Bekijk het origineel

Guerilla-oorlog in Angola neemt toe

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Guerilla-oorlog in Angola neemt toe

Pro-westerse groepen organiseren zich

5 minuten leestijd

JOHANNESBURG — Rondtrekkende groepen guerrillastrijders in Zuidelijk Angola proberen geschiedenis te maken door de eerste Pro-Westerse guerrillabeweging te worden die een Socialistische regering ten val brengt.

De guerrillastrijders, onder leiding van Jonas Savimbi, de bebaarde president van de Nationale Unie voor de Totale Bevrijding van Angola (UNITA), opereren vanuit bases in het oerwoud en ondernemen nagenoeg uitsluitend acties tegen de in het gebied gestationeerde Cubanen en Russen.

Hoewel zij voortdurend worden gehinderd door aanvallen vanaf de grond en vanuit de lucht beweren de UNITA-troepen actief te zijn ten zuiden van een lijn die dwars door het land van de kuststad Amboim naar Texeira da Souza aan de grens met Zaïre loopt.

Toen de troepen van de Volkbeweging voor de Bevrijding van Angola (MPLA) samen met zo'n 12.000 Cubaanse troepen eind februari de UNITA-legers uit alle belangrijke plaatsen in het midden en zuiden van het land verdreven besloot UNITA vanuit het oerwoud een guerrilla te gaan voeren.

Gevangenen

Volgens UNITA-bronnen zijn sindsdien dagelijks vijf tot zes Cubanen gedood en in totaal 46 gevangen genomen. Voorts zijn Russische wapens buitgemaakt en aanvallen ondernomen op de belangrijke Benguela-spoorweg. Het is de bedoeling dat de Cubaanse gevangenen uiteindelijk aan het Internationale Rode Kruis worden overgedragen. Westerse journalisten kunnen de UNITA-beweringen niet op hun juistheid onderzoeken omdat het onmogelijk is in het gebied door te dringen.

Maar president Kenneth Kaoenda van het aangrenzende Zambia, vluchtelingen-functionarissen, Westerse diplomaten en zelfs functionarissen van de MPLA-regering zeggen allemaal dat de burgeroorlog, die door de rest van de wereld snel vergeten is, nog steeds voortduurt. '

Het UNITA-verzet is echter niet het enige probleem waarmee de regering in Loeanda kampt. In de olie-enclave Cabinda die van Angola is gescheiden door een nauwe strook Zaïrees grondgebied, is ook sprake van georganiseerd verzet. President Moboetoe Sese Seko van Zaïre, die tijdens de burgeroorlog het Nationaal Front (FNLA), een bondgenoot van UNITA, steunde heeft zijn grens met Cabinda gesloten om de komst van FNLA-troepen naar het gebied tegen te gaan. Maar volgens waarnemers hoopt Zaïre de anti-MPLA-groepen warm te krijgen voor plannen om Cabinda te annexeren zodat Zaïre gebruik kan maken van de rijke oliebronnen van dit gebied.

Omvang
Circa 7.000  guerrillastrijders van UNITA zijn, aldus UNITA-bronnen actief betrokken bij het verzet tegen de regering in Loeanda. Nog eens 5.000 anderen zouden zich bezighouden met verdediging en landbouw.

Op de vraag wat er zal gebeuren indien de Cubanen hun troepen gaan terugtrekken met ongeveer 200 per week zei een bron: „Als ze dat doen wordt de MPLA-regering binnen een jaar ten val gebracht". De bron beklemtoonde dat de guerrilla van UNITA niet in de eerste plaats tegen de MPLA is gericht maar tegen de aanwezigheid van Cubaanse troepen en Russische adviseurs in het land. De mogelijkheid voor een MPLA-regering van Nationale Eenheid liet hij open en deelde mee: „De MPLA kan niet zonder ons regeren".

Jonas Savimbi geniet aanzienlijke steun onder zijn eigen volk, de Ovimboendoe-stam, die ongeveer 2,7 miljoen leden telt op een totale Angolese bevolking van zes miljoen. Zowel Kaoenda ^Is Moboetoe, de twee presidenten die het nauwst bij de Pro-Westerse bevrijdingsbewegingen zijn betrokken, zeggen dat een duurzame vrede in Angola onmogelijk is zonder een regering van Nationale Eenheid, waarin ook UNITA zitting moet hebben.

Zambia

Zambia heeft de MPLA-regering van president Agostinho Neto erkend en Zaïre heeft stappen in de richting van verzoening genomen die echter nog niet tot formele diplomatieke betrekkingen hebben geleid. Diplomaten zeggen dat de twee landen — die vrezen voor Russische overheersing in Zuidelijk Afrika — wel belangstelling hebben voor steun aan het verzet als dit zou leiden tot opname van UNITA-vertegenwoordigers in een Angolese regering.

Ook zijn er dringende economische redenen voor vrede in Angola. Door de voortdurende aanvallen op de Benguela-spoorweg krijgt de MPLA-regering weinig buitenlandse deviezen, die zij anders wel zou krijgen via de export van Zambiaans en Zaïrees koper.

UNITA beweert genoeg wapenvoorraden te hebben voor ten minste een jaar. De voorraad wordt voortdurend aangevuld door wapentuig dat op MPLA-militairen wordt buitgemaakt. Intussen melden functionarissen van vluchtelingenorganisaties in Zambia dat er gemiddeld 60 Angolezen per week het land uit vluchten. Er wonen thans 12.000 Angolezen in vluchtelingenkampen en een onbekend aantal anderen verblijft in de grensgebieden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Guerilla-oorlog in Angola neemt toe

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken