Bekijk het origineel

UIT DÉ KERKELIJKE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DÉ KERKELIJKE PERS

5 minuten leestijd

IMMUUN

In „De christen", weekblad van de Baptistengemeenten een vermaan over wereldgelijkvormigheid. „Vandaag de dag zal men niet of nauwelijks meer een dergelijke opmerking bij iemands naam in het ledenboek maken (en al helemaal niet de toevoeging: de Heer heeft hem daarvoor bezocht met ziekte...). Bestaat de zonde van de wereldgelijkvormigheid niet meer? Of zijn we er immuun voor geworden en gaat er geen bedreiging meer van uit? 

 Wat is eigenlijk wereldgelijkvormigheid? Voor vorige generaties moet het een duidelijke zaak zijn geweest; althans, die indruk hebben we. Allerlei vormen van „werelds vermaak" — misschien zelfs alle — behoorden ertoe: cafébezoek, kaartspel, dansen, bezoek aan theater of schouwburg, naar de laatste mode gekleed gaan (vooral door vrouwen), vaak ook sport en spel, alkoholgebruik (althans in onze kringen), overtreding van de normen die golden voor de zondagsheiliging, kermisbezoek en waarschijnlijk nog wel enkele dingen meer. Wie één van deze dingen deed en erop werd betrapt kon er zeker van zijn vermaand te worden en, bij volharding of herhaling, afgesneden als lid van de gemeente.

 Tegenwoordig vermanen we elkaar niet meer wanneer het om dergelijke  zaken gaat. Integendeel, heel veel van de zo net genoemde „vermaken" zijn ook onder ons gewone dingen geworden waaraan we — wie er van houdt, tenminste—gewoon meedoen. Ieder moet het zelf maar weten, en: ieder zij in zijn eigen gemoed ten volle overtuigd. (....)

Christen-zijn behoort een nieuwe manier van denken, voelen en taxeren te zijn. Een kwestie van mentaliteit, gezindheid. „Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was" (Filipp. 2:5). De tegenstelling tot wereldgelijkvormigheid is Christus-gelijkvormigheid. Als dat woord nog bruikbaar is: de liefde is de nieuwe „tuchtmeester". In elk geval: in het leven van de christen komt een nieuwe discipline, de wet der liefde".

Onbegonnen

„Een onbegonnen strijd", volgens het blad „Getrouw" van de ICCC.

„Veel Christenen gaan er van uit dat het in deze tijd een ONbegonnen zaak is om te STRIJDEN voor handhaving van Christelijke normen en regels in maatschappij en samenleving. Het ziet er naar uit dat zij meer gelijk hebben dan zij zelf beseffen. Inderdaad, een ONbegonnen zaak; de strijd lijkt nog niet eens te zijn begonnen, zeker niet met de gehele wapenrusting Gods waarvan Efeze 6:10-20 spreekt. Want, zo staat er in vers 13, als men dit alles gedaan heeft zal men staande blijven. En dat laatste kan moeilijk gezegd worden van de brede stroming in kerkelijk Nederland. De strijd is zoal niet onbegonnen, maar dan toch zeker opgegeven.

Tot die conclusie moet men wel komen, als men leest dat de rechtzinnig genoemde voorzitter van Nederlands grootste synode schrijft dat: „er veel gewonnen" zou zijn wanneer men zich „grondig verdiepen" zou in de theologische produkten van de Wereldraad van Kerken Assemblee in Nairobi en dat men „ook met gebed en lofprijzing" binnen de Wereldraad met de zaken van de samenleving bezig moet zijn.

(ds. G. Spilt: „Nairobi" Wapenveld, jan./febr. 1976). Hier wordt in alle gemoedsrust opgeroepen om de Kerk, compleet met haar eisen voor de samenleving, maar in te passen in het schema van een wereldorganisatie, die de kennis van het Woord Gods misbruikt in een menselijk woordenspel ten behoeve van de anti-christelijke wereldrevolutie en die zich heeft verzwagerd met de handlangers van de bloedigste vijanden der kerk.

Genoemde synode-voorzitter bedoelt het ongetwijfeld goed. Maar zijn woorden betekenen overgave in een niet op de hechte grond van Efeze 6 begonnen strijd.

Onverwacht

Naar aanleiding van de reis van twee Gereformeerde predikanten naar Australische kerken waarmee correspondentie gehouden wordt, die echter dreigde verbroken te worden in het „Centraal Weekblad":

„Leek het er aan het begin van de Synode op dat het minderheidsrapport, de banden met ons wilde verbreken, het gemakkelijk zou halen — temeer daar het gunstig concluderende meerderheidsrapport ook bijzonder veel kritiek bevatte — men wilde er zeker van zijn dat men eerlijk en verantwoord zou handelen. Juist toen de Ned. afgevaardigden bedolven dreigden te raken onder deze lawine van vragen en beschuldigingen, daagde er hulp van onverwachte zijde. Het jongste besluit van onze Synode genomen op 3 maart 1976, waarin verklaard wordt dat de leer van dr. Wiersinga een tekort doen aan, en een weerspreken van onze belijdenis is, en dat „zulk een tekort doen aan en weerspreken daarvan" in onze kerken „niet toelaatbaar is", was inmiddels in het Engels vertaald en verspreid. Eén der afgevaardigden uit New South Wales, dr. N. Weekes, zag hierin voldoende blijk van de goede wil van onze kerken, om met een motie te komen die weliswaar de bezorgdheid over onze kerken handhaaft en tot uiting doet komen, maar die niettemin een duidelijke mate van waardering bevat voor het genoemde besluit en voor de strijd die onze kerken intern hebben te voeren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

UIT DÉ KERKELIJKE PERS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken