Bekijk het origineel

Bloemen in Gethsemané

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bloemen in Gethsemané

HIJ DROECH ONZE SMERTEN

14 minuten leestijd

Er is de laatste tijd een verheugende belangstelling voor het werk van de grootste calvinistische dichter der 17e eeuw, Jacobus Revius, te constateren. Niet alleen werden onlangs zijn Overysselsche Sangen en Dichten opnieuw herdrukt, Buyten & Schipperheyn verraste ons omstreeks Pasen met de uitgave van Bloemen in Gethsemané. Verzamelde studies over de dichter Revius van drs. L. Strengholt.

Dat is o.i. zonder meer een goede greep geweest. Strengholt is Neerlandicus, filoloog, en als zodanig had hij in verschillende vakbladen (o.a. De Nieuwe Taalgids) reeds verschillende artikelen aan de dichtkunst van Revius gewijd, zodat hij bekend stond als één van de — helaas nog schaarse — kenners van het werk van deze dichter die o.m. ook nog reviseur is geweest van de beroemde Statenvertaling.

In deze bundel nu heeft Strengholt zijn eerder geschreven artikelen, her en der verspreid, verzameld en ongetwijfeld is het waar wat prof. dr. W. A. P. Smit — uitgever van de Overysselsche Sangen en Dichten — in zijn voorwoord bij deze bundel schrijft: „Ook hier blijkt het geheel méér dan de som van zijn onderdelen te zijn, doordat de lezer er nu vanzelf toe komt tussen de verschillende artikelen verband te leggen zoals dat bij hun oorspronkelijke publikatie niet mogelijk was."

Een gelukkige bijkomstige omstandigheid is dat Strengholt ook enkele nog nooit eerder gepubliceerde artikelen aan zijn verzameling heeft toegevoegd. Eén van deze toevoegingen heeft hem ook de titel voor de gehele bundel ingegeven: Bloemen in Gethsemané. Deze tltelstudie is gewijd aan Revius' gedicht Bloedige Sweet, waarin de dichter de „bloedige" strijd van Christus in Gethsemané beschrijft. Het bloed dat uit Jezus' huid dringt, wordt door hem vergeleken met de dauw en daarvan zegt hij dan het volgende:

En my dunckt dat ick aenschou

Desen dou

Opwaerts inde bladen trecken;

Was t'angierken niet snee-wit.

Dat nu sit

Oversaeyt met bonte plecken?

T'blonde  roosken gloeyt sijn schoot (=hart)

Sangels root  (=purper rood)

Syn verkeert (of droomtet my?) (=veranderd)

Op de ry In gemengde Jlamboyanten.

Op de rij

In gemengde flamboyanten.

Strengholt, zo zeiden we al, is filoloog. Dat betekent zoals hij zelf zegt (p. 14) dat hij de relatie tussen de tekst en zijn ontstaansomgeving doorzichtig wil maken. Ten aanzien van dit gedicht betekent dat nu dat hij zich afvraagt wat de achtergrond is van het motief van de „bloemen in Gethsemané", m.a.w. hoe kwam Revius aan dit bloemenmotief; waar heeft hij dat vandaan gehaald? Na een boeiende en interessante speurtocht door kunstgeschiedenis, literatuur en theologie komt de auteur dan tot de conclusie dat we in het onderhavige gedicht te maken hebben met een verbinding van de toenmalige uitleg van het Hooglied (de Kanttekeningen bij dit bijbelboek zijn door Revius zo niet gemaakt, dan toch beïnvloed) met zijn sfeer van hoven en bloemen én de lentesfeer van de dichtkunst van de zgn. Pléiade, een groep Franse dichters, onder wie Pierre de Ronsard, die op de Nederlanders van die tijd, en ook op Revius, nogal wat invloed heeft uitgeoefend.

We zeiden reeds: het is een boeiende bezigheid Strengholt op zijn filologische speurtochten te volgen. Hij schrijft erg overzichtelijk en helder, en oJ. zijn zijn conclusies over het algemeen verantwoord. Men krijgt na kennisname van deze artikelen beslist een duidelijker beeld van de dichter en zijn werk, geplaatst tegen de achtergrond van zijn eigen tijd.

Dat geldt dus ook voor de overige artikelen, die overigens verschillend van waarde zijn: naast een artikeltje b.v. over „schoonheidsfoutjes" in de filologische traditie (verwarring van de letters s en f uit het vroegere schrift) treft men een artikel aan over Revius' Hoogliedberijming, die geïnspireerd blijkt te zijn door de verklaring van Godefridus Udemcms; een artikel over de theologische achtergrond van het sonnet Aenvechtlnge, waarin de zgn. sluitrede des geloofs ter sprake komt; verder ook nog enkele artikelen over het gedicht over de Rellgfle, hetgeen qua voorstelling terug blijkt te gEian op een epigram van Beza, de opvolger van Calvijn in Oenève. Alweer: iemand die belangstelling heeft voor literatuur en voor de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme vindt hier heel wat van zijn gading. Het doordringen in de raakvlakken van deze twee is een boeiende bezigheid.

Katholiek

Vanzelfsprekend zouden we haast zeggen komt ook het terecht beroemde gedicht Hy droech onse smerten (met de bekende beginregels: T'en zyn de Joden niet, enz.) aan de orde. Strengholt doet dat in een artikeltje waarin hij voor het front van alle Neerlandici (het verscheen eerst in de Nieuwe Taalgids) het Calvinisme als een waarlijk katholieke godsdienst verdedigt

 Ook in andere artikelen blijkt hij deze neiging tot correctie van een verkeerd beeld te vertonen (p. 36, 69). Een en ander lijkt ons een verheugende zaak, al vinden we de manier waarop hij het doet niet steeds gelukkig.

In het bovenstaande kwam reeds het karakter van dit werkje ter sprake: het is bestemd voor hen die niet alleen van Revius' gedichten houden, maar die ook enige literaire scholing hebben gehad. Te denken valt aan onderwijzers, middelbare scholieren e.d. De uitgave is keurig verzorgd en verlucht met een aantal prachtige illustraties.

Twee opmerkingen willen we ons tenslotte veroorloven. Strengholt heeft velen een dienst bewezen met het opnemen van een uitgebreide bibliografie van secundaire literatuur over Revius. We misten erin het uitgaafje van de Hoogliedberijming, verzorgd door M. Nijsse en uitgegeven bij Pieters, Oostburg. In de tweede plaats: de bundel is genoemd naar het eerste artikel. Het is voor ons echter de vraag of de dichter de bloemen die hij in Bloedige Sweet beschrijft, werkelijk in Gethsemané aanwezig ziet. Het komt ons voor dat een andere interpretatie ook mogelijk, zo niet meer voor de hand liggend is.

 

Dat houdt dus in dat we de titel van het eerste artikel, en daarmee ook van de hele bundel, enigszins dubieus vinden. Dat doet echter aan de waarde van deze verzamelde studies niets af. Wat ons betreft mag de tijd weer komen dat men op grond van een aantal van dit soort artikelen tot doctor in de letteren kan promoveren.

N.a.v. ,Bloemen in Getsemané" door drs. L. Strengholt, ultgave Buyten & Schipperheyn bv - Amsterdam - 174 bic Prys ƒ 18,90.

• JACOBUS REVIUS (1586-1658)

I door j

j A. Maijaars i
„Waer ick een nachtegael, ick wou mijn Schepper eeren. Met sijnen grooten lof altijt te quintileeren".

Maar, zo vervolgt Revius zijn gedicht, ik ben een mens, geschapen naar Gods evenbeeld, des te meer reden heb ik om mijn God en Schepper te loven. Revius' poëzie bevat vaak zeer mooie, beeldende vergelijkingen. In het sonnet „Scheppinge" wordt de schepping beschreven in allerlei aan de muziek ontleende beelden: „God heeft de werelt door onsichtbare clavieren Betrocken als een luyt met al sijn toebehoor", zo begint het sonnet. De aarde en de oceaan worden dan vergeleken met de lage snaren van de luit: de lucht is de „quinte", een hoge snaar. Mooi is ook het sonnet „Gods Besluyt": alles wat de mens (i.e. de theoloog Reviusl) over God wil zeggen is ontoereikend, is stamelen.

Zoals een steentje dat in het water valt allemaal kringen in het wateroppervlak 'jaiaakt, waardoor je in de war raakt en niet meer weet waar de rimpeling van het water begint en waar het ophoudt, zo vergaat het de mens: „Van doe mijn tong began te stamelen u eer. Het eene denck ick na, het ander valt mij inne, U wijsheyt, u genae, uwe minne Omringen my te saem in eenen oogenslach".

Prachtig

Prachtige poëzie is ook to vinden in het tweede deel, dat begint met een ..Lof Jesu Christi", waarin tegenover de inspiratie die velen in de klassieke oudheid vinden de inspiratie die te vinden is in hc^ leven en lijden van Christus gestelj wordt.

Daarna volgen twee godichter. over net leven met God en het zoeken van God. Voluit Renaissancedichter toont Revius zich in het eerste van deze twee: Revius geeft zeil aan dat dat gedicht een omvorming van een klassiek latijns gedicht is; er boven staat: ,Jlle mi par esse Deo", dat is de b^ginret-o] van een gedicht van Catullus. Vrijwel letterlijk wordt deze beginregel door Revius overgenomen: ,JIy is op aerden God gelijck Die stadichlijck O Jesu, soeckt u claer aenschijn Die alle dagen Neemt zijn behagen By u te sijn". Tot slot Revius' sonnet Hemel-vaert: Elias was alree int hemels hof geseten Als hem misverstant de kinders der propheten Noch sender onderlaet na-trachten hier benee'n Door bosschen, berch en dal drie dagen achter een, Maer alsse te vergeefs lang' hadde?i lopen swerven Sy sagen op het lest dat sy hem mosten derven. En keerden wedrrom te huyswaeri moe en m.at. T'verdwaelde Christendom, gaet noch denselven pat: Want Christvs i: voorlang' ten hemel opgestec/eyi. Noch soeckt men hem alhier op onge: baande wegen.

door mej. H. de Jonge
Of in een engen slot, of in een verren lant. En meest in broot en wijn, die doch ter rechterkant Sijns Vaders is verhoocht, daer soecken hem sijn vrinden. En die hem elders soeckt en sal hem. nergens vinden." Ik hoop dat deze korte kennismaking mei de poëzie van Jacobus Revius u ertoe zal brengen de „Over-ysselsche Sangen en Dichten" eens ter hand te nemen. Zijn gedichten zijn de moeite die u moet doen om het zeventiende-eeuwse nederlands te begrijpen meer dan waard; ik zeg het de grote Revius-kenner en -minnaar W. A. P. Smit na: „Revius kennen is Revius liefhebben!" Nav. Over-ysselsche Sangen en Dichten door Jacobus Revius, uitgave 1976 door „De Banier" en HES Pu-lishers te Utrecht, Prys ƒ 35,~

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Bloemen in Gethsemané

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken