse opdrachtgevers van deze zendelingen hebben zich ervan gedistantieerd en aan ons om een nieuwe vertaling gevraagd. Ik wijs er bovendien op, zegt dr. De Blois met nadruk, dat hier geen sprake is van een verschillend vertaalprincipe, zoals de TBS en de Gereformeerde Bijbelstichting beweren.

Bijbelgetrouw

Het is beslist niet zo, dat de TBS-vertaling formeel-equivalent zou zijn en die van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen dynamisch-equivalent. Kritiek van de GBS, alsof deze Wereldbond alleen maar uitgaven als ,,Groot Nieuws voor u" op de markt zou brengen, wijst hij streng van de hand.

In het Pokot-geval gaat het niet over al of niet „Bijbelgetrouw" zijn, maar een slechte, taalkundig minder geslaagde vertaling van de TBS zal door een zo goed mogelijke worden vervangen. De betrokkenen zullen daarvoor telkens geraadpleegd worden, aldus de heer De Blois, die ons verder vertelde, dat de UBS nu ook goed samenwerkt met bijv. de vertalers.

 De Blois spreekt zich trouwens met kracht uit tegen uitgaven als de zogeheten „Living Bible" van Kenneth Taylor, die door een aparte firma op de massamarkt wordt gebracht. Bijbelvertalen is, zo zegt hij, maar al te vaak een moeten kiezen tussen twee (of meer) varianten. Dat bergt risico's in zich, maar hij wil niet, dat men het moeizame werk van de Bijbelgenootschappen zonder meer op één hoop gooit met begrippen als ,,modernistisch. Schrift-ontrouw", e.d.

 We snijden - uiteraard - ook tal van andere zaken aan. Hoe staat De Blois tegenover bijv. de Wereldraad van kerken (die toen wij dit vraaggesprek hadden nog niet in Nairobi hadden vergaderd?) Hij betoogt, dat ook zeer rechtzinnige evangelische kerken en christechristenen in Afrika vóór de Wereldraad zijn, met name voor het anti-racisme-programma.

Moratorium

Zelf zoekt De Blois het meer in de Evangelicale sfeer: het wereldevangelisatiecongres van Lausanne (1974) heeft grote indruk op hem gemaakt en de „grondwet" ervan biedt veel perspectieven. De moratorium-kwestie (de opvatting, dat de blanken hun geld en mankracht uit de zending moeten terugtrekken terwille van de derde wereld zelf, v. As) komt ter sprake, maar ze leeft in Kenia niet erg, meent De Blois. Tenslotte wil hij over zijn eigen werk nog wel kwijt, dat voor hem het principe van de concordante vertalingen in een zendingssituatie nie« bruikbaar is.

Zo kiest hij, met reserves, voor een dynamisch-equivalent vertaaluitgangSt punt. Helaas komt hij door zijn veelomvattende werk zelf soms minder aan die eigenlijke arbeid toe. Ongeveer éénderde van zijn tijd gaat „verloren" met administratief en financieel werk. Voorzichtig als hij is maakt hij daar niemand een verwijt van, maar met enige spijt constateert hij toch, dat die aspecten van leiding en organisatie het feitelijke werk wel eens wat dreigen te verdringen.

 Dat laat zich denken. Hij heeft geen afrikanistiek gestudeerd om uiteindelijk bureau-manager te worden. Zo ligt de situatie gelukkig ook niet, maar het wordt in ons gesprek wel duidelijk, dat De Blois andere interesses heeft dan cijfers en getallen, hoewel ook die een onmisbaar onderdeel zijn in die keten van de Evangelieverkondiging in Afrika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 maart 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Bijbelvertaler K. F. de Blois heeft tien projecten in Kenia en Tanzania

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 maart 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken