Bekijk het origineel

Franse taal in het offensief

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Franse taal in het offensief

6 minuten leestijd

SENGHOR ...dichter en politicus...

Van tijd tot tijd leest men, vooral in Franse kranten, een vérslag over een conferentie van schrijvers en politici die het Frans als moedertaal hebben. Misschien lijken zulke bijeenkomsten ons wat onbelangrijk, maar dat neemt niet weg dat er vele hooggeplaatste personen uit vele landen aan deelnemen.

Een half jaar geleden was er zo'n congres in Luxemburg. Eén van de voornaamste sprekers was Leopold Sédar Senghor, president van Senegal. Deze begaafde dichter vertelde dat hij, sinds hij president was, steeds enkele uren per dag aan literaire arbeid besteedde. Hij vond dat zijn leven niet helemaal op mocht gaan in de politiek. Iemand die schrijven kon, had een roeping als auteur en hij mocht zijn talenten niet begraven.

Deze Senghor, naar wie in Luxemburg met aandacht geluisterd werd, is ook een bekwaam politicus. In 1960 is Senegal onafhankelijk geworden, Senghor werd president en hij is het tot nu toe gebleven. Zoveel stabiliteit is zeldzaam in een Afrikaans land.

Voertaal VN

Van het kleine Luxemburg gaan we naar een van de grootste steden ter wereld, naar New York. Hier, op het eiland Manhattan, waar het paleis van de Verenigde Naties staat, wordt dagelijks heel veel Frans gesproken, omdat dit een van de voertalen van deze wereldorganisatie is. Dit is al zo sinds de oprichting van de Verenigde Naties. Het Frans kreeg een plaats naast het Engels. Toch kwam het in de eerste vijftien jaar na de oprichting wel gevaarlijk in de verdrukking. Van de 51 leden in 1944 waren er maar vier die het Frans als officiële taal hadden. Naast Frankrijk alleen België, Luxemburg en Haïtie. Zwitserland, waar ongeveer 20% van de bevolking Frans spreekt, heeft zich nooit bij de V.N. aangesloten.

Keerpunt

Zo'n twintig jaar geleden kon men wel eens klachten lezen in de Franse pers. Het Frans werd hoe langer hoe minder gesproken in de V.N. Toen kwam het keerpunt, het jaar 1960. Dat hebben we hierboven al ontmoet, toen werd Senegal onafhankelijk en met Senegal een groot aantal Franse koloniën in Afrika. Dit was voor een groot deel te danken aan de politiek van De Gaulle, die in 1958 president was geworden. Al de nieuwe landen werden ook lid van de V.N.

Met de vroegere Belgische koloniën erbij kwam het aantal Franssprekende delegaties zo boven de twintig te liggen. In 1966 verenigen deze zich tot de Internationale Associatie van Franstalige Parlementariërs (Association internationale des parlementaires de langue francaise Afgekort heet ze AIPLF. In hetzelfde jaar 1968 nog nam de Algemene Vergadering van de V N. een resolutie aan, waarbij besloten werd dat voortaan bij de werving van administratief personeel ook gelet zou worden op de kennis van het Frans. Nog verder ging een besluit van 1968 waarbij werd vastgelegd dat het personeel van het secretariaat voortaan niet meer zoals voorheen een perfecte kennis van het Engels behoefde te bezitten. Een goede beheersing van één van beide voertalen was voldoende.

Resultaat

U ziet dat de behoedzame politiek van de Franse regering, die hier steeds naar gestreefd had, resultaat had geboekt. Ook na het aftreden van De Gaulle zetten Pompidou en Qiscard d'Estaing hetzelfde beleid voort. Het is natuurlijk het meest doeltreffend als landen uit de z.g. Derde Wereld deze zaak bepleiten. Frankrijk zelf moet niet al te hard aandringen, dat irriteert maar.

Op 30 april 1976 werd er weer een vergadering van de AIPLF gehouden. In New York, onder leiding van Kurt Waldheim. Er waren afgevaardigden uit niet minder dan 42 landen. Behalve de landen, waar het Frans de ofiiciële taal is, waren ook vroegere Portugese koloniën aanwezig (Kaap-Verdische eilanden, Saeo-Tomee-Prïncipe Ouinée-Bissau). Voor de eerste maal ook een Oosteuropees land en wel Roemenië. Egypte, Syrië en Griekenland tonen veel belangstelling.

Verbluft

De Fransen waren niet alleen gestreeld door het mooie toespraakje van Kurt Waldheim in vlekkeloos Frans, ze zijnook een beetje verbluft en ze vragen zich af waar ze deze come-back, of liever een „remontée" aan te danken hebben. Misschien is het een modeverschijnsel, of een manifestatie van onafhankelijkheidsgevoel. Veel Afrikaanse landen hebben weinig sympathie voor het Engels. En Roemenië kan zo op een ongevaarlijke manier zich wat distantiëren van Rusland. Maar essentieel is toch de steun van de jonge landen zoals het Senegal van Senghor, of de Ivoorkust, waar het Frans beschouwd wordt als een taal die onontbeerlijk is om de bevolking te leren lezen en schrijven. Frankrijk streeft ernaar in nauw contact te blijven met deze betrekkelijk welvarende landen. Niet alleen om economische redenen, maar ook om de verbreiding van de Franse beschaving te bevorderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Franse taal in het offensief

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken