Bekijk het origineel

eest van Pinksteren en grenzen van de cultuur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

eest van Pinksteren en grenzen van de cultuur

Het wonder van de zending

9 minuten leestijd

drs. Chr. Fahner

„Sinds tientallen jaren ligt daar het g^ote eiland Nieuw-Guinea (West Irian, Irian Jaya) als een Intrig^erend, uitdagrend probleem. Sedert de zending^ in 1855 begon, welke arbeid ruim 50 jaar een mislukking leek, waren reeksen negatieve a(^ectiva nauwel^ks toereikend om volk en land te karakteriseren. Dan slaat de situatie om: "een radikale „opwekking" als een Copernicaanse wending l^kt er gaande die andermaal de pennen in beweging brengt. Van „troon des satans" wordt het eiland dan welhaast een zendingsparad^s: „Wie Nieuw-Gulnea zegrt, zegt Zending."

Met deze woorden schildert dr. F. C. Kamma de situatie, waarin het zendingswerk op genoemd eiland zich gedurende bijna 1S5 jaar bewogen heeft. Hij schreef daarover een uitvoerig boek (ruim 800 bladzijden in twee delen), dat de passende titel „Dit wonderlijke werk" meekreeg.

Vooral over de pionierstijd uit dit stuk zendingsgeschiedenis wordt de lezer uitgebreid ingelicht. Al lezende wordt men getuige van een indrukwekkende arbeid, met vele dieptepunten, maar ook met hoogtepunten; men neemt de bronnen waar, waaruit de zendelingen hun motieven putten en hun uithoudingsvermogen voor de tijden, waarin het werk allesbehalve voorspoedig verliep; men hoort de getuigenissen van mensen die tot bekering kwamen. Een verslag als dit boek van Kamma zou eigenlijk tot de verplichte lectuur moeten behoren voor allen, die zich met het zendingswerk bezig houden.

'•§^f$P'^.. Rekenschap

Dat geldt des te meer, omdat het boek niet alleen maar een loutere zendingsgeschiedenis wil geven, maar ook poogt rekenschap af te leggen van de dieper liggende factoren, die in het zendingswerk een rol spelen. Daarom noemt Kamma zijn boek een socio-missiologische benadering. Vandaar ook de ondertitel: Het probleem van de communicatie tussen oost en west gebaseerd op de ervaringen in het zendingswerk op Nieuw-Guinea (Irian Jaya).

Het gaat hem om de communicatie (d.w.z. het mee-delen) van het Evangelie; hij wU zodoende ook begrijpen, waarom bepaalde ontwikkelingen in een bepaalde richting gegaan zijn; hij wil, achteraf, verstaan waarom er soms' zoveel verzet geweest is tegen de boodschap, die de zendelingen brachten, een verzet, waarover zij zich destijds soms verbaasd, soms geërgerd, soms teleurstelling gevoeld hebben.

Grote aandacht wordt in „Dit wonderlijke werk" dan ook gegeven aan de reacties van de zendelingen en van degenen, die hen uitzonden. Zij gingen uit en zonden uit op basis van een diepe overtuiging aangaande het heil, dat de zending voor de volkeren moest betekenen en doorgeven. Tegelijkertijd echter hadden zij opvattingen over de „heidenen", die niet altijd met de werkelijkheid strookten. Bovendien was zending soms gekoppeld aan de koloniale activiteiten van de Europese mogenheden. Aan de kant van de zendelingen was de mogelijkheid van communicatiestoornis dus aanwezig, ook al mag wel onderstreept worden, dat zij gewoonlijk veel aandacht besteedden aan cultuur en taal van de groepen, waarmee zij in aanraking kwamen.

Zonde

Ook vanuit de kant van die culturen bestonden mogelijkheden van het remmen van de communicatie. Al laat Kamma ons daarmee geleidelijk kennis maken, het blijkt, dat de bestaande culturen op .Nieuw-Guinea (Irian-Jaya), voor de komst van Europeanen van wel enige kontakten hadden buiten het eiland, maar overigens hun eigen leven leidden.

Dat eigen leven behelsde naast gewoonten, die op de voedselvoorziening, het samenleven en de kunst betrekking hadden, ook een religie. Die religie bestond uit allerlei praktijken en mythische verhalen, waarin de wezenlijke dingen van het leven waren vastgelegd. Het was vanzelfprekend, dat die bestaande manieren om de wereld te begrijpen ook werden gehanteerd voor het verstaan van al het nieuwe, dat met de komst van de Europeanen z'n intrede deed; een voorbeeld daarvan is het onjuist begrijpen van wat de zendelingen bedoelden, toen zij dachten (ten onrechte) een bepaald woord voor „zonde" te kunnen gebruiken (432); een ander sterk voorbeeld is het geval van de zendeling, die hoewel hij de mythen verfoeide, toch zelf in een paar mythische verhalen opgenomen werd (655).

Wie de verschillende episoden uit de zendingsgeschiedenis gadeslaat, wordt mede getroffen door het feit (achteraf te konstateren), dat de zendelingen zo vaak vreemdelingen bleven te midden van him volk, waarmee ze toch geregelde kontakten hadden; door wederzijds onbegrip kan onjuiste beeldvorming ontstaan, die nog jaren van invloed bleef.

Weergrave
O Medische zending op Nieuw Guinea

Hoewel de ondertitel van het boek zou doen vermoeden, dat het hele „groene eiland" met z'n zendingsgeschiedenis beschreven werd, is dat niet juist; dat had wel beter gesteld kunnen worden. De volle nadruk valt in de beschrijving op de noordkust, weiar de eerste zendelingen aan land kwamen en waar sindsdien het centrum van de langzaam tot ontwikkeling komende Evangelisch Christelijke Kerk gelegen is. Die ontwikkeling omvat o.a. de stadia, waarin mensen uit het land zelf opgeleid worden tot zendingsmedewerkers (een grote stap vooruit) en die waarin de jonge kerk zelfstandig wordt en het eigen kader opleidt.

Begrijpelijk is de nadruk op het zendingswerk in het noorden wel, gezien de historie. Maar ook het feit, dat dr. Kamma zelf daar vele jaren heeft gearbeid en dus goed op de hoogte is van wat zich daar afspeelde, maakt dat verklaarbaar. Door zijn 'kennis van de taal en zijn studie van de cultuur (zijn dissertatie beschrijft de messiaanse bewegingen op de rioordelijke eilanden, een thema, dat we ook in het onderhavige boek geregeld tegenkomen), was hij uitnemend in staat de ontwikkelingen als het ware van binnenuit te beschrijven.

Toch mis ik met name een uitgebreider weergave van het zendingswerk in het binnenland. Weliswaar worden de „geloofszendingen", die daar vooral gewerkt hebben (en werken) genoemd, maar op hun arbeid wordt verder nauwelijks ingegaan; dat geldt ook voor de kerk van Ambqn, die in het zuiden van het grote eiland gemeenten heeft. 9 Tussen de bergen ligt de zendingspost Landilma. jf' O Dit handschrift is volgens de overlevering getroffen door de zwaardslagen van de Friezen.

De verschillen tussen de kusten en het binnenland zijn voor wat de zendingsgeschiedenis betreft te groot, dan dat men van een herhaling zou kunnen spreken. Maar de eenzijdigheid, die ik signaleerde, is niet zozeer een kritiek op wat in het onderhavige werk geboden wordt, dan wel een uitspraak geboren uit de wens, dat ook het werk in het binnenland nog eens op zo grondige wijze wordt doorgelicht.

Licht

Zoals boven reeds gezegd, bevat „Dit wonderlijke werk" erg veel materiaal. Behalve de verslagen en citaten van zendelingen wordt nogal vaak algemene missiologische en antropologische literatuur ter sprake gebracht; op sommige lezers zou dat een verwarrende indruk kunnen maken. Maar wie met mij het genoegen smaakte Kamma als leermeester gehad te hebben, zal zich daarover niet verbazen; de uitloopjes naar een wijder literatuurgebied tjnpe-' ren Kamma's pogen om het bijzondere met het algemene te verbinden. Overigens is het hier niet de plaats om dieper in te gaan op de diverse theoretische gezichtspunten, die uit het boek spreken.

Misschien mag ik nog één punt uit het boek lichten. Gewoonlijk denkt men in Europa, dat het vooral de „verre volken" zijn, die tengevolge van het kontakt met o.a. de zendingsmensen (moeten) veranderen. Kamma wijst er op, dat het mes van de communicatie aan twee kanten snijdt: de oude kerken kunnen van de jonge leren; door wezenlijke communicatie ontstaat een uitwisseling, waarbinnen mensen en culturen elkaar en zichzelf in een ander licht kunnen gaan bezien (een paar voorbeelden op pg. 806); laat dat het licht van het Evangelie zijn. Kamma's boek laat zien hoe een te sterke culturele kleuring van het Woord Gods, het doorgeven daarvan jaren lang kan bemoeilijken.

De veelheid van problemen, waarmee in het zendingswerk geworsteld wordt, krijgen in Kamma's publicatie een sterke nadruk. Maar niet minder de overwinning erband waarin ondermeer een groot aantal teksten van oude kerkvaders is opgenomen, met de hand geschreven. Zij hebben betrekking op de orthodoxe Christologie. Het boek meet niet minder dan S9xl9,4 cm en bevat 143 perkamentbladen. Van dit boek. zijn, zoals reeds gezegd, de band en sommige bladen doorgesneden. Of dit boek inderdaad getuige is geweest van de moord is niet met zekerheid vast te stellen. Wel is zeker dat het reeds in 107S in de bibliotheek te Fulda aanwezig was.

Bonifatius was een hartstochtelijk boekenliefhebber. Waar hij ook kwam liet hij beroemde handschriften naschrijven. Uit bewaard gebleven brieven van zijn hand blijkt dat hij overal speurde naar bpeken. In de brieven ontmoeten wij vrome kloosterzusters die hem geld en boeken zenden. Zo bemerken wij dat de abdis Eadburga voor hem Bijbelboeken schrijft met gouden letters om gebruikt te worden bij de kerkdiensten. Zuster Bruggadie moet hem een boek bezorgen met de lijdensgeschiedenissen der martelaren.

Kerstening
van. Zoals Kamma stelt: het wonder van de zending is, dat Gods werk doorgaat, ondanks de menselijke tekortkomingen. Het is de Geest van Pinksteren, die ook de grenzen van cultuur overschrijdt.

Voor dr. Kamma zelf was de publicatie van zijn boek, dertien jaar nadat hij de opdracht tot het schrijven ervan kreeg, ongetwijfeld een verheugende gebeurtenis. Jammer dat de correctie nogal wat fouten heeft laten zitten; misschien speelde de haast een wat grote rol. Maar de kwaliteiten van de inhoud zijn er niet minder om. Die worden ook geïllustreerd door een aantal foto-pagina's die in het boek zijn opgenomen. Jammer overigens dat er geen registers zijn bijgevoegd en dat de literatuurverwijzing te wensen overlaat.

Kamma schrijft zijn boek in het teken van een gelijkenis, die treffend het zendingswerk op Nieuw-Guinea (Irian Jaya) typeert. In de begintijd (Ottow en Geissler) leek het soms hopeloos (meer graven dan gedoopten); later kwam er een doorbraak (Van Hasselt). „Aanvankelijk dacht men, dat er op het eiland geen houtsoort goed genoeg was voor de bouw van een huis of kerk"; men importeerde zelfs. Maar in later tijd ontdekten ze „het ijzerhout", gebruikten dat en toen bleek, dat er geen beter materiaal was dan juist dat van „eigen bodem".

Maar... ijzerhout heeft een enorme lange groeitijd. En die periode maakten de pioniers mee. Ze wisten maar al te goed, dat zolang het Evangelie door vreemdelingen wordt gebracht het ook een vreemde aangelegenheid blijft. Dat er toch iets werd bereikt is het wonder van de zending. Maar... het ijzerhout groeide door, ongemerkt, maar daarom niet minder reëel" (463).

N.a.v. Dr. F. C. Kamma, Dit wonderlijke werk, Oegstgeest 1976, S delen, Uitgave Raad voor de Zending der Nederlands Hervormde Kerk, prijs ƒ 35,-. De eerste oplaag' is reeds uitverkocht. Een herdruk zal, by voldoende belangstelling^, begin 1977 verschenen. Wie hierover spreekt denkt dan aan het winnen van volken, aan het brengen van het Evangelie aan landen en volken die nog in heidendom en geestelijke onkunde zijn verzonken. Bonifatius wordt wel genoemd de apostel der Duitsers of de apostel der Friezen. Het schoonste echter dat wij van hem weten is zijn overtuiging dat niet een mens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 29 Pagina's

eest van Pinksteren en grenzen van de cultuur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 29 Pagina's

PDF Bekijken