Bekijk het origineel

Nog geen beslissing over Oosterschelde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nog geen beslissing over Oosterschelde

Prmier den Uyl

4 minuten leestijd

DEN HAAG — De ministerraad hoopt eerst volgende weelc de definitieve beslissing te Icunnen nemen over de wijze, waarop de Oosterschelde wordt afgedamd. Vrijdag heeft de Raad zich reeds uitvoerig met deze kwestie bezig gehouden, in het licht van de besprekingen over de voorjaarsnota (de nota over de stand van zaken bij de uitvoering van de rijksbegroting-1976), aldus heeft premier Den Uyl meegedeeld op zijn vrijdagavond gehouden wekelijkse persconferentie.

In het najaar van 1974 spraken regering en Tweede Kamer af, dat onderzocht zou worden of het mogelijk is de Oosterschelde af te sluiten met een doorlatende dam, waardoor de getijdenbeweging in de zeearm gehandhaafd blijft. Totdat die afspraak gemaakt werd was er steeds van uitgegaan, dat de Oosterschelde met een vaste dam geheel zou worden afgesloten.

Veiligheid voorop

 De afspraak hield in, dat de doorlatende of halfopen dam alleen dan een kans zou maken, als er voldoende veiligheid gegarandeerd zou zijn voor de Zeeuwen, als het werk voor 1985 gereed zou kunnen zijn en als de kosten niet meer zouden zijn dan ƒ 1,7 miljard plus 20 procent. Sinds de afspraak hebben studies de nodige rapporten opgeleverd, aldus premier Den Uyl. Rijkswaterstaat bezag opnieuw de mogelijkheid van het open houden van de Oosterschelde met verhoging van de dijken.

De financiële consequenties spelen een belangrijke rol", zei drs. Den Uyl. „De doorlatende dam zal aanzienlijk duurder zijn dan een vaste dam en ook duurder dan het ophogen van de dijken". Gezien die consequenties wil de ministerraad zijn beslissing nemen als het de voorjaarsnota definitief vaststelt. „De begroting-1976 wordt belangrijk overschreden", aldus de minister-president.

Niet de dupe

Zeeland mag niet de dupe worden van het eventueel duurder uitvallen van de afsluiting van de Oosterschelde • met een pijlerdam Dit heeft het provinciaal bestuur van Zeeland vrijdag aan de Tweede-Kamerfractie van de ARP meegedeeld tijdens een bezoek aan Zeeland.

Het ziet er naar uit dat de afsluiting van de Oosterschelde door middel van de doorlaatbare pijlerdam een streefbedrag zoals de Tweede Kamer dan in 1975 heeft vastgesteld zal overschrijden. Volgens Aantjes, fractieleider van de AR-Tweede-Kamerfractie, zal dit duurder uitvUen nog wel tot een pittig debat in de Tweede Kamer leiden. Wij zijn zeer benieuwd, zei hij, hoe het financiële dekkingsplan van de regering er ten aanzien van de Oosterschelde uit zal zien. Als hiervoor een acceptabele oplossing gevonden wordt dan zie ik niet in, zo zei Aantjes, waarom de vaste oeververbinding Westerschelde er dan niet zou komen. Uiteindelijk is dat een Zeeuwse zaak, die volledig door Zeeland gefinancierd zal worden. De regering hoeft zich alleen maar garant te stellen. Dit project zou bovendien een impuls voor de werkgelegenheid in Zeeland betekenen, aldus Aantjes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 13 Pagina's

Nog geen beslissing over Oosterschelde

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 13 Pagina's

PDF Bekijken