Bekijk het origineel

Medisch tuchtcollege straft twee artsen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Medisch tuchtcollege straft twee artsen

Abortus „niet zonder meer laakbaar"

7 minuten leestijd

AMSTERDAM — Het medisch tuchtcollege in Amsterdam heeft dinsdagmiddag twee artsen uit de hoofdstad van de in november 1974 door de justitie gesloten abortuskliniek het „Sarphatihuis" in Amsterdam, de bevoegdheid tot uitoefening der geneeskunst ontzegd voor de tijd van zes maanden.

In deze kliniek werd op 9 mei 1974 een 37-jarige Belgische vrouw uit Turnhout, moeder van vijf kinderen, die meer dan twaalf weken zwanger was, geaborteerd. Nog dezelfde dag is zij aan de bij de behandeling opgetreden complicatie (bloeding) in het nabijgelegen Weesperpleinziekenhuis overleden.

Tegen beide doktoren diende de toegevoegd inspecteur van de volksgezondheid in Noord-Holland, dokter F. J. Biesenbeek een klacht in bij het medisch tuchtcollege. Beide artsen kunnen van de beslissing van het college, dat in het openbaar uitspraak deed, binnen een maand in beroep gaan bij het gerechtshof in Amsterdam.

Tegen beide artsen komt ook nog een strafrechterlijke vervolging. De Amsterdamse officier van justitie, mr. L. van den Berge, heeft meegedeeld dat zij op 22 en 24 juni voor de rechtbank in Amsterdam te recht moeten staan terzake van het plegen van abortus (artikel 251, bis wetboek van strafrecht) en het medeplegen van het veroorzaken van dood door schuld, subsidiair van zwaar lichamelijk letsel, de dood ten gevolge hebbende.

Het medisch tuchtcollege is er bij de beoordeling der klachten van uitgegaan dat het ver tor an een zwangerschap op zichzelf niet zonder meer als laakbare handeling, die het vertrouwen in de stand der geneeskundigen ondermijnt, behoeft te worden beschouwd, aldus de beslissing van het tuchtcollege dat bij de behandeling van deze zaak onder voorzitterschap stond van mr. G. Nomes.

De twee artsen hebben zich volgens het college schuldig gemaakt aan handelingen die het vertrouwen in de stand der geneeskundigen ondermijnen, aan nalatigheden waardoor ernstige schade is ontstaan voor hun patiënte en hebben in de uitoefening van de geneeskunst blijk gegeven van grove onkunde".

Schorsing

,,De zwaarte van de maatregel (de schorsing) is mede bepaald door het feit dat beide artsen ter zitting blijk hebben gegeven de ernst van de door hen gemaakte fouten niet of nauwelijks in te zien en bovendien hardnekkig verdedigen dat de anamnese (voorgeschiedenis) van patiënten als een in feite onbelangrijk onderdeel van het door hen uit te voeren onderzoek moet worden beschouwd", aldus het college.

De feitelijke ingreep is begonnen door een der artsen en voordat deze was voltooid overgenomen door de andere. ,,In verband hiermede stellen de artsen dat zij slechts ieder verantwoordelijk zijn voor het door hen zelf verrichte gedeelte van de ingreep. Zij wijzen voor wat betreft het veroorzaken van de perforatie van de baarmoederwand naar elkander, althans wijzen er op dat niet vastgesteld kan worden wie van hen beiden de perforatie heeft veroorzaakt, aldus het college. Dit acht beide echter in gelijke mate verantwoordelijk, zowel voor hetgeen aan de eigenlijke ingreep is voorafgegaan én hetgeen daarbij is nagelaten als voor de uitvoering van de ingreep en het daarbij gevoerde beleid als voor hetgeen na de ingreep is geschied en nagelaten.

Klachten

Er waren door de inspecteur van de volksgezondheid uit negen punten bestaande klachten tegen de artsen bij het medisch tuchtcollege ingediend die op een na alle gegrond zijn verklaard. Deze punten waren:

• De voorgeschiedenis van de patiënten is niet naar behoren opgenomen.

• Er is geen aandacht geschonken aan de niettemin voorhanden zijnde gegevens omtrent de laatste menstruatiedatum.

• Ten onrechte is bepaling van de bloedgroep en rhesusfactor van de patiënten achterwege gebleven.

• De abortusingreep is ten onrechte toegepast bij een zwangerschapsduur van meer dan twaalf weken, althans heeft de in ieder geval gerezen twijfel of de zwangerschapsduur deze grens al of niet overschreed ten onrechte noch een ander onderzoek noch een verwijzing tot gevolg gehad.

• De ingreep is niet op verantwoorde wijze uitgevoerd.

• Na de mislukte zuigcurettage is de behandeling ten onrechte voortgezet, terwijl verwijzing naar een ziekenhuis had dienen te geschieden.

• Bij de behandeling is de perforatie van de baarmoederwand veroorzaakt en deze is niet onmiddellijk na vaststelling aanleiding geweest voor een spoedopname van de patiënt. Deze perforatie werd aanvankelijk ten opzichte van de gynaecologen van het Weesperpleinziekenhuis waarheen de patiënte was vervoerd verzwegen.

 Het medisch tuchtcollege had om redenen aan het algemeen belang ontleend bepaald dat zijn uitspraak in het openbaar zou worden gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Medisch tuchtcollege straft twee artsen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken